Berichten

Ben ik goed genoeg?

Hoe streven naar perfectie leidt tot ‘ik ben nooit goed genoeg’

 

De leidende vraag in mijn leven is: ‘Ben ik überhaupt goed genoeg?’, zegt violiste Liza Ferschtman in het zomeravondgesprek in NRC. En ‘ben ik echt de beste rechtsback van het land?’ vroeg Leonne Stentler, ex voetbal international zich af.

Ben ik goed genoeg? Het is een vraag die veel mensen zich stellen op verschillende momenten in hun leven. En op verschillende levensterreinen. Om er een paar te noemen: studie, werk, sport, persoonlijk, relationeel, maatschappelijk.

De vraag Ben ik goed genoeg?, heeft te maken met al dan niet hebben van succes. Succes stamt van het Latijnse werkwoord succedere, dat slagen betekent. Slagen kun je op diverse levensterreinen. En iedereen maakt daar zijn eigen beelden bij en heeft zijn eigen meetlat om succes aan af te meten.

 

Ben ik goed genoeg?

 

Tegen de stroom in zwemmen of opgroeien in een omgeving waarin je talent gekoesterd en gevoed wordt

 

Huidig voetbal-analist Leonne Stentler haalde Ajax en Oranje, maar heeft flink tegen de stroom in moeten zwemmen om te bereiken wat ze voor ogen had. Voor een deel is ze daarin geslaagd.

Net als veel andere meiden in haar jeugd, moest ze meevoetballen met de jongens. Met het ouder worden schoof ze steeds meer naar achteren op het veld. En naar ze zelf zegt: ‘Van een technisch begaafde aanvaller ontwikkelde ik me tot dienstbare verdediger. Terwijl het belangrijk is meiden in een positie te brengen waarin ze de besten zijn, de leiders.’

Uiteindelijk brak ze door als international. Maar het gevoel ‘je bent niet goed genoeg’ zat diep in haar. Ook gevoed door nabesprekingen van wedstrijden. De teneur van een nabespreking in de kleedkamer vat ze samen als: ‘Het was goed, maar er is nog meer dan genoeg te verbeteren.’

Het is geen wonder dat je dan voortdurend een stemmetje in je hoofd hebt dat zegt: ‘Je bent niet goed genoeg.’

 

De violiste Liza Ferschtman groeide op tussen mensen die haar muzikale talent koesterden en voedden.

Naar haar zeggen is zij grootgebracht met het geloof dat een talent ten volle tot bloei dient te komen. Maar wanneer heb je je talent helemaal benut?

Liza ziet zichzelf als een harde werker, geen natuurtalent. In haar achterhoofd zit altijd de basale onzekerheid dat techniek niet haar sterkste kant zal zijn.

Ze streeft naar perfectie. Een verkeerde noot spelen is voor haar zetzelfde als een fout maken. Kennelijk kreeg ze vaak te horen dat ze een hartstochtelijk meisje was, dat nog niet alle ballen even goed in de lucht kon houden. ‘Dus dan wordt controle vanzelf belangrijk’, zegt ze.

Maar passie is voor haar nog belangrijker dan perfectie: ‘Perfectie die geen emotie uitdrukt, is nog duizendmaal erger dan een verkeerde noot spelen.’

 

Misschien herken je je in uitlatingen van Leonne of Liza, ook al ben je geen voetballer of violist.

 

 

Facetten van het woord ‘succes’

 

Volgens Peter Henk Steenhuis zijn we veroordeeld tot succes. Aldus de titel van zijn laatste boek. Met als ondertitel: op zoek naar een geslaagd leven.

Veroordeeld zegt naar mijn idee al genoeg. Alsof je een straf krijgt opgelegd.

Steenhuis raakte gefascineerd door het woord succes. We gebruiken het zo makkelijk. We gebruiken het zelfs in situaties waarin je amper een bijdrage kunt leveren aan succes. Bijvoorbeeld als je weggaat van huis voor een bezoek aan de tandarts en als boodschap bij het weggaan te horen krijgt ‘succes!’.

Eigenlijk is dat vreemd.

Ja, je kunt een bijdrage leveren aan het slagen van de behandeling door je eraan over te geven en te ontspannen, maar verder kun je beter de tandarts succes wensen.

 

Naast de positieve kanten van succes is er steeds meer oog voor en zien we de negatieve kanten, de valkuilen van het streven naar succes.

 

 

‘Ben ik goed genoeg?’, als valkuil van het streven naar succes

 

Succesvolle, mooie mensen zijn de standaard geworden. Het nieuwe mensbeeld is dat van perfectie. Met als gevolg een dwangmatig streven ernaar. En je bent nooit perfect en dus vanuit het denken van perfectie, nooit goed genoeg.

Bovendien is volgens Steenhuis door onze hang naar succes eind twintigste eeuw een nieuwe identiteit ontstaan. Kern daarvan is dat je jezelf moet maken, jij moet het maken.

Met als gevolg daarvan dat we zijn gaan denken dat de mens zich altijd zelf kán maken, als hij maar zijn best doet. En dat is niet altijd het geval. Daarvoor zijn er te veel factoren, anders dan in de persoon zelf, die daarbij een rol spelen.

Dat doet me denken aan de verzuchting van een van mijn coachklanten. ‘Ik moet mijn bestaan nog helemaal opbouwen en dat op mijn leeftijd.’ Ze vergelijkt zichzelf met een jonger gezinslid. Die heeft een goede baan, heeft een eigen huis, is al een aantal jaren getrouwd, heeft een lief kindje. En zij is nog zoekende en in haar ogen niet geslaagd op alle fronten.

Ik kan me goed voorstellen dat je je dan afvraagt ‘Ben ik goed genoeg?’ Of misschien eerder: ‘Ben ik niet goed genoeg?’

Want ben je minder succesvol, dan ben je geneigd om het gebrek aan succes te wijten aan jezelf. Terwijl de succesvollen hun succes zien als een terechte beloning voor hun eigen kwaliteiten, hun eigen inspanningen en hun eigen prestaties.

De mensen die hoog van de toren blazen daargelaten. Die matigen zich iets aan, maar kunnen het vaak niet waarmaken. Veel geschreeuw, maar weinig wol.

 

 

Tot slot

 

In het zomeravondgesprek van Liza Ferschtman en Leonne Stentler blijft voor beiden de vraag ‘Ben ik goed genoeg?’.

Liza zegt: ‘De leidende vraag in mijn leven is: ben ik überhaupt goed genoeg? Het idee dat je niet weet of je ooit weer op hoog niveau kunt spelen beangstigt me.

Het blijft laveren, zegt Liza terecht. Wanneer is je gedrevenheid nuttig en wanneer ondermijnend.’

