Berichten

Hoe je in een selectie-interview de vraag beantwoordt “Waarom wil je hier werken?”

Tips die je op weg helpen om een onderscheidend antwoord te geven op een cruciale vraag

 

“Omdat ik een baan wil”, was het spontane, maar serieuze antwoord van een van mijn cursisten.

In een van mijn 3-daagse trainingen ‘Bouw je ideale loopbaan‘ vroeg ik de deelnemers wat hun antwoord zou zijn op de vraag “Waarom deze functie voor jou?”.

De aanleiding was een visualisatie oefening met betrekking tot hun ideale werk.

Het antwoord van mijn cursist is niet het antwoord, waar een selecteur op zit te wachten. Sterker nog, ik denk dat het een antwoord is, dat men niet wil horen.

Een werkgever is er namelijk niet om jouw probleem op te lossen. Integendeel, jij bent er om het probleem van een werkgever op te lossen.

Het is goed om je dat te realiseren.

 

Waarom deze functie voor jou?” Of: “Waarom wil jij voor onze organisatie werken?

Het zijn varianten op eerstgenoemde vraag. Het zijn gegarandeerd vragen die je kunt verwachten als je solliciteert naar een baan.

Mogelijk zijn jou die vragen ook al eens voorgelegd.

 

Wat is dan een antwoord dat wél aan verwachtingen voldoet, vraag je je misschien af. En wellicht nog interessanter, wat is een antwoord waarmee je je van anderen onderscheidt?

In mijn artikel help ik je op weg.

 

Hoe je in een selectie-interview de vraag beantwoordt “Waarom wil je hier werken?”

 

“Waarom wil je hier werken?”

 

Het is een valkuil om deze vraag op te pakken als een simpele vraag. Dat is het beslist niet.

 

De vraag gaat over je belangstelling voor die functie, voor die organisatie.

Bij je antwoord kun je denken aan wat jou zodanig in de organisatie en in de functie interesseert dat je er je werk van wilt maken.

 

De vraag gaat ook over waarden.

Wat maakt de organisatie en de functie voor jou de moeite waard om je daarvoor in te zetten? Daarvoor te gaan?

Wat vind jij zodanig belangrijk dat je daar een groot deel van je tijd mee bezig wilt zijn?

Dat heeft alles te maken met je persoonlijke missie. En dus met de waarden die jij terug wilt zien in het werk dat je doet.

 

 

“Waarom wil je hier werken?”; het is onverstandig om een eendimensionaal antwoord te geven

 

Ook al roept een waarom-vraag een rechtlijnig daarom-antwoord op. De werkelijkheid is veel complexer.

Zo ook bij de vraag “Waarom wil je hier werken?”.

 

Ook al wordt de vraag als een ‘waarom-vraag’ gesteld, ik adviseer je om daarop géén eendimensionaal antwoord te geven.

Als je tenminste recht wilt doen aan de vraag. En de kans wilt grijpen om je te profileren met je kwaliteiten.

Want wil je je onderscheiden van anderen, dan zijn er gegarandeerd meer aspecten die je in jouw daarom-antwoord naar voren kunt brengen.

Meer aspecten dan bijvoorbeeld alleen “Omdat ik een baan wil”. Of misschien wel “Omdat het zo goed verdient”.

Dat laatste antwoord is overigens ook een voorbeeld van een antwoord dat men niet wil horen. Dat denk ik tenminste.

 

Herformuleer voor jezelf de vraag “Waarom wil je hier werken?”.

Maak die herformulering in het gesprek gerust expliciet. Denk als het ware hardop. In een gesprek is dat een heel effectieve interventie.

Zeg bijvoorbeeld:

“Uw vraag “Waarom wil je hier werken?”; daar wil ik graag een en ander over zeggen.

Graag noem ik u een aantal factoren (of redenen) die de functie en uw organisatie interessant maken voor mij. En wat mij drijft om mij voor de functie en uw organisatie in te zetten”.

 

En benoem en leg vervolgens uit, op grond waarvan jij in betreffende functie en bij betreffende organisatie wilt werken.

Geef op zijn minst drie redenen.

 

Ik geef je een aantal tips.

 

 

Tips die je op weg helpen om een onderscheidend antwoord te geven op de vraag “Waarom wil je hier werken”

 

1. Laat zien en horen hoe de functie en de organisatie passen bij wat jou interesseert.

Jouw interesse is wellicht een van de redenen waarom je voor betreffende organisatie wilt werken.

Laat horen en laat voelen waar jij helemaal enthousiast over bent.

Bereid je daar goed op voor, zodat je een overtuigd en overtuigend verhaal kunt presenteren. Maak je dat verhaal eigen, zodat het écht van jezelf wordt.

 

2. Laat zien en horen hoe de functie past bij wat jij te bieden hebt.

De goede aansluiting tussen de functie, de organisatie en wat jij te bieden hebt, is wellicht een van de redenen voor jou om voor hen te willen werken.

Laat zien en horen wat jij voor hen kunt betekenen. En niet onbelangrijk, wat het hen oplevert als ze jou in dienst nemen.

Onder andere daarom wil jij graag voor hen werken. Omdat je ervan overtuigd bent dat het hen resultaten oplevert.

Zorg dan ook dat je heel helder voor ogen hebt welke resultaten jij met de inzet van jouw kwaliteiten voor andere organisaties hebt neergezet. Heb je die voorbeelden op het puntje van je tong, dan kun je er enthousiast en to the point over vertellen.

En zo de link maken naar de resultaten die betreffende organisatie kan verwachten. Als ze gebruik maken van jouw expertise.

 

3. Laat zien en horen hoe je past bij de cultuur van de organisatie

Doe goed je onderzoek naar de cultuur van de organisatie, zodat je daar een goed beeld van hebt en daarop aan kunt sluiten.

Oriënteer je naar de missie, de waarden en de toekomstvisie van de organisatie. Vraag je af in hoeverre die matcht met jouw waarden en jouw missie en vooral met jouw missie met betrekking tot werk.

Welke indruk heb je gekregen van de mensen die er werken? In hoeverre is het wat mensen betreft voor jou een goede omgeving om te werken?

In hoeverre sluiten de arbeidsomstandigheden aan bij wat jij nodig hebt? En misschien daarnaast nog bij wat jij wenst?

Is er een goede match, dan is dat een heel mooie reden als deelantwoord op de vraag “Waarom wil je bij ons werken?”.

 

 

Wellicht kun je uit eigen ervaring nog meer punten noemen, die voor jou onderdeel zijn van jouw antwoord op de vraag “Waarom wil je hier werken?”.

Heb je nog aanvullingen? Ik lees het graag.

 

 

 

Heb jij nog onvoldoende helder wat jij met jouw kwaliteiten te bieden hebt?  

En welke resultaten jij met de inzet van jouw kwaliteiten voor andere organisaties hebt neergezet?

Ben je nog zoekende wat jou zodanig interesseert en wat zodanig belangrijk voor je is dat je daaraan een bijdrage wilt leveren met wat je doet in je werk?

Lees mijn aanbod met betrekking tot de 3-daagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’ en meld je aan.

Je profiteert nu maximaal van de bonussen voor de vroegboekers.

 

 

 

 

In hoeverre is je talent af te leiden uit hoe je eruitziet?

In hoeverre is gelaatkunde een geschikt instrument om een beeld te krijgen van talenten van mensen?

 

‘Iemands talent bepaalt al voor een groot deel hoe hij of zij eruitziet’, las ik in de nieuwsbrief van Werf&. Of anders geformuleerd: door te kijken naar het uiterlijk van mensen kun je het innerlijk beter begrijpen.

 

Ik herinner het me nog goed, ook al is het heel lang geleden. Ik liep stage bij een Adviesbureau voor Opleiding en Beroep, een AOB. Naast individuele beroepskeuzeonderzoeken deden we screenings van leerlingen op scholen voor voortgezet onderwijs. Met het oog op de te maken keuze voor de volgende stap in hun loopbaan.

Een hele testbatterij hadden de leerlingen doorgewerkt. Het was de taak aan ons als beroepskeuzeadviseurs om op basis van de testresultaten te komen tot een advies. Zonder dat we de leerlingen ontmoet hadden.

Meer dan eens kon het gebeuren dat ik al bij het binnenkomen van betreffende leerling in een paar seconden de indruk had ‘Het advies dat ik op basis van de testresultaten geformuleerd heb, gaat het niet worden.

Maar zoals testresultaten lang niet altijd een representatief beeld geven van wie iemand is als persoon en wat zijn kwaliteiten zijn, zo zijn ook bij de gelaatkunde, Fysionomie of Fysiognomie, kanttekeningen te maken.

 

In hoeverre is je talent af te leiden uit hoe je eruitziet?

 

Fysiognomie; karakter en talent afleiden van hoe je eruitziet; het fysieke lichaam, de vorm van het hoofd en het gezicht

 

Ook al kon ik toen ik stageliep nog niet direct duiden en woorden geven aan wat ik zag bij een eerste indruk, kennelijk vorm je je in luttele seconden een beeld van iemand. En maak je daar een interpretatie bij.