Leonne tobt nog steeds met de vraag of het dapper of laf was om te stoppen met voetbal. Maar ze vindt het wel goed van zichzelf dat zijzelf de keuze heeft gemaakt om te stoppen en dat ze niet heeft afgewacht tot anderen dat voor haar zouden doen.

En zelf die keuze maken is krachtig.

Liza geeft te kennen blij te zijn met het gesprek. ‘Als het mij één ding geleerd heeft, dan is het dat ik ruimte moet scheppen om te kunnen zien waar ik op mijn berg sta en hoe mooi het ter plekke is.’

Als Peter Henk Steenhuis dat zou lezen, dan zou hem dat deugd doen. Want zijn boek Veroordeeld tot succes is een pleidooi voor het niet langer eenzijdig interpreteren van succes als beter, hoger, meer. En dat het goed is om gesprekken te leren voeren over wat we willen, waarin we willen slagen.

 

 

 

 

Worstel jij met de vraag ‘Ben ik goed genoeg?

Heb je onvoldoende zicht op wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt?

Neem gerust contact met me op. Via telefoon (06-54762865/ 0575-544588) of via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl).

 

En wil je samen met anderen gesprekken (leren) voeren over wat je wilt en waarin je wilt slagen?

Meld je aan voor de 3-daagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’. Na twee jaar corona is er eindelijk weer een training gepland. Ik heb er zin in!

 

 

 

 

Moederinstinct bestaat niet

De invloed van verwachtingspatronen op de rolverdeling mannen en vrouwen

 

Als vrouw is het nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of voor parttime werk. In combinatie met mogelijk deels de zorg voor de kinderen.

Een rol speelt daarbij in hoeverre vrouwen geschikter zijn om te zorgen dan mannen.

In relatie tot die vraag las ik in NRC een interessant artikel over primatoloog Frans de Waal, aan wie ook de titel van dit artikel is ontleend, over zijn kijk op mannen en vrouwen.

 

Invloed van verwachtingspatronen op rolverdeling mannen en vrouwen

 

Traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen

 

De traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen heeft denk ik nog steeds de overhand. De man is kostwinner en de vrouw is de eerstverantwoordelijke voor de zorg voor de kinderen.

En heb je als vrouw werk van behoorlijke omvang, dan nog is de man vaak degene die de meeste inkomsten binnenbrengt.

Dat doet me denken aan een uitspraak van een van mijn coachklanten. Zij had het over haar partner, als kostwinnaar. Alsof je in een relatie een soort wedstrijd hebt wie het hoogste inkomen heeft. En dus de winnaar is.

Toch is dat voor sommigen een heikel punt. Een zelfstandig ondernemer met een florerend bedrijf vertelde me dat haar partner met enige regelmaat de vraag krijgt, hoe het is om een relatie te hebben met een vrouw die meer verdient dan jij als man.

Kennelijk ligt dat soms gevoelig. Zou het iets te maken hebben met wat Frans de Waal ziet als aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen?

 

 

Aangeboren verschillen in het gedrag van mannen en vrouwen

 

Mannen zijn volgens Frans de Waal meer geneigd tot competitie en fysiek geweld. Vrouwen letten meer op de sociale context en hebben meer oog voor de kinderen.

Maar, zegt hij, ‘kenmerkend gedrag zegt weinig over waar een dier of mens ook toe in staat is.’

Als voorbeeld noemt hij de vele gezinnen waarin gescheiden mannen voor de helft van de tijd de zorg en de opvoeding van hun kinderen op zich nemen. En dat prima doen.

Ik zie dat van nabij.

Biologisch gezien zijn vrouwen erop ingericht om kinderen te krijgen en te voeden. Een kind wordt uit de moeder geboren. En bij borstvoeding is de eerste voeding van de moeder. Alhoewel er ook vrouwen zijn die ervoor kiezen niet zelf het kind te voeden.

Op een bepaald moment is er sprake van een keuze wie het grootste deel van de zorg voor het kind op zich neemt.

Er is geen biologische grond, anders dan dat de vrouw het kind draagt en mogelijk het kind voedt, waarom de vader niet voor het kind zou kunnen zorgen.

 

Mannen kunnen heel goed voor kinderen zorgen. En zorgneigingen zijn er wel degelijk bij mannen, volgens Frans de Waal. Als ze maar de kans krijgen om die neigingen in te zetten en te ontwikkelen.

Waarom zouden mannen dan geen huisman kunnen zijn? Of bewust kunnen kiezen voor een parttimebaan om meer thuis te zijn en te zorgen voor de kinderen?

Terwijl er legio vrouwen zijn, die huisvrouw zijn. Of in eigentijdse termen; die bewust ervoor kiezen om niet buitenshuis te werken, maar fulltime beschikbaar te zijn om voor hun kinderen te zorgen en hen op te voeden.

 

 

Verwachtingspatronen bij mannen en vrouwen

 

Je bent geneigd te denken dat er veel verschillen zijn tussen het gedrag van mannen en vrouwen. Dat is maar ten dele zo. Met name als je kijkt naar zorgen voor en opvoeden van kinderen.

En ja, mannen hebben meer testosteron dan vrouwen, maar als mannen een kind of kinderen krijgen en een deel van de tijd hun kind(eren) verzorgen en opvoeden, dan schijnt het zo te zijn dat hun hersenen en hormoonprofiel veranderen. Het testosteron daalt en het hormoon oxytocine, het knuffelhormoon, stijgt.

Bij het man of vrouw zijn zit hem, wat betreft de zorg voor kinderen, niet direct de bottleneck. De bottleneck zit hem meer bij de verwachtingspatronen.

Onderzoek bij apen laat dat zien en bij mensen is dat volgens de Waal niet anders: de mannelijke aap verwacht: ‘Jij bent vrouw, jij doet het maar.’ Waarbij de Waal fijntjes opmerkt: ‘Ik denk dat de mannelijke aap ook geleerd heeft dat vrouwelijke apen de kinderen liever niet aan hem overlaten.

 

 

Kortom

 

Mannen kunnen geen kinderen baren, maar mannen kunnen net zo goed voor kinderen zorgen en hen opvoeden als vrouwen.

Als vrouwen hen daartoe maar de kans geven.

Hoe aangekeken wordt tegen het zorgen van een vader voor zijn kind(eren) heeft alles te maken met verwachtingspatronen en cultuur.

Vrouwen zijn per definitie niet geschikter om te zorgen dan mannen. Denk als vrouw dan ook niet direct dat jij geen kansen hebt om je te ontwikkelen in je werk.

En denk als man niet direct dat jij als man verantwoordelijk bent voor het gezinsinkomen en dus in principe de kostwinner bent.

Laat je niet leiden door verwachtingspatronen, maar ga in gesprek over de rol(len) die jij wilt vervullen en hoe je idealiter je tijd zou willen besteden aan werk in combinatie met wat naast werk belangrijk voor je is.

 

 

 

Heb je nog niet duidelijk of je überhaupt zou willen werken?