Het is dan ook geen wonder dat men zegt: ‘De eerste indruk telt’. En zelfs: ‘De eerste indruk is beslissend in een selectiegesprek.’

 

Fysiognomie is al heel oud. En nam bijvoorbeeld 3000 jaar geleden al een belangrijke plaats in, in Ayurveda, de Hindoeïstische gezondheidsleer. En nu nog steeds.

Ook de Griekse arts Hippocrates (ongeveer 400 jaar voor Christus) hield er zich mee bezig, resulterend in zijn temperamentenleer. In die leer gaat hij uit van de (ont-)menging van vier lichaamssappen: bloed (sanguis), gal (chole), slijm (phlegma) en zwarte gal (melancholos).

Het lichaamssap dat overheerst bepaalt je temperament, je persoonlijkheidstype. Je temperament moet je daarbij zien als een kwaliteit en niet als iets slechts. Ook al ben je misschien geneigd om daaraan te denken, bijvoorbeeld bij het melancholische type.

Volgens de leer van Hippocrates heeft iedereen alle vier de typen in zich: het sanguinische, het cholerische, het flegmatische en het melancholische. Maar een of meer typen overheersen.

 

 

Aan hoe je eruitziet en je verschijning kun je zien welk type je bent

 

En niet alleen welk type je bent, maar ook wat jou karakteriseert en wat jouw talent is.

Het sanguinisch type is een harmonische verschijning en heeft een luchtige blik op het leven. Zijn tred is vaak huppelend of verend.

Sanguinische types zijn sterk op de buitenwereld gericht. Het zijn sociale mensen, gericht op samenwerken. Hun basisemotie is blijheid. Ze hebben veel interesses, maar vinden het moeilijk om zich lang op één onderwerp te richten. Ze zijn snel afgeleid en kunnen daardoor chaotisch overkomen.

Het cholerisch type is qua lichaamslengte vaak aan de kleine kant, is doelgericht en heeft een stevige stap.

Net als het sanguinisch type is een cholerisch type naar buiten gericht, maar meer beïnvloedend, dan volgend. Een cholerisch type is meer resultaatgericht, competitief en daadkrachtig. De basisemotie is boosheid.

Het flegmatisch type is wat steviger en ronder, heeft een wat slomere gang en sloft als het ware door het leven.

Het flegmatisch type heeft een sterk innerlijk leven en is meer naar binnen gekeerd. Flegmatische types zijn echte gevoelsmensen. De basisemotie is angst.

Het melancholisch type is vaak lang en slank en is een beetje bleek van uiterlijk. Hij heeft een stevige tred, maar loopt meer op de voorvoet. Mogelijk komt die tred voort uit een zware beleving van het leven.

Het melancholische type is een echte denker. Het is een sterk mens met een sterk innerlijk leven. Hij heeft een rijke binnenwereld die van buiten niet altijd zichtbaar is. Ogenschijnlijk zijn het heel rustige mensen, maar van binnen kan het flink broeien. Ze zijn heel nauwkeurig en heel zorgvuldig. De basisemotie is bedroefdheid.

Het is de moeite waard om eens bij jezelf te rade te gaan in welk type jij je het meest herkent. En of de beschrijvingen passen bij het beeld dat jij van jezelf hebt.

 

 

Koppeling van de vier temperamenten aan de vier elementen: lucht, water, vuur en aarde

 

De vier temperamenten in de temperamentenleer van Hippocrates kun je ook koppelen aan de vier elementen lucht, water, vuur en aarde, die iets zeggen over jouw persoonlijkheid.

Bij het sanguinisch type overheerst lucht. Bij het element lucht passen persoonskenmerken als opgewekt en vrolijk. Maar ook het hebben van veel interesses, snel afgeleid zijn, altijd tijd te kort hebben en soms oppervlakkig zijn.

Bij het cholerisch type overheerst vuur. Vuur-mensen doen iets zodat zaken gaan veranderen. Zij willen actie en nemen de leiding, zijn gefocust op de toekomst, zijn vasthoudend, druk en kunnen opvliegend zijn.

Het flegmatisch type wordt gekenmerkt door het element water. Water-mensen zijn rustig, kalm, reageren vaak onbewogen, zijn ietwat dromerig en hebben veel tijd nodig.

Het melancholisch type heeft veel van het element aarde. Aarde-mensen houden van overzicht, denken veel na, vooral om te begrijpen en onthouden goed. Heb je veel van het element aarde, dan ben je niet alleen ernstig, maar kun je ook somber zijn en zwaarmoedig.

 

 

Aanleg aflezen aan hoe je eruitziet

 

Aanleg aflezen aan hoe iemand eruitziet doe je niet zomaar even. Dat vraagt veel oefening en ervaring.

Zo geeft bijvoorbeeld Wetzels in de nieuwsbrief van Werf& te kennen dat hij inmiddels meer dan 500 karakteranalyses heeft uitgevoerd.

Ook Claudia van het Kaar, bij wie ik de cursus heb gevolgd, geeft aan dat gelaatkunde meer is dan alleen theoretische kennis. Bijvoorbeeld over wat een kleine neus betekent en wat een grote.

Gelaatkunde is zeer zeker ook een technische vaardigheid. Hoe neem je waar? Waar let je op? Bijvoorbeeld: wanneer is een neus klein? Je moet gevoel voor verhoudingen en verschillen ontwikkelen en vergelijken.

En belangrijk is ook hoe je communiceert over je waarnemingen. Belangrijk daarbij is hoe je je waarneming op een veilige manier kun brengen. Veel vragen stellen in plaats van praten vanuit ‘jij bent zus en zo….’. Dus bijvoorbeeld ‘in hoeverre herken je ……bij jezelf?

Eigenlijk zoals ik in mijn coachtrajecten te werk ga als ik laat horen en zien welke kwaliteiten ik uit een succesverhaal heb gehaald. Dat komt neer op altijd toetsen of je indruk juist is.

 

 

Tot slot

 

Gelaatkunde is de populaire benaming voor Psychognomie. En wordt gezien als een pseudowetenschap.

Ook al wordt in het artikel van Werf& gesproken over wetenschap.

Het is heel interessant en leuk om er meer van te weten. Wetend dat we ons gelijk een indruk vormen als we iemand ontmoeten en met ons gedrag reageren op iemands fysieke verschijning. Zo worden bijvoorbeeld meer talenten toegekend aan iemand die er goed uitziet. En minder talenten aan iemand die er minder goed uitziet.

Wat je waarneemt aan iemands fysieke verschijning en wat je aan gedrag ziet, daar zijn theorieën over. Bijvoorbeeld de beschreven temperamentenleer. Maar zover ik weet, is niet wetenschappelijk aangetoond dat het zo is. En voordat je er erg in hebt, ben je aan het discrimineren.

Wat ik wel weet, is dat men afstand heeft genomen van frenologie, de leer die stelde dat aanleg en karakter door de groei van bepaalde hersendelen worden bepaald. Het karakter en de aanleg zouden dan uit de vorm van de schedel kunnen worden afgeleid, die bepaalde knobbels zou vertonen.

Wat dat betreft vind ik het wel grappig dat we het nog wel steeds hebben over een wiskundeknobbel en talenknobbel, terwijl daar wetenschappelijk geen bewijs voor is.

 

Dat gelaatkunde een pseudowetenschap is en geen wetenschap, betekent niet per definitie dat gelaatkunde niet van betekenis kan zijn. Kennis van gelaatkunde kan je handreikingen geven waardoor je meer zicht krijgt op de elementen in iemands verschijning en gelaat die maken dat jij die verschijning op een bepaalde manier interpreteert.

Maar denk je het talent van iemand af te kunnen leiden uit hoe iemand eruitziet? Ik heb mijn twijfels. Het is in elk geval goed om je bewust te zijn van de valkuilen en de irrationaliteit die erin zit.

 

 

 

Heb jij nog onvoldoende zicht op jouw kwaliteiten en met name jouw talenten?

Neem gerust contact met me op.

Door mijn manier van werken in mijn coachtrajecten, anders dan met gelaatkunde, krijgen we jouw kwaliteiten in kaart. En kun jij je succesvol profileren op de arbeidsmarkt met jouw kwaliteiten en met het werk dat jij wilt doen.

 

 

 

 

Anders kijken naar het imposter syndrome

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Kern van het imposter syndrome, of op z’n Nederlands het bedriegerssyndroom, is een negatief en kritisch zelfbeeld, dat een negatieve invloed heeft op het gedrag en de gevoelens van de mensen die het ervaren.

Misschien herken je het bedriegerssyndroom bij jezelf en heb je er last van.

Ik heb er al eerder over geschreven. Met name over hoe beschermingsmechanismen je steeds onzekerder maken en hoe je je impostergevoelens kunt overwinnen.

Lang werd het imposter syndrome afgeschilderd als een persoonlijkheidskenmerk. Als je er veel last van had, dan werd je zelfs gezien als een patiënt. Terwijl men steeds meer tot de bevinding komt dat de sociale context een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van bedriegersgevoelens.

En dat het zaak is om die context aan te pakken, in plaats van bedriegersgevoelens te bestrijden door te focussen op het individu dat er last van heeft.

 

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Ont-medicalisering van het bedriegerssyndroom

 

Syndroom is in deze context een ietwat beladen term.

Over het algemeen wordt de term syndroom gebruikt voor een aantal symptomen die kenmerkend zijn voor een bepaald beeld. Vaak een ziektebeeld.

Beter passend is de term fenomeen. In de context van bedriegersgevoelens hebben we het dan over het bedriegersfenomeen.

In die term is in eerste instantie in 1978 ook door Clance en Imes over het fenomeen geschreven.

Later heeft die term plaatsgemaakt voor bedriegerssyndroom.

Die term suggereert dat er sprake is van psychologisch disfunctioneren van het individu. En als je aan die ziekte lijdt, dan ben je een patiënt en heb je behandeling nodig. Bijvoorbeeld in de vorm van psychotherapie.

Terwijl men nu steeds meer inziet, dat het probleem niet zozeer verankerd ligt in het individu, maar in de sociale context.

En dat het zaak is om stil te staan bij en te onderzoeken hoe context en sociale structuur die bedrieglijke gevoelens creëren. In plaats van onzekerheden van individuen te framen als een probleem dat voortkomt uit de individuen die er last van hebben.

En voor de aanpak van het probleem ook daarop te focussen.

Dus, het bedriegerssyndroom te ont-medicaliseren. Het niet meer te hebben over het bedriegerssyndroom, maar over het bedriegersfenomeen.

Het is geen ziekte, maar een verschijnsel dat zich voordoet. Omdat onze sociale contexten en sociale interacties ertoe leiden dat individuen hun capaciteiten en hun waarde in twijfel trekken.

Want de sociale context heeft grote invloed op hoe je over jezelf denkt en hoe je je voelt.

 

 

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Je sociale context is van invloed op hoe je je voelt.

Zo kan bijvoorbeeld je plaats in de sociale hiërarchie een belangrijke rol spelen bij het al dan niet ontwikkelen van bedriegersgevoelens.

Denk bijvoorbeeld aan etnische minderheden, maar ook aan vrouwen in leidinggevende posities. Beiden hebben nog steeds te kampen met negatieve stereotyperingen.

Een ‘goede’ leider bijvoorbeeld heeft overwegend mannelijke eigenschappen. Terwijl vrouwen stereotyp eerder afgeschilderd worden als ‘sociaal gericht’ en ‘warm’. En dat zijn niet direct eigenschappen die traditioneel verwacht worden van een ‘goede’ leider.

Als reactie op die gender- en leiderschapstypering kun je je als vrouw al onzeker en misplaatst voelen als je zo’n leiderschapspositie hebt bereikt. Omdat de stereotyperingen laten zien, zowel direct als indirect, dat vrouwen niet of minder geschikt zouden zijn voor zo’n positie.

Wat dat betreft is het waardevol dat succesvolle vrouwen als voormailig First Lady Michelle Obama en Sheryl Sandberg, Chief Operating Officer bij Meta, kenbaar maken zich soms een bedrieger te voelen. En daardoor fungeren als rolmodellen, met name voor vrouwen.

 

Ook op de arbeidsmarkt zie je de sociale hiërarchie terug. In de zorg bijvoorbeeld zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd bij de specialisten, maar oververtegenwoordigd in de verpleging. En ondervertegenwoordigd in de informatietechnologie, maar oververtegenwoordigd in human resources. Wat dat betreft kun je nog steeds spreken van mannen- en vrouwenberoepen.

De sociale hiërarchie komt overigens ook terug in de salariëring. Vrouwen krijgen met regelmaat minder betaald dan mannen in een vergelijkbare functie. Alsof ze minder geschikt zijn dan mannen voor betreffend werk?

Het verschil in salaris kan er in elk geval wel toe leiden dat vrouwen aan het denken worden gezet en dat ze hun positie in twijfel trekken. Waardoor ze gevoeliger zijn voor het bedriegersfenomeen.

 

 

Hoe sociale, interpersoonlijke interacties bedriegersgevoelens creëren

 

Onze dagelijkse interacties zijn doorspekt met signalen, die overbrengen hoe mensen zichzelf zien en vooral hoe belangrijk of hoezeer ze van waarde zijn.

Iedereen lijkt overtuigd van zichzelf, behalve jij.

Veel mensen beweren dat ze ergens goed in zijn, terwijl ze dat vaak niet zijn. En schatten zichzelf hoger of beter in, dan dat ze zijn.

Die sociale evaluatieve signalen hebben hun invloed op hoe je zelf je eigenwaarde beoordeelt. En beinvloeden zo je zelfrespect en je gevoel met betrekking tot jouw plaats binnen je groep of context. Of je die plaats waardig bent en écht verdient of niet.

Zo wordt de een bijvoorbeeld vaker om advies gevraagd of betrokken bij werkgerelateerde discussies dan een ander. Waardoor die laatste het gevoel kan krijgen dat die minder waard is. Wat zijn effect heeft op hoe je kijkt naar jezelf.

Overigens kan het tegenovergestelde je ook overkomen. Dat je wordt benaderd en behandeld op manieren die suggereren dat je je plaats binnen je groep of context waardig bent. Terwijl je zelf daar heel erg je twijfels over hebt. En bang bent om door de mand te vallen.

 

 

Tot slot

 

Ik zie het als winst dat het bedriegersfenomeen niet langer gezien wordt als een dysfunctioneel syndroom, verankerd in een individu.

Maar in plaats daarvan als een psychologische reactie op een dysfunctionele context.

En herken je symptomen van het fenomeen in jezelf?

Daar is niks mis mee. Ik denk dat vrijwel iedereen, ikzelf incluis, momenten heeft dat hij zich afvraagt ‘Ben ik wel zo goed als ik denk dat ik ben?’

Het is dan ook geen wonder dat ik mijn exemplaar van het boek ‘F*ck die onzekerheid’, geschreven door Vreneli Stadelmaier, zo vaak uitleen aan klanten.

 

 

En vind je het moeilijk om om te gaan met belemmeringen en beperkende overtuigingen?

Kun je wel wat tips gebruiken voor meer zelfvertrouwen waardoor je je kansen op de arbeidsmarkt vergroot?

Lees hoofdstuk 12 uit mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

 

 

 

 

Doe jezelf niet tekort door wie je bent en wat je kunt maar ‘gewoon’ te vinden

Handreikingen om te komen van onbewust bekwaam tot bewust bekwaam

 

“Dat doe ik gewoon zo.”

“Zo ben ik gewoon.”

Alsof het de normaalste zaak van de wereld is, dat je zo bent of de dingen doet zoals je ze doet.

Ik hoor het met regelmaat. Niet alleen van coachklanten.

Maar wist je dat je grootste kwaliteiten misschien wel liggen bij dingen die je vanzelf doet? Waar jij als vanzelf acteert? Of je als van nature gedraagt?

Kennelijk vind je wat je zelf doet en hoe je bent als persoon al gauw heel gewoon.

Misschien ben je er zo aan gewend, zo vertrouwd mee, dat je het zelf niet meer ziet als een kwaliteit?

Het is mijn ervaring als loopbaancoach dat mensen over het algemeen veel meer kwaliteiten hebben, dan ze zelf denken.

Ze zijn zich maar ten dele bewust van wat ze te bieden hebben. Je zou ze onbewust bekwaam kunnen noemen.

Daarmee doen ze zichzelf tekort.

In mijn artikel geef ik je handreikingen hoe je van onbewust bekwaam kunt komen tot bewust bekwaam.

 

Doe jezelf niet tekort door wie je bent en wat je kunt maar ‘gewoon’ te vinden

 

Van onbewust onbekwaam naar onbewust bekwaam

 

Een van de vakken die ik als docent in het Hoger Onderwijs gaf, was methodische gespreksvoering, kortweg methodiek.

“Gesprekken voeren, dat kan ik al”, dacht menig student Personeel & Arbeid bij de start. Wat heb ik daarin nog te leren?

Daar kwam hij gaandeweg wel achter.

Gaande de lessencyclus kreeg hij in de gaten dat het methodisch voeren van gesprekken iets anders is dan wat je doet, als je in het dagelijks leven gesprekken voert.

Hij startte als onbewust onbekwaam. Maar werd zich er al snel van bewust dat er nog heel wat bij te spijkeren viel. Hij werd bewust onbekwaam.

Gaande de lessen werd dat bewust bekwaam. Het ging goed, maar nog niet helemaal vanzelf.

Voor dat laatste moet je ‘vlieguren’ kunnen maken. Pas dan hoef je er niet meer over na te denken en ben je onbewust bekwaam.

 

 

Met betrekking tot hun kwaliteiten zou je veel mensen onbewust bekwaam kunnen noemen.

 

Ze zijn zich niet bewust van de kwaliteiten die ze hebben. Of ze zijn zich er maar ten dele van bewust.

Sterker nog, ze zijn geneigd om hun positieve persoonskenmerken, karaktertrekken en wat ze kunnen maar gewoon te vinden. Terwijl ze dat over het algemeen niet zijn.

Het is dus de kunst om je bewust te worden van wat je te bieden hebt, van jouw kwaliteiten.