Een baan in loondienst zou willen hebben of zou willen werken als zelfstandige?

Of twijfel je of vrijwilligerswerk je ook voldoende voldoening zou kunnen geven, al dan niet in combinatie met je gezin?

Wil je jouw vragen aan me voorleggen?

Bel (06-54762865/ 0575-544588) of e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden

 

 

 

 

Je hebt niet voor niets een universitaire studie gedaan

Waarom hoogopgeleid zijn lang niet altijd wil zeggen dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies

 

‘Je moet niet onder je niveau gaan werken’; dat wordt vaak gedacht of gezegd.  

Over het algemeen denkt men dan aan opleidingsniveau. Alsof dat alles zegt over wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt.  

Ben je hbo- of wo-opgeleid, dan verwacht men dat je ook op dat niveau gaat werken. Terwijl je dat misschien helemaal niet wilt. Bijvoorbeeld omdat je van jezelf vindt dat je meer een doener bent dan een denker. Dat je liever met je handen werkt dan met je hoofd. Of dat je de kans wilt grijpen om je hart te volgen en bijvoorbeeld culinair te excelleren.  

Er zijn hoogopgeleiden die de sprong wagen, hun carrière omgooien en iets heel anders gaan doen dan waarvoor ze zijn opgeleid. Ook al is het werk dat met name door hun omgeving gezien wordt als ‘onder hun niveau’.  

Kim van der Meulen geeft daar in haar artikel in het FD sprekende voorbeelden van. En Sanne Wolters in haar artikel over loopbaanswitchers, voor DPG Media.    

  

De voorbeelden laten zien dat hoogopgeleid zijn, lang niet altijd betekent dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies. 

Want of werk goed bij je past en of je gelukkig wordt van het werk dat je doet, wordt door veel meer factoren bepaald dan of je werk aansluit bij je intellectuele capaciteiten en het vakgebied waarvoor je bent opgeleid.  

 

Als hoogopgeleide niet altijd gelukkig van daarop aansluitende functies

 

Je kunt wel goed zijn in iets, maar of je het ook leuk vindt om ermee bezig te zijn, dat is nog maar de vraag 

 

Ben je goed in iets, bijvoorbeeld werken met cijfers, maar vind je het niet leuk om in je werk hele dagen met Excel bezig te zijn, dan kost je werk je meer energie dan het je oplevert.  

Aan de andere kant, vind je iets wel leuk om te doen maar ben je er niet goed in, dan kost dat ook energie.  

In mijn loopbaantrajecten komen we dan ook tot een gewogen rangordening van jouw kwaliteiten, een top vijf. Dat zijn de kwaliteiten die je in vergelijking met je andere kwaliteiten het liefste inzet in je werk en waarin je, ook weer in vergelijking met je andere kwaliteiten, het beste bent.  

Als je die top vijf in kunt zetten in je werk, dan geeft je dat energie. In plaats van dat je werk je vooral energie kost.  

Zo zei iemand laatst tegen mij: ‘Als ik dit werk blijf doen, dan heb ik zo een burn-out’. Hij werkt als senior beleidsmedewerker bij een gemeente, maar ziet zichzelf meer als een doener dan een denker.  

En zo maakte een oud-coachklant na zijn studie bedrijfseconomie de overstap van business consultant naar ambachtelijk bakker in een eigen duurzaam bakkerijconcept.  

 

 

Wil je happy zijn met je werk, dan moet het werk passen bij wat werk voor jou betekent en de bijdrage die jij wilt leveren  

 

Wat werk voor jou betekent.  

Doe je betaald werk, dan is je werk algauw een bron van inkomen om in je levensonderhoud te voorzien.  

Maar naast bron van inkomen heeft werk voor de meesten van ons meer betekenis dan alleen inkomen genereren. Bijvoorbeeld jezelf ontwikkelen, uitgedaagd worden, structuur in je dag, erbij horen, mensen ontmoeten, ertoe doen met je werk, voldoening krijgen van je werk door het leveren van een maatschappelijke bijdrage.  

Ook iets creëren, iets maken, met je handen bezig zijn, energie krijgen van je werk zijn voorbeelden van redenen waarom mensen werken.  

Meer over de betekenis van werk lees je in een van mijn vorige artikelen.  

Genoemde redenen kunnen overigens ook drijfveer zijn om vrijwilligerswerk te doen, mocht werk voor jou niet direct middel zijn om inkomen te genereren.   

 

De bijdrage die jij wilt leveren met je werk.  

Waar loop jij warm voor? Wat is voor jou zodanig belangrijk dat jij daaraan een bijdrage wilt leveren?  

Ik noem dat jouw missie met betrekking tot werk; jouw werkmissie.    

Bijvoorbeeld een bijdrage leveren aan een inclusieve samenleving waarin iedereen van belang is en toegang heeft tot kennis en wat het leven mooi maakt; van kunst tot cultuur, van muziek tot natuur.  

Met zijn doctoraalstudie maatschappijgeschiedenis, afstudeerrichting Media en Cultuur heeft een van mijn klanten jarenlang gewerkt als researcher, producer, redacteur videoproducties. Met name omwille van de balans tussen werk en privé werkt hij nu parttime als medewerker organisatie en planning bij een culturele instelling.  

 

 

Wil je gelukkig zijn met je werk, dan moet de werkomgeving bij je passen 

 

Werk dat aansluit bij je missie en bij jouw kwaliteiten maakt niet altijd gelukkig.  

Ook de werkomgeving moet bij je passen.    

Zo vertelde een van mijn coachklanten over zijn ervaring met zijn droombaan in beleggingen in vastgoed. Die gelegenheid deed zich voor bij een pensioenfonds. Het was een baan voor wo-opgeleiden, terwijl hijzelf hbo is opgeleid.  

Ondanks dat, was zijn sollicitatie succesvol. Een assessment wees uit dat hij qua intellectuele capaciteiten kon concurreren met wo-opgeleiden.  

Toch heeft hij daar niet lang gewerkt. De werkomgeving, gedomineerd door wo-opgeleiden, paste niet bij hem waardoor hij zich daar niet thuis voelde.  

Overigens kan je ook het tegenovergestelde overkomen. Dat je je niet op je plek voelt in een omgeving die niet bij je past omdat je bijvoorbeeld graag met collega’s informatie uitwisselt over je vakgebied en je ervaring. Terwijl in jouw optiek de inhoud van de gesprekken met je collega’s meer het karakter heeft van een theekransje.  

Het is dan ook goed om voor jezelf heel helder te hebben wat je qua omgeving nodig hebt in je werk, zodat je keuzes daaraan af kunt meten.  

 

 

Kortom 

 

Neem zelf de verantwoordelijkheid voor je loopbaan. Stel je niet afhankelijk op van wat jouw omgeving vindt van jouw loopbaankeuzes. Ook al kies je voor werk onder het niveau en in een totaal ander vakgebied dan waarvoor je bent opgeleid.  