Zodat je van onbewust bekwaam kunt komen tot bewust bekwaam.

Pas dan kun je je overtuigd en overtuigend profileren met je kwaliteiten. En daarmee vergroot je je kansen op mooi werk.

 

 

Je succesverhalen; een belangrijk instrument om je kwaliteiten op het spoor te komen

 

In een eerder artikel schreef ik dat je succesverhalen de brug vormen naar jouw betekenisvolle toekomst.

Je succesverhalen zijn het instrument bij uitstek om je kwaliteiten op het spoor te komen. En om je bewust te worden van wat je te bieden hebt.

Het zelf identificeren en benoemen van eigen persoonlijke kwaliteiten is echter een hele kunst.

Zelf zie en onderken je ze niet zo snel. Juist omdat je het zelf zo ‘gewoon’ vindt zoals je bent en zoals je de dingen doet. Terwijl het niet zo ‘gewoon’ is.

 

 

Handreikingen om aan de hand van je succesverhalen te komen van onbewust bekwaam naar bewust bekwaam

 

Kwaliteiten van anderen zie je meestal makkelijker dan je eigen kwaliteiten.

Het leukste en het productiefste is dan ook om samen met anderen met succesverhalen aan het werk te gaan.

Ik geef je een paar tips voor de procedure:

  • Vraag enkele (1-3) vrienden of werk-vind-maatjes of ze zin hebben om samen met jou met succesverhalen te gaan werken.
  • Vraag, voordat je daadwerkelijk met elkaar aan het werk gaat, aan iedereen om één of twee succesverhalen te schrijven. Gebruik voor het schrijven van die verhalen mijn stappenplan.
  • Ga op een rustige plek bij elkaar zitten, zodat je geconcentreerd en lekker kunt werken.
  • Een iemand leest zijn verhaal voor. Stel dat jij begint. Lees je verhaal helemaal voor zonder onderbrekingen. Lees het dan eventueel nog een keer voor en laat je vrienden vragen stellen, als ze die hebben.
  • Als jij voorleest dan kunnen de anderen alvast beginnen met het opschrijven van de kwaliteiten die ze horen in je verhaal.
  • Na het voorlezen schrijf je ook zelf op welke kwaliteiten naar jouw idee blijken uit jouw verhaal.
  • Probeer de kwaliteiten specifiek te benoemen.
  • Als iedereen klaar is met schrijven, lees je als verhaalverteller voor welke kwaliteiten je zelf opgeschreven hebt.
  • Daarna vertellen de anderen welke kwaliteiten ze hebben opgeschreven naar aanleiding van jouw verhaal.
  • Het is handig om de verhalenverteller de opgeschreven kwaliteiten dan ook daadwerkelijk te geven.
  • Als je de kwaliteit die je toegeschreven wordt niet begrijpt, vraag dan om uitleg. Het mooie van het samenwerken met anderen is dat zij kwaliteiten zien die jij niet ziet. Een ander ziet als kwaliteit wat jij als gewoon, als vanzelfsprekend vindt.
  • Daarna is de volgende persoon aan de beurt en volgt de groep dezelfde procedure.

 

In één verhaalronde merk je al het positieve effect van het samen met anderen aan het werk gaan met succesverhalen.

Niet alleen zien anderen eerder jouw kwaliteiten. Ze zijn daarover ook positiever. En gegarandeerd, gaande de rit word je steeds meer bewust bekwaam.


En heb je geen maatjes om samen mee aan het werk te gaan?

Dan is het de kunst om te kijken naar je successen door de ogen van een ander.

In een vorig artikel gaf ik je daarvoor al een aantal tips.

 

 

Zo realiseer je je steeds beter wat jij te bieden hebt. En word je van onbewust bekwaam, bewust bekwaam.

Zoals een van de deelnemers aan de 3-daagse training aangaf: “Het is echt een lekker gevoel als je je eigen competenties helder in beeld hebt”.

 

 

 

Wil je weten wat de vervolgstappen zijn van het werken met succesverhalen? 

Lees het in mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

 

Kun je in het proces van het werken met succesverhalen wel wat hulp en begeleiding gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) met gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

 

 

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; als broertje en zusje een gevaarlijk span

Hoe je succesvol de confrontatie aangaat met ‘ja-maar’ en ‘gewoon’

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; je zult ze maar samen tegenkomen op je pad.

Zie er dan maar eens aan voorbij te gaan.

Wist je dat ze familie zijn van elkaar? Min of meer broertje en zusje?

Het is echt niet zo’n lekker span. Nee, ze kunnen je behoorlijk in de weg zitten. Zeker als ze met z’n tweeën zijn.

Helaas is dat vaak het geval. Ze trekken graag samen op. Want samen zijn ze sterk.

Ze zijn sterk in het dwarsbomen en verlammen van wie ze tegenkomen. En het is alsof ze een extra zintuig hebben voor hun prooi.

Zijn ze eenmaal op je pad, dan is het moeilijk om ze kwijt te raken.

Ze hebben de neiging om aan je te blijven plakken. Je moet van goede huize komen, wil je ze van je af kunnen schudden.

Maar ben je ze eenmaal kwijt, dan voelt dat als een overwinning. Dat sterkt je zelfvertrouwen.

Kom je ze een volgende keer dan weer tegen?

Alle kans dat ze met een grote boog om je heen lopen. Wetend dat ze jou toch niet meer te pakken krijgen.

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; als broertje en zusje een gevaarlijk span

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’ zijn als broertje en zusje

 

In een van mijn vorige artikelen beschreef ik hoe een uitspraak als “Ik ga het nu gewoon doen” in negatieve zin je gedrag kan beïnvloeden.

Vooral als je eigenlijk weet dat het voor jou niet gewoon is. Dat er volop obstakels zijn op je weg. Obstakels of hobbels die je moet zien te trotseren.

 

Die obstakels dringen zich als vanzelf aan je op.

Vaak in de vorm van ja-maar’s:

“Ja maar, ik heb geen opleiding gedaan in die richting.”

“Ja maar, wie heeft daar geld voor over?”

“Ja maar, ik ken niemand binnen dat bedrijf.”

“Ja maar, er zijn nauwelijks vacatures in die richting.”

 

Vaak ben je je er niet van bewust wat je ermee zegt.

En zeker niet van wat ja-maar met je doet.

Net als gewoon doen kan ja-maar je behoorlijk verlammen. Met als gevolg dat je niet in actie komt.

Met ja-maar ontkracht je jezelf en verklein je je kansen op succes. In een van mijn vorige artikelen kun je nog eens nalezen hoe dat werkt.

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’ hebben dan ook veel met elkaar gemeen. Ze zijn echt familie van elkaar. Ze zijn broertje en zusje. En ze trekken veel samen op.

 

 

Hoe je met ja-en succesvol de confrontatie aangaat met ja-maar

 

Ja-en zet je aan tot handelen en vergroot daardoor jouw kans op succes.

“Ja-en, ik heb geen specifieke opleiding in die richting gedaan, maar ik kan wel mijn expertise laten blijken.”

“Ja-en, door goed mijn onderzoek te doen krijg ik boven water welke partijen gebaat zijn bij mijn aanbod en er dus geld voor over hebben.”

“Ja-en, ik onderzoek in mijn netwerk wie me in contact kan brengen met iemand die werkt in of voor dat bedrijf.”

“Ja-en, solliciteren naar aanleiding van vacatures is ook niet dé weg. Ik ga gesprekken aan om de 70% aan werk die ‘onder water zit’ boven water te krijgen.”

 

Kijk je vanuit de positie van ja-en, dan ben je gericht op kansen en mogelijkheden.

En alle kans dat je je doelen daadwerkelijk realiseert.

Dat heeft deels te maken met selffulfilling prophecy. Maar ook met het psychologisch mechanisme van intern en extern attribueren.

 

 

Als jij denkt dat iets voor jou mogelijk is, dan zul je er vol voor gaan

 

Heb je een positief zelfbeeld?

Zo ja, dan ben je bij tegenslag eerder geneigd om die toe te schrijven aan externe factoren of aan pech. “Jammer dan, een volgende keer beter”, zal je reactie zijn.

Heb je een negatief zelfbeeld en zit het even tegen?

Dan ben je eerder geneigd om je mislukking toe te schrijven aan jezelf: “Zie je nou wel, dat ik het niet kan”, of “zie je wel, dat ze geen behoefte hebben aan mensen zoals ik”.

Een groot risico ligt dan op de loer. Want als jij denkt dat je het toch niet kunt of dat men toch niet zit te wachten op mensen zoals jij, waarom zou je je dan nog inspannen om het tegendeel te bewijzen?

Zo wordt de vicieuze cirkel in gang gezet.

En zo raak je ja-maar niet kwijt.

Integendeel, ja-maar blijft op je schouder zitten en blijft in je oor fluisteren waar en wanneer die maar kan.

 

 

Een krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’

 

Een helder beeld hebben van het werk dat je wilt doen is een krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’.

Zoals Herna Verhagen, CEO van PostNL, aangaf in een interview in Intermediair Magazine:

“Zolang je je dromen achternagaat is iedereen tot heel veel in staat.”

Zij laat zich daarin inspireren door een uitspraak van Nelson Mandela: “The future belongs to those who believe in their dreams”.

In 2014 werd Herna Verhagen door Opzij uitgeroepen tot machtigste vrouw van Nederland.

In het interview met haar:

“Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan, maar ik was me wel op jonge leeftijd al bewust van mijn drijfveren. Al rond mijn vierde had ik de drive om de dingen de volgende dag beter te doen. Die drive is onlosmakelijk aan me verbonden. Het maakt ook dat ik gemakkelijk een knop kan omzetten bij tegenslagen.”

 

Je bewust zijn van wat je te bieden hebt is een ander krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’.

Naast het hebben van een helder beeld van het werk dat je wilt doen.

Het is mijn ervaring als coach dat het niet voor iedereen even gemakkelijk is om zijn kwaliteiten daadwerkelijk als kwaliteiten te zien.

Ook bij het destilleren van kwaliteiten uit succesverhalen ligt het gevaar van iets gewoon vinden op de loer.

Meer daarover lees je in mijn volgende artikel.

 

 

 

Heb jij nog geen helder beeld van wat je te bieden hebt?

En van waar jij warm voor loopt en hoe jouw droombaan eruitziet?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?‘ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

 

 

 

Tips hoe je je impostergevoelens kunt overwinnen

Hoe je kunt voorkomen dat je in je valkuil stapt

 

In hoeverre herken je impostergevoelens bij jezelf?

Voel je je onzeker en denk je dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt? Dat je je mooier, beter, succesvoller voordoet dan je bent?

Heb je er misschien zoveel last van, dat het je belemmert in je loopbaan?

Dan is het tijd om de koe bij de horens te pakken en voor jezelf een actieplan te maken, hoe je impostergevoelens te overwinnen.

In mijn vorige artikel heb je kunnen lezen dat beschermingsmechanismen tegen onzekerheid je niet gaan helpen. Integendeel, je wordt er alleen maar onzekerder van.

Wil je je onzekerheid aanpakken en je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk om je vertrouwen te ontwikkelen en heel kritisch te kijken naar je competenties en wat je daarmee hebt bereikt. En te leren hoe je het imposter syndroom de baas kunt worden.

In mijn artikel geef ik je daarvoor een aantal tips.

 

Tips hoe je je impostergevoelens kunt overwinnen

 

Hoe je je vertrouwen in eigen kunnen kunt vergroten

 

Vertrouwen in eigen kunnen is niet identiek aan zelfvertrouwen. Ook al worden de begrippen ten onrechte volop door elkaar gebruikt.

Zelfvertrouwen zegt meer in zijn algemeenheid iets over het vertrouwen in jezelf.

Vertrouwen in eigen kunnen, zelfeffectiviteit kun je zien als een specifiek zelfvertrouwen. Dat gaat over het kunnen maken van een adequate inschatting of je als individu de kwaliteiten hebt om een bepaald doel te bereiken.

In een van mijn vorige artikelen kun je dat nog eens nalezen.

Met name dat vertrouwen in eigen kunnen is bij mensen die last hebben van impostergevoelens niet groot. Zij zijn voortdurend bang dat ze door de mand vallen en ontmaskerd worden.

 

Wil je concrete tips om je kans op succes te vergroten door je vertrouwen te ontwikkelen? Klik dan hier.

 

 

Hoe je ingaat tegen innerlijke twijfel

 

Het imposter syndroom manifesteert zich met name als stemmetje in je hoofd. Dat zegt bijvoorbeeld “Je bent echt niet zo goed als je zelf denkt.” Of “Wanneer zullen ze het ontdekken?”

Heb je veel last van impostergevoelens, dan ben je er waarschijnlijk heel goed in om ‘jezelf de grond in te boren’. En kun je naar je eigen kritische oordeel maar weinig ‘goed’ doen.

Is je Innerlijke Criticus heel sterk aanwezig, dan kijkt en luistert hij voortdurend mee en geeft kritisch commentaar op alles wat je denkt, doet of had moeten doen.

Wil je je onzekerheid aanpakken en je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk om het stemmetje of misschien wel de stemmetjes in je hoofd te herkennen.

En vervolgens bijvoorbeeld die Innerlijke Criticus te negeren, van repliek te dienen of de mond te snoeren.

Heb je veel last van stemmetjes in je hoofd en wil je die leren hanteren? Lees het boekje ‘Ik (k)en mijn ikken’ er eens op na.

 

 

Hoe je te hard werken voorkomt

 

Je persoonlijke missie scherp hebben en op basis daarvan prioriteiten stellen is dé manier om te hard werken te voorkomen.

Met regelmaat spreek ik klanten die worstelen met de balans tussen hun werk en hun privéleven.

Vaak heeft die problematiek te maken met te hard werken in hun werk. Soms ook wel met privé te veel hooi op hun vork nemen.

Je bewust worden van je levensrichting en van wat er voor jou werkelijk toe doet, helpt je om keuzes te maken en te gaan voor wat werkelijk belangrijk voor je is, jouw persoonlijke missie.

Heb je je persoonlijke missie scherp, dan helpt dat om je prioriteiten te stellen en daar in je timemanagement rekening mee te houden.

Heb je je persoonlijke missie nog niet zo scherp? Ga dan aan het werk om je missie helder te krijgen.

 

 

Hoe je je successen toe-eigent

 

Mensen die veel last hebben van impostergevoelens zijn geneigd om hun successen toe te schrijven aan externe factoren. Vaak onterecht.

Misschien heb je dat gelezen in mijn vorige artikel.

Graag deel ik met je een tip van een van mijn netwerkcontacten. Als promovendicoach begeleidt zij promovendi op verschillende vlakken. Vaak is het belangrijkste onderdeel, hoe om te gaan met onzekerheid over je eigen prestaties.

Haar tip met betrekking tot het je toe-eigenen van successen:

Houd een poosje bij hoe je van tevoren tegen een bepaalde taak aankeek en hoe het uiteindelijk verlopen is.

  • Wat verwachtte je van jezelf?
  • Is die verwachting uitgekomen?
  • Als je succesvol bent geweest, waar lag dat dan aan?
  • Schrijf op wat je denkt en toets die gedachte vervolgens. Had je echt puur geluk? Was het inderdaad toeval? Of heb je zelf dingen gedaan die tot het resultaat hebben geleid?

 

 

Hoe je ervoor zorgt dat je goed in vorm komt en blijft

 

Het imposter syndroom de baas worden, wordt moeilijk als je niet fit bent. Wil je je impostergevoelens overwinnen, dan is het belangrijk dat je ervoor zorgt dat je letterlijk goed in je vel zit.

Vreneli Stadelmaier noemt in haar boek vier tips:

  1. Train je hersens, bijvoorbeeld met meditatie, mindfulness of yoga.
  2. Ga sporten. Dat is goed voor je zelfvertrouwen. Bovendien worden door sporten dopamine en serotonine aangemaakt en die stoffen zorgen ervoor dat je je gelukkiger voelt en minder gaat piekeren.
  3. Eet gezond en zorg voor voldoende slaap.
  4. Maak tijd voor vrienden/vriendinnen. En niet alleen voor de gezelligheid. Kennelijk maak je door ‘het leven’ met vrienden of vriendinnen te bespreken oxytocine aan. Die stof vergroot je geluksgevoel en vermindert je zorgelijkheid.

 

 

Overwinnen van impostergevoelens doe je niet zomaar even

Het imposter syndroom is hardnekkig.

Ik zie dat soms ook bij coachklanten. Het is iets dat je in de loop van jaren hebt opgebouwd. Dat heb je niet zomaar weer afgebroken.

 

Zoals uit mijn tips blijkt, is er ook geen rechtlijnige oplossing voor het syndroom.

Daarvoor spelen te veel factoren een rol bij het in stand houden van het syndroom.

Ik schat in dat het je al veel ruimte geeft, als je op onderdelen winst weet te behalen. Zodat je minder of geen echte last meer hebt van je impostergevoelens.

 

Wil je je impostergevoelens overwinnen?

Zorg dan voor een buddy. Of laat je begeleiden door een goede coach.

 

 

Heb je zelf ervaring met het overwinnen van impostergevoelens? Als buddy, coach of als iemand die zelf last heeft gehad van die gevoelens?

En wil je die ervaring delen?

Ik lees het graag.

 

 

 

 

 

Hoe beschermingsmechanismen je steeds onzekerder maken

Laat je niet verlammen door het imposter syndroom

 

Het is allemaal niet zo vreselijk ingewikkeld, een beetje bluf dus.”

Met lang niet alles wat gevraagd wordt in de vacatureomschrijving heeft Eric ervaring. Maar hij laat zich niet afschrikken. Zo spannend is het niet voor hem.

Voor Margriet is dat anders. Super spannend vindt ze het. “Wat ik allemaal gedaan heb, stelt niet zoveel voor. Ik kan eigenlijk niets bijzonders. Succesverhalen heb ik dan ook niet.”

Wist je dat vrouwen over het algemeen eerder geneigd zijn om op zeker te spelen dan mannen? Dat veel vrouwen bijvoorbeeld 100% zeker willen weten dat ze een functie aan kunnen, voordat ze reageren op een vacature?