En word je geconfronteerd met onbegrip, maak bespreekbaar wat jou deze stap heeft doen zetten. Leg uit wat jou bewogen heeft. Dat levert je begrip op en vaak zelfs waardering voor jouw keuze.  

 

 

Ben je niet gelukkig met je werk. En weet je niet wat je zou willen?  

Lees mijn boek Wat wil ik nu echt?’.

 

En wil je met mij sparren over jouw loopbaanvraag?  

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) me gerust. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden. 

 

 

 

Loslaten om vast te houden

Waarom het heel legitiem is om je werkgever te vragen of die je loopbaantraject wil faciliteren

 

De retentie-paradox: je moet loslaten om vast te houden.  

Het is de titel van een artikel op ManagementSite.nl. En een pleidooi voor het aanbieden van externe loopbaancoaching aan medewerkers.  

Door externe loopbaancoaching aan te bieden laat je als werkgever je medewerkers los door ze op een onafhankelijke, vrije manier te laten nadenken over hun werk en loopbaan.  

Daar pluk je niet alleen als werknemer de vruchten van, maar ook als werkgever.  

Als werknemer is het goed om je dat te realiseren. Ik ervaar bij klanten nogal eens de nodige schroom om de werkgever te vragen of die het loopbaantraject wil faciliteren. 

Terwijl dat een heel legitieme vraag is. En de angst dat je werkgever denkt dat je weg wilt, vaak ongegrond is.  

 

Waarom een loopbaantraject lang niet altijd leidt tot vertrek bij je huidige werkgever en niet alleen jij als werknemer, maar ook je werkgever de vruchten plukt van jouw loopbaantraject, lees je in mijn artikel.

 

Waarom een loopbaantraject lang niet altijd leidt tot vertrek bij huidige werkgever

 

Door loopbaanbegeleiding anders kijken naar het werk dat je doet

 

Externe loopbaancoaching kan je anders doen kijken naar je huidige werk.

Misschien heb je weleens gehoord van het van het halo-effect en het tegenovergestelde daarvan: het horn-effect 

Een halo is een stralenkrans en het halo-effect is de neiging om bijvoorbeeld een persoon, product of organisatie positief te beoordelen op basis van een enkel aspect.  

Dat ene positieve aspect kleurt de verdere informatie die je hebt of krijgt.   

Het tegenovergestelde van het halo-effect is het horn-effect. Dat effect heeft te maken met de neiging om iets of iemand negatief te beoordelen op grond van een enkel aspect.   

Beide effecten kunnen een rol spelen bij je kijk op je werk.  

Wat dat betreft kunnen eerste indrukken heel bepalend zijn. Misschien ken je daar zelf voorbeelden van. Dat je snel je oordeel hebt gevormd, in positieve of in negatieve zin. Of dat je geneigd bent om negatieve punten uit te vergroten, waardoor je geen oog meer hebt voor de positieve kanten van je werk. 

Externe loopbaancoaching kan ertoe bijdragen dat je je meer bewust wordt van de positieve kanten van je werk. En dat je die positieve kanten gaat waarderen. Met als resultaat dat je loopbaantraject niet leidt tot a new direction, but a new sense of direction’.  

Je leert anders kijken naar het werk dat je doet. Wat mogelijk voor jezelf leidt tot de conclusie, dat je huidige werk eigenlijk best goed bij je past.

 

 

Door loopbaancoaching zicht krijgen op waar je aan kunt sleutelen in je werk, zodat het weer beter bij je past

 

Door loopbaancoaching krijg je zicht op wat je energie geeft en wat je energie kost in je huidige werk.  

Bijvoorbeeld door je taken in je huidige werk in kaart te brengen en per taak te inventariseren of die je energie kost of energie oplevert.  

Mogelijk kun je je baan zo kneden dat die weer beter bij je past.  

In mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?geef ik je voorbeelden van hoe je je baan kunt veranderen zonder van baan te veranderen.  

Voor jou negatieve taken kun je misschien delegeren aan collega’s die aan die taken wel plezier beleven. Of kun je taken die je leuk vindt om te doen naar je toe trekken of uitbreiden.    

Ook jouw werkgever heeft daar baat bij. Zo kwam een werkgever tot de conclusie: ‘Intern zou meer op die manier naar werk gekeken moeten worden.’ 

 

Door loopbaancoaching bij je huidige werkgever je ideale werk realiseren door proactief jouw voorstel te doen 

 

Als werknemer heb je vaak een goed beeld van waar in jouw organisatie behoefte aan is. 

Door in een loopbaantraject te werken met de Meer Waarde Benadering heb je een goed beeld van wat je jouw werkgever te bieden hebt en hoe je voor jouw werkgever van betekenis kunt zijn.  

Door de koppeling te maken tussen de behoeften van jouw werkgever en wat jij te bieden hebt en in de markt wilt zetten, kun je jouw werkgever proactief een voorstel doen en zo jouw ideale baan creëren en realiseren.  

Dat levert een win-win situatie op. Jij als waardevolle werknemer blijft behouden voor jouw werkgever. En jij kunt bevlogen en met nieuwe energie in je nieuwe baan aan het werk.  

 

Ook als jij als resultaat van het loopbaantraject zou vertrekken bij je huidige werkgever, heeft je werkgever daar baat bij

 

Doe je niet meer met bevlogenheid je werk, dan heeft dat een negatief effect op jouw productiviteit en jouw prestaties.  

En dus op de waarde die je levert voor je werkgever. 

Kost je werk je meer energie dan dat het je oplevert, dan loop je het risico dat je leegloopt in je werk en in een burn-out belandt. En een zieke werknemer is een zorg voor een werkgever en een kostenpost. 

Kom je onvoldoende aan je trekken in je werk, ervaar je geen uitdaging meer en doe je je werk op de automatische piloot? Dan is het ook voor je werkgever aantrekkelijker dat je werk maakt van ander werk, dan dat je blijft zitten waar je zit.  

 

Kortom: 

Ook als je als resultaat van een loopbaantraject vertrekt bij je huidige werkgever, is vaak je werkgever daarbij gebaat. 

Schroom dus niet om je werkgever te vragen of die jouw loopbaantraject wil faciliteren. Zowel jij als werknemer als jouw werkgever plukken daar de vruchten van. 

 

Ben je nieuwsgierig wat loopbaancoaching voor jou kan betekenen? 

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) me gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.  

 

Laat je inspireren door het artikel en laat je er niet van weerhouden om het gesprek met je leidinggevende aan te gaan en kenbaar te maken dat je externe loopbaanbegeleiding wilt.  