En mannen? Die denken kennelijk veel eerder dat ze het wel kunnen. Zoals Eric zegt “Zo vreselijk ingewikkeld is het allemaal niet.

Met name succesvolle vrouwen kunnen last hebben van wat men noemt het imposter syndroom. Dat kan hen aardig in de weg zitten. Vooral ook met betrekking tot hun loopbaan.

Ze worden voortdurend gekweld door de angst dat ze ontmaskerd worden. Ze zijn bang dat anderen (en zijzelf) erachter komen dat ze niet competent genoeg zijn. Terwijl ze wel hun best doen om competent over te komen.

Ze ontwikkelen allerlei mechanismen om die ontmaskering te voorkomen. Daarbij realiseren ze zich niet, dat ze daarmee het risico lopen in een negatieve spiraal terecht te komen. Hoe dat werkt, lees je in mijn artikel.

Overigens is het imposter syndroom beslist niet alleen een vrouwending. Ook mannen kunnen er behoorlijk last van hebben.

 

Hoe beschermingsmechanismen je steeds onzekerder maken

 

Het imposter syndroom gaat over onzekerheid

 

Die onzekerheid heeft te maken met het feit dat je denkt dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt. Dat je je mooier, beter, succesvoller voordoet dan je bent.

Terwijl je eigenlijk heel goed weet dat je wel iets kunt, op basis van wat je hebt gepresteerd. Zelfs op basis van harde feiten. Maar kennelijk heb je die prestaties niet of in elk geval onvoldoende geïnternaliseerd.

Je bent geneigd om je successen toe te schrijven aan externe factoren. Bijvoorbeeld pech of geluk of hulp van anderen. Zoals we dat dan noemen; je bent geneigd om extern te attribueren. Daarover later meer.

Een ander punt kan zijn, dat je geneigd bent de zwaarte van de taak te bagatelliseren. “Ach, het schrijven van die juridische teksten stelt niets voor.” Daarbij voorbijgaand aan het feit dat niet iedereen dat zomaar kan en even goed doet.

 

In een traject bij Life\Work Design komt dan al gauw naar voren dat je toch heel wat moet kennen, kunnen en zijn om zo’n in jouw ogen gemakkelijk klusje naar behoren te klaren.

Het je daadwerkelijk toe-eigenen van die kwaliteiten is dan een volgende stap. Voor iemand die regelmatig last heeft van gevoelens van het imposter syndroom is dat moeilijk.

Je bent bang dat anderen door het plaatje dat je voorspiegelt heen prikken. En dat je genadeloos door de mand valt.

Dat wil je krampachtig voorkomen en daar heb je dan je mechanismen voor. Ook al ben je je daarvan misschien lang niet altijd bewust.

 

 

Mechanismen om ontmaskering te voorkomen

 

Wist je dat symptomen van het imposter syndroom meer voorkomen dan je denkt?

Dat 75% van de vrouwen gevoelens van het imposter syndroom bij zichzelf herkent? Dat zelfs 30% van de vrouwen aangeeft er regelmatig last van te hebben?

Voor mannen liggen die percentages respectievelijk op 50 en 9%. Een aanmerkelijk verschil dus.

De cijfers geven overigens wel aan, dat de symptomen ook heel duidelijk kunnen spelen bij mannen.

 

Welke mechanismen zet men dan in om ontmaskering te voorkomen? Bewust of onbewust. Kijk maar eens wat je daarvan herkent.

 

Om te voorkomen dat je door de mand valt kan het zijn dat je harder gaat werken. Nog harder dan je wellicht al deed.

Dat je bijvoorbeeld ongezond perfectionistisch wordt.

Niet voor niets noem ik het ongezond. Want streven naar perfectionisme, uit angst om door de mand te vallen of uit twijfel aan eigen competenties, is beslist niet gezond. Je kunt jezelf daarmee aardig voorbijlopen en uiteindelijk kan het leiden tot burn-out.

 

Een ander beschermingsmechanisme om te voorkomen dat je door de mand valt, is uitdagingen vermijden.

Als je niet hoog grijpt, dan kun je ook niet diep vallen. In elk geval niet zo diep dat je door de mand valt.

Het voelt veilig om uitdagingen uit de weg te gaan. Bijvoorbeeld vooral niet in de schijnwerpers te gaan staan. Want stel je voor, ze zouden je wel eens kunnen ontmaskeren als je op de voorgrond treedt.

 

Maar die beschermingsmechanismen gaan je niet helpen. Integendeel, ze leiden ertoe dat je alleen maar onzekerder wordt. En dat je impostergevoelens dus sterker worden.

 

 

Hoe mechanismen om ontmaskering te voorkomen je nog onzekerder maken

 

In een eerder artikel schreef ik over intern en extern attribueren.

Attributie heeft te maken met het toeschrijven van het resultaat van je gedrag aan factoren in jezelf (interne attributie) of factoren buiten jezelf (externe attributie).

Heb je veel last van impostergevoelens, dan ben je geneigd om je successen toe te schrijven aan externe factoren. Bijvoorbeeld dat je toevallig geluk had. Of dat de taak niet zo moeilijk was als je had gedacht.

Mislukking daarentegen ben je eerder geneigd om toe te schrijven aan jezelf. “Zie je wel, ik kan dat gewoon ook niet goed. Voor mij is dat te hoog gegrepen.” Terwijl het best kan zijn, dat de omstandigheden ongunstig waren of de taak onvoldoende scherp was gedefinieerd.

 

Hoe komt het dan dat de afweermechanismen je nog onzekerder maken?

 

Neem als voorbeeld nog harder werken.

Dat harde werken leidt mogelijk tot het gewenste resultaat. Het is dus succesvol. Maar wat gebeurt met de betreffende persoon?

Die eigent zich dat succes niet toe. Die is geneigd om het succes toe te schrijven aan het harde werken. Of misschien zelfs wel geluk of hulp van anderen. In elk geval niet aan eigen competenties, haar kwaliteiten.

Bij een volgende uitdaging kan ze dus ook niet terugvallen op haar competenties. Voor haar gevoel is een volgend succes weer afhankelijk van externe factoren.

Ze is dus weer onzeker en bang dat het haar niet gaat lukken. Misschien is ze zelfs onzekerder dan de vorige keer.

 

Wat er gebeurt als je uitdagingen uit de weg gaat.

Ga je uitdagingen uit de weg, dan kun je ook geen successen ervaren. Dat betekent dat je niet kunt ervaren waar met name jouw competenties liggen, waar je goed in bent.

Dat je ook niet kunt experimenteren om te ontdekken wat wel of niet bij je past. Terwijl het je misschien wel aantrekt.

Dat maakt je nog onzekerder over wat je te bieden hebt, terwijl je je al onzeker voelt.

 

 

Ga uitdagingen dus niet uit de weg. Zie ze als een kans. Wees je bewust van wat je te bieden hebt en eigen je je kwaliteiten toe.

 

In een volgend artikel geef ik je tips hoe je het imposter syndroom tegen kunt gaan. En hoe je kunt voorkomen dat je in die valkuil stapt.

 

 

Voel jij je onzeker over wat je te bieden hebt?

Kun je wel wat hulp gebruiken bij het in kaart brengen van je kwaliteiten?

Neem gerust contact met me op voor het maken van een afspraak voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

 

 

Inzicht geeft uitzicht; ook met betrekking tot je loopbaan

Hoe inzicht uitzicht geeft op mooi werk, werk dat optimaal bij je past

 

“Ik wil, ik wil, ik weet niet wat ik wil.”

En als je niet weet wat je wilt, dan zul je het ook niet gauw vinden.

Dat geldt voor veel zaken, maar ook voor je loopbaan.

 

“Maar hoe krijg ik inzicht in wat ik wil?”

Die vraag is niet makkelijk te beantwoorden. Vooral omdat er legio factoren een rol spelen, wil je komen tot een goed en passend antwoord op jouw vraag met betrekking tot wat jij wilt.

Wat zijn bijvoorbeeld jouw kwaliteiten, drijfveren, interesses, waarden, voorkeuren, aversies, doelen, jouw persoonlijke missie?

Goed inzicht in die factoren en het samenspel daartussen, geeft uitzicht op wat jij wilt. Uitzicht op het profiel van jouw ideale werk, het werk dat optimaal bij je past.

Wil je jouw ideale werk vervolgens dan ook realiseren?

Dan heb je bijvoorbeeld nog inzicht nodig in jouw concrete mogelijkheden op de arbeidsmarkt en inzicht in hoe je jouw ideale werk daadwerkelijk kunt realiseren.

En al die inzichten tezamen geven uitzicht op voor jou mooi werk.

In mijn artikel help ik je op weg.

 

Inzicht geeft uitzicht, ook met betrekking tot loopbaan

 

Inzicht in wat je te bieden hebt, geeft uitzicht op werk dat past bij jouw kwaliteiten

 

Waar ben je goed in? Waar liggen met name jouw kwaliteiten? En welke kwaliteiten zet je het liefst in, in het werk dat je doet?