 

 

 

Hoe je met minder ja-maar meer tijd overhoudt voor de dingen die je doen wilt

En minder tijd kwijt raakt aan angst, paniek en gezeur

 

Wist je:

  • Dat ja-maar denkers al gauw vervallen in een reactieve rol?
  • Dat zij zich al gauw laten bepalen en belemmeren door de omstandigheden?
  • Dat je ook proactief je eigen omgeving vorm kunt geven?
  • Dat dit zelfs geldt voor de inhoud van je eigen baan?

 

Het is dan de kunst om niet te blijven hangen in ja-maar, maar bijvoorbeeld de verandering of het ontslag te accepteren. Om dan vanuit een houding van ja-en zaken naar je hand te zetten.

Dat vraagt durf om het bekende los te laten. En durf om te vertrouwen op jezelf.

Geïnspireerd door het boek Ja-maar, wat als alles lukt? van Berthold Gunster geef ik je 5 belangrijke tips om ja-maar te doorbreken en van ja-maar te komen naar ja-en.

Dit is mijn derde en laatste artikel in een serie van drie over het effect van ja-maar.

 

Hoe je met minder ja-maar meer tijd overhoudt voor de dingen die je doen wilt

 

1. Focus op wat er is

 

Deze tip heeft alles te maken met de manier waarop je waarneemt. In een vorig artikel gaf ik aan, dat je met een ja-maar houding selectief waarneemt en vooral ziet wat er niet is.

Ik zie dat vaak bij mijn outplacementklanten. Zeker in eerste instantie zijn zij vooral gericht op wat er niet meer is.

Dat is heel begrijpelijk, want het heeft veel impact als je je baan verliest.

Het is echter een groot risico in ja-maar te blijven hangen. Want daardoor zie je niet wat er allemaal mogelijk is.

Zo vertelde een ontslagen bankmedewerker me zijn verhaal. Hij was adviseur zakelijk betalingsverkeer. Mede door de automatisering was zijn functie vervallen. Die functie zal ook niet snel weer terugkomen. Ook al hoopt hij dat zelf wel. Zo zegt hij ‘Ze komen er nog wel achter. Die functie komt zeker weer terug’.

Het is de kunst om gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden te accepteren en van daaruit ruimte te maken voor iets nieuws.

 

 

2.  Zet zaken naar je hand en stel je niet afhankelijk op

 

In een traditionele manier van denken over baanverwerving, stel je je afhankelijk op. De werkgever heeft het voor het zeggen.

Heb je eenmaal een baan, dan moet je maar hopen dat je mag blijven. En ben je toch gedwongen om te solliciteren, dan mag je je gelukkig prijzen als je uitgenodigd wordt voor een gesprek.

Bij het denken vanuit de Meer Waarde Benadering is dat anders.

Ja-en, het kan natuurlijk gebeuren dat je boventallig wordt. Of dat je baan niet langer aansluit bij wat je ervan verwacht. Maar jij voelt je niet afhankelijk van een werkgever. Je kunt meer naar je hand zetten dan je zelf denkt. ‘Neem zelf de regie over je loopbaan’.

Jij weet wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt. En jij weet waar er behoefte is aan mensen zoals jij. Zodat jij het werk kunt creëren dat optimaal bij jou past en bij wat een opdrachtgever of werkgever nodig heeft.

 

 

3.  Zorg voor goede timing

 

Zowel ja-en als ja-maar hebben hun positieve en negatieve kanten. In een van mijn vorige artikelen gaf ik dat al aan.

Het is dan ook zaak om te zorgen voor een adequate inzet van ja-maar en ja-en.

In de fase dat je jouw mogelijkheden op de arbeidsmarkt aan het onderzoeken bent, is het de kunst om alle opties toe te laten en met open vizier te bekijken. Doe je dat niet en verval je snel in ja-maar, dan sla je bij voorbaat allerlei opties dood.

Ja-maar is wel adequaat in de fase van het nemen van een beslissing. Maar heb je eenmaal een beslissing genomen, dan heeft ja-maar niet langer zin.

Dan is het de kunst om vol te gaan voor de realisering van je besluit.

 

 

4.  Durf ‘ja’ te zeggen tegen ‘ja-maar

 

Heb je eenmaal een keuze gemaakt, een 100% ‘ja’, dan loop je het risico dat er toch al gauw allerlei ja-maars naar boven komen. Ook al was je nog zo zeker van je besluit, de twijfel slaat toe.

Als voorbeeld geef ik je de ervaringen van Saskia, een van mijn coachklanten.

Zij was duidelijk toe aan een nieuwe stap in haar loopbaan. Zij wilde ook graag promotie maken en ging voor een managementbaan. Een stapje hoger, mogelijk als teamleider. In haar vorige werk had zij daarmee al ervaring opgedaan.

Toen ze eenmaal weloverwogen ‘ja’ gezegd had tegen haar nieuwe functie als teamleider, sloeg de twijfel toe. ‘Ja-maar, kan ik dat wel?Ja-maar, heb ik wel voldoende stevigheid?’ ‘Ja-maar, wat als ik niet alles direct kan overzien?

De ja-maars staken volop de kop op. Vaak gaat dat als vanzelf.

Het is dan de kunst om je er niet tegen te verzetten. Laat ze maar komen. Eigenlijk komt er een soort interne dialoog op gang, een gesprek met jezelf.

Als je toegeeft aan de ja-maars zullen ze uiteindelijk bijna vanzelf verdwijnen. Gunster heeft het over zeepbelletjes die omhoog dwarrelen en uiteen spatten.

Soms zal dat niet lukken. Dan is de weerstand te groot. Als coach kan ik je dan heel goed helpen.

 

 

5.  Behoud je gevoel voor humor

 

Als volwassene ben je snel geneigd om zaken serieus te nemen. Ik betrap mezelf daar ook regelmatig op.

Terwijl juist bij ja-maar humor je enorm kan helpen.

Ik moet daarbij denken aan kleine kinderen. Zij kunnen af en toe heerlijk ja-maren. Zeker op een bepaalde leeftijd.

Ik vind het dan mooi om te zien hoe je ze uit hun ja-maar kunt halen met humor. Dan is de ketting soms opeens gebroken en doorzien ze hun spel.

Wat dat betreft zouden we van hen kunnen leren en ons eigen spel met ja-maar kunnen relativeren.

 

 

 

Heb je het gevoel dat je je moeilijk los kunt maken van ja-maar? Dat je daarin blijft hangen en eigenlijk niet verder komt?

Kun je daarbij wel wat hulp gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06 54762865) of e-mail me (marlene@meerwaardeinwerk.nl) voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

‘Ja-maar’, wat houdt je tegen?

Wat je ervan weerhoudt om ergens vol voor te gaan

 

Ja-maar’, je hoort het vaak. In mijn vorige artikel gaf ik dat al aan. Misschien heb je je na het lezen van mijn artikel gerealiseerd, dat jij het ook met regelmaat zegt.