Zorg dat je daar inzicht in hebt. Zo’n goed inzicht dat je er overtuigd en overtuigend over kunt communiceren.

Zorg ook dat je inzicht hebt in de resultaten die jij met jouw kwaliteiten hebt neergezet. Zodat een potentiële werkgever of opdrachtgever inzicht krijgt in wat inzet van jouw kwaliteiten hem oplevert.

Die inzichten geven jou uitzicht op werk waarin jouw kwaliteiten optimaal tot hun recht komen en waarin jij jouw kwaliteiten optimaal kunt ontwikkelen.

 

 

Inzicht in jouw persoonlijke biotoop, geeft uitzicht op een werkomgeving waarin je tot bloei komt

 

Net als een plant hebben wij mensen onze voorkeuren en aversies met betrekking tot onze leef- en werkomgeving.

Waar de een bijvoorbeeld goed gedijt in een grote kantoortuin met gezellig geroezemoes van collega’s, kan het zijn dat een ander alle zeilen moet bijzetten om zich te concentreren op zijn werk. Met als gevolg dat zijn werk hem veel energie kost en hij zijn accu helemaal leeg trekt.

En waar de een goed gedijt in een competitieve omgeving met uitdagende targets, kan het zijn dat een ander in zo’n omgeving helemaal ten onder gaat. Verlamd door de stress, die het halen van de targets bij hem oproept.

Heb jij inzicht in wat jij nodig hebt om goed te gedijen en wat je zou moeten vermijden? Dan heb je uitzicht op een omgeving waarin jij optimaal tot bloei komt.

 

 

Inzicht in waar jij warm voor loopt, jouw persoonlijke missie, geeft uitzicht op werk dat optimaal bij je past

 

Wat betekent werk voor jou? En welke bijdrage wil jij leveren met het werk dat je doet?

Heb je inzicht in wat werk voor jou betekent en kun je dat inzicht vertalen naar criteria met betrekking tot werk? Dan draagt dat inzicht bij aan uitzicht op werk dat optimaal bij je past.

En heb je inzicht in wat jou drijft in werk en dus in de bijdrage die jij wilt leveren met je werk? Dan heb je uitzicht op werk dat je energie oplevert, in plaats van dat het je energie kost.

 

 

Inzicht in hoe het profiel van het voor jou ideale werk eruitziet, geeft uitzicht op het realiseren van jouw ideale werk

 

Kun jij geen helder antwoord geven op de vraag ‘Naar wat voor werk ben je op zoek?’, dan vergroot je de kans dat je teruggestuurd wordt met het advies om nog eens goed na te denken over wat je nu eigenlijk wilt.

Heb je wel een helder antwoord op die vraag? Dan vergroot je de kans dat je dat werk ook daadwerkelijk kunt bemachtigen. Want je hebt meer uitzicht op een baan als je focust op je ideale baan.

 

 

Inzicht in behoeften op de arbeidsmarkt geeft uitzicht op voor jou concrete mogelijkheden

 

En dus van waar mensen zoals jij nodig zijn.

Dat voorkomt bijvoorbeeld dat je focust op banen waar geen behoefte (meer) aan is. Of op banen met honderden concurrenten. Of op banen waarvan je bij voorbaat weet dat je moet concurreren met mensen met beslist betere papieren dan jij.

Goed inzicht in ontwikkelingen en behoeften op de arbeidsmarkt maakt dat je daarop kunt sturen en flexibel kunt meebewegen. En zo vergroot je het uitzicht op passend werk.

 

 

Inzicht in succesvolle en beproefde strategieën en loopbaanvaardigheden geeft uitzicht op een efficiënte en effectieve marktbenadering

 

Zodat je niet al je tijd verdoet met traditioneel solliciteren, maar proactief en doelgericht werk maakt van het voor jou ideale werk.

Leer denken en handelen als een ondernemer, zodat je jezelf, jouw Ik BV, als product of dienst succesvol in de markt kunt zetten. Ook al werk je gewoon in loondienst.

 

 

Kortom

 

Realiseer je dat inzicht in genoemde punten uitzicht geeft op mooi werk.

En dat je dat werk dan binnen een afzienbaar tijdsbestek kunt realiseren. Op een efficiënte en effectieve manier.

 

Mis je inzichten in genoemde punten?

Dan heb je uitzicht op een kleine kans dat je werk realiseert dat optimaal bij je past.

Of heb je mogelijk uitzicht op lang zoeken naar passend werk. Misschien geen uitzicht op passend of erger nog, helemaal geen werk.

 

Wees dus slim en zorg dat je genoemde inzichten verwerft.

 

 

 

Kun je wel wat hulp gebruiken bij het verwerven van genoemde inzichten?

Neem gerust contact met me op. Graag maak ik tijd voor je vrij om je vragen te beantwoorden.

 

 

 

 

Hoe je ervoor zorgt dat je werk werkt als een dynamo

Hoe je je accu oplaadt door inzet van jouw ‘top five’

 

“Ik hoop een nieuwe start te kunnen gaan maken met nieuwe energie en motivatie, iets wat nu ver te zoeken is…….”

Zo mailde me een potentiële klant.

Zit je niet goed op je plek in je werk, dan kost dat inderdaad veel energie. Zoveel energie dat je na een werkdag wellicht uitgeblust thuiskomt. Te moe, om wat dan ook nog op te pakken.

Dat wordt anders, als je werk doet dat optimaal bij je past.

Je kunt het je misschien niet voorstellen, maar dan hoeft werk je geen energie te kosten. Integendeel, het levert je energie op.

Als je werk doet dat écht bij je past, dan werkt dat werk als een dynamo. Je laadt je accu ermee op.

Of je werk optimaal bij je past, heeft onder andere te maken met welke kwaliteiten van jezelf, jij inzet in je werk. Het is het mooist als je jouw top five kunt inzetten in het werk dat je doet.

Want dan kost je werk je niet alleen minder energie, het levert je zelfs energie op, doordat je werk werkt als een dynamo.

Meer daarover lees je in mijn artikel.

 

Hoe je ervoor zorgt dat je werk werkt als een dynamo

 

Wil je dat je werk werkt als een dynamo? Zorg dan dat je je kwaliteiten helder hebt.

 

Waar ben je met name goed in? Wat gaat jou zo goed af, dat je het bijna als vanzelf doet? Dat je het zelf misschien niet eens meer onderkent als een kwaliteit?

Als je je échte kwaliteiten kunt inzetten in het werk dat je doet, dan kost je dat minder energie dan wanneer je kwaliteiten inzet die je je met veel moeite hebt eigen gemaakt.

Zo vertelde iemand mij laatst dat hij jarenlang teveel op zijn tenen had gelopen. Dat hij van zichzelf niet zo analytisch was. Hij had zich, ook gestimuleerd door zijn omgeving, die vaardigheid wel eigen gemaakt. En zette die ook volop in, in zijn werk.

Omdat het analytische niet van nature in hem zat, kostte het werk hem veel energie. Bij tijd en wijle was hij ook bang om door de mand te vallen. Bang dat men in de gaten kreeg, dat hij eigenlijk niet zo analytisch was.

Om dat te voorkomen zette hij zich nog meer in voor zijn werk. Dat werd nog versterkt doordat het leveren van kwaliteit voor hem een belangrijke drijfveer was.

Helaas uiteindelijk resulterend in een burn-out.

 

Waar liggen met name jouw kwaliteiten? Welke activiteiten gaan jou zo gemakkelijk af dat je ze als het ware als vanzelf doet?

Kun je bij het in kaart brengen van je kwaliteiten nog wat handreikingen gebruiken? Lees mijn artikel over het werken met succesverhalen.

 

 

Wil je dat je werk werkt als een dynamo? Zorg dan dat je kwaliteiten inzet waar je graag mee bezig bent.

 

Een paar kanttekeningen wil ik daarbij maken.

Met regelmaat hoor ik dat mensen denken, dat als je goed bent in iets, dat je het dan ook leuk vindt om te doen.

Dat is een misverstand, want dat hoeft lang niet altijd zo te zijn.

Zo ben je misschien goed in organiseren en coördineren van zaken. Maar moet je er niet aan denken dat je van die kwaliteiten je werk zou moeten maken.

Veel liever ben je met andere zaken bezig, ook al zien mensen in jouw omgeving jou heel makkelijk in een coördinerende rol of functie.

 

Het is ook niet zo, dat als je iets leuk vindt om te doen, dat het dan voor de hand ligt om er gelijk je werk van te maken.

Zo herinner ik me een deelnemer aan een van mijn trainingen. Ze was heel creatief met haar hobby.

“Waarom maak je daar je werk niet van?”, zo kreeg ze kennelijk met regelmaat te horen. “Maar dat wil ik helemaal niet”, was haar reactie.

Aan haar stem was te horen hoe boos ze er nog over kon worden.

 

Als je iets leuk vindt, dan wil dat nog niet altijd zeggen dat je er ook goed in bent.

Door menigeen wordt aangenomen dat iets leuk vinden per definitie inhoudt dat je er ook goed in bent. Dat hoeft helemaal niet zo te zijn.

En vind je iets leuk, maar ben je er niet goed in, dan kan het werk je meer energie kosten dan het je oplevert. En uiteindelijk trek je je accu dan leeg.

 

 

Wil je dat je werk werkt als een dynamo? Zet je top five dan in, in je werk.

 

Kom tot een gewogen rangordening van je kwaliteiten.

Welke zijn de kwaliteiten die je relatief het liefste inzet? En welke kwaliteiten  zijn relatief jouw sterkste kwaliteiten?

Door je kwaliteiten te rangordenen op deze twee aspecten kom je tot jouw ‘top five’; een gewogen rangordening van de kwaliteiten die je relatief het liefste inzet in je werk en waarin je relatief het beste bent.

Als je die kwaliteiten kunt inzetten in het werk dat je doet, dan werkt dat als een dynamo. Je laadt je accu ermee op.

 

 

Hoe je komt tot een gewogen rangordening van je kwaliteiten

 

Ik help je graag op weg met een stappenplan.  

 

Stap 1: ‘Welke kwaliteiten zet je het liefst in, in je werk’?

Pak je lijst met kwaliteiten.

Heb je die nog niet, breng dan eerst jouw kwaliteiten in kaart.

Bekijk jouw kwaliteiten en schrijf op welke kwaliteit je het liefst inzet in je werk. Welke kwaliteit komt op de tweede plaats? En welke op de derde? En op de vierde? Ga zo door tot je al jouw kwaliteiten een plek hebt gegeven in jouw rangordening.

Geef je kwaliteiten een nummer dat correspondeert met de plek in de rangorde met betrekking tot de vraag ‘Welke kwaliteit zet ik het liefste in, in het werk dat ik doe?’.

Leg je rangordening vast.

 

Stap 2: In welke kwaliteiten ben je het beste?

Waar ben je het beste in, als je kijkt naar jouw lijst van kwaliteiten? Zet die bovenaan.

Wat vervolgens kun je het best?

Maak zo een rangordening van je kwaliteiten naar aanleiding van de vraag ‘Waar ben ik het beste in?

Het is het handigst als je voor de nummering de cijfers aanhoudt die je de kwaliteiten bij stap 1 hebt gegeven.

 

Stap 3: Het samenvoegen van de twee lijsten in één lijst, waarin de gewogen rangordening naar voren komt.

Zet je twee lijsten naast elkaar.

De twee lijsten zijn nooit helemaal hetzelfde. Zie daarvoor ook mijn onderstaande voorbeeld.

In mijn voorbeeld kun je de nummers zien als alternatief voor de namen van de kwaliteiten.

Trek nu een lijn tussen het punt waarop een kwaliteit scoort in de lijst ‘Hoe graag doe ik het?’ en het punt waarop een kwaliteit scoort in de lijst ‘Hoe goed ben ik erin?’.

Doe dat voor elke kwaliteit.

Trek dan een middenlijn tussen beide kolommen. Welke vijf kwaliteiten scoren het hoogst op de snijpunten op de middenlijn?

Die vijf zijn jouw ‘top five’.

 

Rangordening

 

Het is het mooist als die vijf terugkomen in het werk dat je doet.

Als je jouw top five in kunt zetten in het werk dat je doet, dan werkt je werk als een dynamo. Je laadt je accu ermee op.

 

 

Kun jij wel wat hulp gebruiken bij het in kaart brengen van jouw kwaliteiten?

Meld je aan voor de 3-daags training ‘Bouw je ideale loopbaan’ of neem contact met me op voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Jouw top five aan kwaliteiten en de juiste functie voor een goede match

Waarom het belangrijk is om jouw top five aan kwaliteiten heel helder te hebben om te komen tot een goede match met een functie

 

Waar je goed in bent, vind je ook leuk om te doen. Dat wordt vaak gedacht.

En wat je leuk vindt om te doen, daar ben je ook goed in.

Maar beide veronderstellingen zijn niet per definitie waar. Je kunt wel goed zijn in iets, maar of je het ook leuk vindt om die kwaliteit in te zetten, dat is nog maar de vraag.

Aan de andere kant kan het zijn dat je het leuk vindt om met bepaalde activiteiten bezig te zijn, maar dat het je niet gemakkelijk afgaat. Je bent er niet goed in.

In mijn trainingen en mijn coachtrajecten filter ik dat. Je komt dan tot een top five van jouw kwaliteiten. Dat zijn de kwaliteiten die je relatief het liefste inzet in je werk en waarin je relatief ook het beste bent.

Kun je jouw top five onvoldoende kwijt in jouw werk? Dan heb je grote kans dat je minder gelukkig bent met dat werk. Dat je het gevoel hebt dat je niet kunt groeien, bloeien en excelleren.

 

Jouw top five aan kwaliteiten en de juiste functie voor een goede match

 

Aanleiding om je te oriënteren op een volgende loopbaanstap

 

Vaak doen coachklanten een beroep op mij als loopbaancoach omdat ze zich willen oriënteren op een volgende loopbaanstap. Soms uit eigen initiatief, soms gedwongen.

In geval van eigen initiatief, ervaart betrokkene meestal onvoldoende plezier en voldoening in zijn werk. Of heeft hij het nog naar zijn zin in zijn werk, maar voorziet dat voldoening en plezier op deze plek eindig zijn.

 

 

Zo heeft een van mijn coachklanten de ervaring dat hij na een jaar of drie, hooguit vier, uitgekeken is op zijn werk en toe is aan een nieuwe uitdaging. In zijn loopbaan is hij ook al ettelijke keren veranderd van baan.

Hij vraagt zich af wat maakt dat die ervaring zich steeds herhaalt.

 

Op dit moment heeft hij het al ruim drie jaar goed naar zijn zin in zijn werk. Ook de organisatie wil hem graag behouden en faciliteert dan ook zijn loopbaantraject.

Het is de uitdaging om uit te zoeken waar het op een gegeven moment dan precies aan schort. Wat het hete hangijzer is dat hem doet switchen van baan.

Gaande het traject kregen we de vinger erachter. Met name toen zijn top five aan kwaliteiten helder werd.

 

 

De top five aan kwaliteiten als cruciale factor bij het ervaren van voldoening en plezier in je werk

 

Met triggervragen wil ik meer duidelijkheid krijgen met betrekking tot de chaos in mijn hoofd”.

Zo kwam hij bij me binnen.

Voor zijn gevoel was het chaos in zijn hoofd. Ik begrijp dat het zo kan voelen.  Maar als je die chaos door een gestructureerde aanpak weet te ontwarren, dan valt het alles mee.

 

Wat mijn coachklant betreft, blijkt het al dan niet kunnen inzetten van zijn top five aan kwaliteiten het hete hangijzer.

In die top five zitten kwaliteiten zoals:

  • Met gemak me inwerken in een voor mij nieuwe situatie, daarbij me goed voorbereiden en me laten informeren en adviseren om beslagen ten ijs te komen.
  • Welbewust investeren in het opbouwen van relaties en het winnen van vertrouwen van de klant, vanuit interesse aansluiten bij en rekening houden met wie ik voor me heb en welbewust kiezen van een insteek die daarbij past.

Bij doorpraten werd heel helder dat bijvoorbeeld bovenstaande kwaliteiten minder aangesproken worden, naarmate hij langer in een en dezelfde functie werkzaam is. Als hij dus te maken heeft met steeds dezelfde klanten en eenzelfde product.

Dat voor ogen houdend, is het op dit moment een uitkomst voor hem als hij de overstap kan maken naar een andere productgroep. Waarbij hij dan ook als vanzelf met andere klanten te maken heeft. En hij de als voorbeeld genoemde kwaliteiten weer volop in kan zetten.

 

Een ander voorbeeld van een kwaliteit in zijn top five is:

Het met overzicht en gestructureerd leiden van een vergadering of geven van een presentatie, daarbij me overtuigend en passievol presenteren, beeldend beschrijven van mijn verhaal en alert en tactisch reageren op moeilijke vragen.

Een combinatie van werken in een andere productgroep bij zijn huidige werkgever en een docentschap of gastdocentschap bij een passende hbo-opleiding spreekt hem dan ook erg aan.

Naast een parttime docentschap of gastdocentschap zou parttime begeleiden van afstudeerders, ook goed bij hem passen.

Bovendien kan dat ook van meerwaarde zijn voor zijn huidige werkgever. Dus een mooie win-win situatie.

 

 

Kortom

 

Het voorbeeld van mijn coachklant laat zien hoe belangrijk het is, dat je jouw top five aan kwaliteiten heel helder hebt om te komen tot een goede match met een functie. Zodat je plezier en voldoening ervaart in je werk.

Overigens is alleen die goede match geen garantie dat je ook op termijn goed gedijt. Om het vuurtje brandend te houden is er over het algemeen nog wat meer nodig.

Meer daarover lees je in mijn volgend artikel.

 

 

 

Heb jij nog geen helder beeld van waar met name jouw kwaliteiten liggen? 

Laat staan, wat de kwaliteiten zijn die je relatief het liefste inzet en waarin je relatief ook het beste bent?

Neem gerust contact met me op.

Gegarandeerd krijg je in een individueel loopbaantraject een helder beeld van jouw kwaliteiten en met name jouw top five.