En dat terwijl ja-maar over het algemeen verlammend werkt. Althans, zeker als je op verkenning bent naar nieuwe mogelijkheden met betrekking tot werk.

Is het dan niet vreemd dat ja-maar zo gemakkelijk over je lippen komt?

Als je naar het effect van ja-maar kijkt is dat inderdaad zo. Als je begrijpt waar het vandaan komt, is het anders.

Kennelijk komt ja-maar vooral voort uit angst en de menselijke behoefte om zaken onder controle te houden.

Maar waar zijn wij over het algemeen dan zo bang voor?

 

Ja-maar, wat houdt je tegen?

 

Angst voor verandering, een belangrijke bron van ja-maar

 

Verandering brengt vaak onzekerheid met zich mee en is daardoor voor veel mensen een bron van angst.

Misschien herken je dat. We zeggen niet voor niets ‘Je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt’. Je weet namelijk nooit met zekerheid hoe de toekomst eruit zal zien.

Ik zie dat geregeld bij mensen met betrekking tot hun werk. Ook al zijn ze niet happy met het werk dat ze doen, toch blijven ze vaak het liefst op hun vertrouwde plek. Temeer omdat bij een grote verandering de consequenties moeilijk zijn te overzien.

Zo herinner ik me een deelnemer aan een van de driedaagse trainingen. Als tekenaar werkte hij voor een grote standbouwer. Hij had zijn werkgever te kennen gegeven dat hij een nieuwe uitdaging aan wilde gaan als werkvoorbereider. Men gaf hem de kans en men wilde wel eens zien hoe hem dat verging.

Helaas voor hem, werd er na twee jaar een flinke streep door gezet. Hij werd weer tekenaar.

Dat bevredigde hem niet. Hij wilde een stap zetten in zijn carrière, hetzij bij zijn eigen werkgever, dan wel daarbuiten. Vandaar zijn deelname aan de training.

Tijdens de training werd heel duidelijk dat hij in zijn huidige werk absoluut onvoldoende tot zijn recht kwam. Toch was hij geneigd om zijn onvrede te relativeren. ‘Ja-maar het is een mooi bedrijf waarvoor ik werk. Het is een bedrijf dat over de hele wereld uitdagende projecten neerzet’.

Door zijn ja-maar’s is hij blijven zitten waar hij zat. Hij heeft ook geen werk gemaakt van ander werk. Inmiddels is hij ruim een jaar verder.

Ook al geeft zijn omgeving aan, dat het allesbehalve goed met hem gaat, kennelijk is voor hem de ‘pijn’ nog niet groot genoeg om daadwerkelijk stappen te zetten. En de onzekerheid tegemoet te gaan.

Bij outplacement is dat anders. Je hebt geen keuze, maar wordt gedwongen tot verandering.

Dat roept dan ook vaak angst op bij mensen. Dat is begrijpelijk. Je wordt gedwongen om het vertrouwde achter je te laten en werk te maken van iets nieuws.

Toch is outplacement, achteraf bekeken, voor mensen vaak een mooie kans om nieuwe wegen in te slaan. Uit zichzelf zouden ze het niet hebben gedaan.

 

 

Angst om buitengesloten te worden is ook een bron van ja-maar

 

Wij mensen zijn sociale wezens. Over het algemeen zijn we dan ook bang om buitengesloten te worden.

 

‘Ja-maar, ik heb gewoon geluk gehad’. Of ‘ja-maar, zo moeilijk was het niet’.

Je wilt vooral niet opvallen en zeker niet pronken met je succes. Terwijl je misschien wel heel hard hebt gewerkt om je doel te bereiken.

Dat blijkt vooral van toepassing te zijn voor vrouwen. Mannen stralen kennelijk eerder trots uit dan vrouwen.

Ik ben nou eenmaal heel goed.’ Typisch het antwoord van een man als hem gevraagd wordt waarom hij toch zoveel succes heeft. Een vrouw zegt meestal wat anders: ‘Dat ze geholpen is, dat ze geluk heeft gehad of dat ze hard heeft gewerkt’. Dat is althans de ervaring van Sheryl Sandberg, Chief Operation Officer bij Meta. Zij schreef het boek Vrouwen, werk en de weg naar succes.

Ik zie die valse bescheidenheid ook met regelmaat bij mijn coachklanten. Dat is jammer, want de bescheidenheid is dan niet terecht. Door trots te zijn op wat je neerzet plaats je jezelf niet apart.

 

‘Ja’ zeggen, maar ‘nee’ doen.

Jij kent ze vast ook, de ‘ja-maar zeggers’, bijvoorbeeld in vergaderingen. Eigenlijk gaan ze voor ‘nee’, maar ze zeggen ‘ja-maar’.

Vaak valt hun ja-maar niet direct op. Zij weten dit slim te verhullen door kritische vragen te stellen, te discussiëren en draagvlak te zoeken. Zodat ze niet buitengesloten worden.

 

 

Angst om iets niet goed te doen, eveneens een bron van ja-maar

 

Wist je dat we vooral bang kunnen zijn om een verkeerde beslissing te nemen?

En dat we de angst voor het onbekende proberen te reduceren door zoveel mogelijk onder controle te houden? Dat helpt niet om loopbaanbeslissingen te nemen en een stap vooruit te zetten.

Zo kan het gebeuren dat je geneigd bent om maar te blijven onderzoeken wat jouw mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt, uit vrees dat je mogelijkheden over het hoofd ziet en dus geen goede keuze maakt.

 

 

Ja-maar gedrag en ouder worden

 

Wist je dat voor de meesten van ons geldt, dat hoe ouder je wordt, hoe meer ja-maar gedrag je zult vertonen?

Hoe meer we geleerd hebben, hoe voorzichtiger we kennelijk te werk gaan.

Ik zie dat ook om me heen. Zo hechten vooral ouderen aan een vast contract. En leren ze jongeren dat een vast contract belangrijk is. Alhoewel je met een contract voor onbepaalde tijd nog geen permanente zekerheid hebt.

Werken op projectbasis of met een tijdelijk contract is voor jongeren over het algemeen veel vertrouwder dan voor de oude rotten. Wellicht voelen zij zich minder afhankelijk van een werkgever.  Bovendien hebben zij hun loopbaanvaardigheden over het algemeen beter ontwikkeld.

 

 

Hoe kun je nu zorgen dat je minder tijd kwijt raakt aan angst, paniek en gezeur, zoals Berthold Gunster dat noemt?

Daarover meer in mijn volgend artikel.

 

Ja- maar, weet je niet goed wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt of welk werk bij jou past?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me voor een afspraak voor een oriënterend gesprek

 

 

©  foto: Martin Langbroek

 

 

 

Hoe je op events effectief en efficiënt je netwerk laat groeien

15 Tips om op events te bouwen aan je netwerk en je netwerk te laten groeien

 

Ben je op zoek naar andere werk? Je kent vast ‘Jobon‘, voorheen ‘De Broekriem’ of netwerken als ‘Talentplus’ en het ‘In Between Café‘.

Maar wist je dat je ook events kunt inzetten om aan je netwerk te bouwen of je netwerk te laten groeien?

Bij die events of noem het evenementen, kun je bijvoorbeeld denken aan conferenties, congressen, symposia, workshops. Maar bijvoorbeeld ook aan beurzen, product- en dienstpresentaties.

Maak er gebruik van en laat jouw netwerk groeien.

Ik geef je 15 tips hoe je dat efficiënt en effectief kunt doen.

 

Hoe je op events effectief en efficiënt je netwerk laat groeien

 

Tips om voor jou waardevolle events op het spoor te komen

 

En hoe je daarin een selectie maakt.

 

1. Bepaal wat jouw doel is en hoe dat matcht met het doel van het event.

Is jouw doel vooral om veel mensen te leren kennen en jezelf te verkopen? Jezelf als product of dienst in de markt te zetten?

Dan is dat iets anders dan wanneer je vooral gericht bent op het delen van interesses of kennis en het ontmoeten van gelijkgestemden.

Zo hebben events ook hun doel. Dat doel bepaalt in grote mate welke mensen er komen en wat voor soort gesprekken er gevoerd worden.

 

2. Gebruik Google om events op het spoor te komen.

Zoek gelegenheden waar mensen die mogelijk interessant voor je zijn, naartoe gaan.

Vergeet daarbij branche- en beroepsorganisaties niet. Dat zijn er legio.

 

3. Deel met anderen waar je naar op zoek bent.

Zo vertelde ik laatst een van mijn coachklanten hoe een andere coachklant door het doen van onderzoek nieuwe opties op het spoor was gekomen. In dit geval ging het om het werken als wijkverpleegkundige.

Spontaan stuurde mijn coachklant me na ons gesprek een e-mail over een congres Wijkverpleging 2020, de praktijk. Die informatie heb ik doorgespeeld en mijn andere coachklant heeft zich ingeschreven.

Mijn voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om te delen met anderen waarnaar je op zoek bent. Anderen gaan dan met jou meekijken en meeluisteren en tippen jou als iets interessants voor jou op hun pad komt.

 

 

Tips met betrekking tot de voorbereiding op deelname aan events

 

4. Als dat mogelijk is, bekijk van tevoren de deelnemerslijst.

Bepaal wie interessant voor je kan zijn. En zoek die personen ook op, op het event.

Doe je achtergrondonderzoek, bijvoorbeeld via LinkedIn. Dan zie je gelijk of je op de een of andere manier met hen geconnect bent.

En of je misschien een netwerkcontact hebt dat jou kan introduceren. Zeker als jouw netwerkcontact ook als deelnemer aan het event op de lijst staat.

Eventueel kun je zelfs aan een organisator vragen om introductie. Als de groep deelnemers tenminste niet te groot is en de organisator de persoon kent die jij graag wilt spreken.

 

5. Bereid aan de hand van vragen voor wat je aan de weet wilt komen.

Vertel daarbij gerust dat je bezig bent met het doen van onderzoek naar behoeften op de arbeidsmarkt waar jij met wat jij te bieden hebt een bijdrage aan wilt leveren.

Dat het onderzoek doen voortkomt uit een contract dat beëindigd is, vertel je mogelijk pas later. Breng je dat te vroeg te berde, dan loop je het risico dat je gesprekspartner beleefd het gesprek beëindigt.

 

6. Bereid je pitch goed voor.

Een pitch is een bondige presentatie waarmee je iemand warm probeert te maken voor wat jij aanbiedt.

Bijvoorbeeld als pitch voor een tekstschrijver:

Ik schrijf webteksten voor MKB’ers, zodat zij hun doelgroep beter aanspreken en daardoor meer aanvragen krijgen.

Of mijn eigen pitch als loopbaancoach/ outplacementconsultant:

Ik leer hoger opgeleiden hoe ze hun werk kunnen maken van wat ze het allerliefste doen, zodat ze voldoening en plezier ervaren in hun werk, in balans met wat naast werk belangrijk voor hen is.

 

7. Bepaal hoe je het tactisch het best aanpakt, als je meerdere personen wilt spreken op het event.

Zodat je de kans vergroot dat je de mensen die je wilt spreken ook gesproken hebt. Zeker als je afhankelijk bent van de pauzes tijdens het event.

 

8. Sta ook open voor toevallige ontmoetingen.

Wie weet welke voor jou interessante personen op jouw pad komen.

 

9. Zorg voor visitekaartjes of anderszins iets waarmee je jouw gegevens bij iemand achter kunt laten.

Of zorg dat je een klein opschrijfboekje bij je hebt, zodat je een naam kunt noteren, die je na het event op kunt zoeken op LinkedIn en kunt connecten met de persoon die je gesproken hebt.

 

 

Tips hoe het gesprek aan te gaan op het event zelf

 

10. Het gesprek aangaan met voor jou onbekenden vraagt lef.

Zeker als je niemand hebt die jou kan introduceren en als mensen al met elkaar in gesprek zijn.

Vaak kun je non-verbaal aan de positie van een groepje mensen zien of er een opening is om aan te sluiten bij het gesprek of niet. Zo ja, voeg je erbij en vraag permissie om erbij te komen staan.

 

11. Straal belangstelling uit voor de ander en begin een gesprek niet met je eigen verhaal.

Begin eventueel met smalltalk, maar blijf daar niet in hangen.

Stel oprecht geïnteresseerde vragen. Alleen als je écht geïnteresseerde vragen stelt zijn mensen bereid om tijd aan je te besteden. En vraag door op wat je gesprekspartner vertelt, zodat je aan de weet komt wat je weten wilt.

Veel gesprekspartners zullen dan de vraag stellen “Van waar jouw interesse?” of “Wat doe jij?” Dan moet je jouw pitch gereed hebben.

Heb je een goede pitch, dan gaat een geïnteresseerde gesprekspartner jou ook vragen stellen.

 

12. Stel na jouw pitch weer vragen aan de ander.

Sluit niet af met jouw pitch. Als je het gesprek weer neerlegt bij de ander, dan is het ook gemakkelijk om te vragen of hij een visitekaartje voor je heeft en of je hem nog eens mag bellen of mailen.

Vraag dan gelijk of hij ook jouw visitekaartje wil hebben.

 

13. Kies een moment waarop je aan kunt haken, als je gesprekspartner niets vraagt aan jou.

Er dus eigenlijk geen gesprek op gang komt.

Bijvoorbeeld: “Oh, dat is interessant” of “Oh, dat is leuk” en vertel dan hoe dit aansluit bij jouw passie.

 

 

Tips voor de follow-up van gesprekken die je op events hebt gevoerd

 

14. Houd bij met wie je gesproken hebt.

Verwerk dat bijvoorbeeld in een Excel sheet.

Registreer met wie je gesproken hebt, waar dat was en de inhoud van je gesprek. Noteer ook eventuele vervolgacties die je met betrekking tot je contact uit wilt zetten.

 

15. Zorg voor follow-up van je contacten.

Houd je contacten warm.

Laat van je horen na het event. Koppel naar je contact terug wat het gesprek voor jou heeft betekend en wat het je heeft opgeleverd.

Vraag uitdrukkelijk of je jouw contactpersoon nog eens mag benaderen als je nog vragen hebt of meer informatie wilt.

 

 

Tot slot

 

Succes bij de baanverwerving wordt voor een deel bepaald door de mate waarin je angst weet te overwinnen.

Die angst overwin je door te doen. Stap uit je comfortzone, durf op mensen af te stappen en durf eventueel je neus te stoten.

 

 

 

Heb je een helder beeld van het werk dat je wilt doen?

Lukt het je nog niet om dat werk te realiseren?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me gerust. Samen bespreken we dan wat jij nodig hebt om jouw ideale baan te realiseren.

 

 

 

 

Waarom je jezelf niet gevangen moet houden in een gouden kooi

Waarom alleen een goed salaris niet zaligmakend is en hoe je je daarvan los kunt maken  

 

Eigenlijk wil ze al een paar jaar ander werk. Ze is echt toe aan een nieuwe stap. Die stap zou ze graag zetten, maar ze doet het (nog) niet.

Ze voelt zich gevangen in een gouden kooi.

Ze werkt bij een mooi merk en ze krijgt een goed salaris. Dus geen probleem, zou je denken. Toch is dat wel het geval.

Dat mooie salaris is een behoorlijke blok aan haar been. Het beperkt haar om echt stappen te zetten. Zeker omdat zij zich kostwinner voelt.

Een goed salaris lijkt mooi, maar alleen een goed salaris maakt niet gelukkig. Sterker nog, als je ontevreden bent over je werk, dan maakt het in wezen niet uit wat jouw beloning is. Uiteindelijk blijf je dan toch ontevreden.

Die ontevredenheid blijft knagen.

Het is dan de kunst om jezelf op de een of andere manier te bevrijden uit die gouden kooi. Het is goed om je daarbij te realiseren dat jij het zelf bent die jou gevangenhoudt. En dat jijzelf ook degene bent die jou kan doen uitvliegen.

Maar dat gaat meestal niet vanzelf.

Ik geef je een aantal tips.

 

Waarom je jezelf niet gevangen moet houden in een gouden kooi

 

Meer salaris maakt niet gelukkig

 

Geld maakt niet ongelukkig, maar meer salaris maakt niet gelukkig.

Heb je te weinig inkomsten, dan is er alle kans dat je daar ontevreden over bent. Zeker als je nog amper geld overhoudt, als je aan je verplichtingen in de vorm van vaste lasten hebt voldaan.

Die ontevredenheid zal sterker zijn als je ook op basis van onderzoek naar jouw arbeidsmarktwaarde, duidelijk onder de maat betaald wordt.

Ga je in zo’n situatie meer verdienen, dan levert dat op dat moment tevredenheid op. Als je tenminste tevreden bent met het werk dat je doet.

Ben je ontevreden over je werk inhoudelijk, dan maakt het niet veel uit wat jouw beloning is. Ook al krijg je meer salaris, uiteindelijk blijf je dan toch ontevreden over je werk.

 

Beloning is namelijk een dissatisfier. Net als arbeidsomstandigheden, arbeidsverhoudingen en het beleid binnen een organisatie.

Dissatisfiers kunnen een bijdrage leveren aan werkontevredenheid als ze niet vervuld worden. Maar ze leveren niet meer tevredenheid in werk als ze vervuld worden. Eerder een min of meer neutrale toestand, doordat de werkontevredenheid wordt opgeheven.

 

Inhoud van werk is een satisfier.

Andere voorbeelden van satisfiers zijn: jezelf kunnen ontwikkelen en ontplooien, erkenning en waardering krijgen voor je werk, succesvol en creatief zijn, leveren van prestaties en het realiseren van doelen.

Satisfiers kunnen direct bijdragen aan werktevredenheid.

 

In een van mijn vorige artikelen kun je nog eens nalezen waarom alleen een goed salaris niet zaligmakend is.

 

 

Kostwinner of kostwinnaar

 

Is het jou ook wel eens opgevallen dat sommige mensen het hebben over kostwinnaar zijn?

Ik vind dat heel opmerkelijk. En ook wel een beetje hilarisch. Alsof je in een relatie een soort wedstrijd hebt wie het hoogste inkomen heeft. En dus de winnaar is.

Maar volgens onzetaal.nl heeft kostwinner echt niets te maken met het woord winnaar. Ook al komt de vorm kostwinnaar in de praktijk dus weleens voor.

Winnaar is afgeleid van winnen in de betekenis van de overwinning behalen. Het is dus helemaal niet gek als je net als ik die vreemde connotatie, gevoelswaarde hebt bij het woord kostwinnaar.

Kostwinner is afgeleid is van de kost winnen: de kost verdienen.

 

 

Laat je niet gevangenhouden in een gouden kooi

 

Met enige regelmaat hoor ik van mensen dat ze het niet naar hun zin hebben op hun werk, maar dat ze geen stappen naar ander werk durven/ willen zetten.

Onder het mom van:

“Ik wil mijn vaste contract niet laten vallen.”

Of: “Ik wil geen pensioenbreuk.”

Of: “Ik heb nu een goed salaris en de kans dat ik in een andere baan hetzelfde kan verdienen is klein. En we hebben wel een hypotheek en andere vaste lasten die zijn afgestemd op de huidige inkomsten.”

Of: “Ik ben kostwinner en mijn partner werkt als zelfstandige en heeft onzekere inkomsten.”

En zo kan ik nog wel even doorgaan met ja-maar.

 

 

Maar met al die ja-maars ben jijzelf degene die jou gevangenhoudt in jouw gouden kooi.

En als je de deur van die kooi niet opengooit, dan zal ook jouw energie en jouw potentieel gevangen blijven.

 

 

Een aantal tips die je helpen om de deur van jouw gouden kooi open te gooien

 

1. Voorkom dat de deur van de gouden kooi op slot gaat

Gewenning aan het goede leven gaat langzaam en ongemerkt.

De verleiding is dan groot om vast te houden aan wat je bereikt hebt. Of dat nu je positie in de organisatie is, de status die je hebt verworven of het geld dat je hebt verdiend.

Het is dan niet gemakkelijk om uit je comfortzone te stappen en je levensstijl aan te passen.

 

2. Durf je aannames ter discussie te stellen

Ga bijvoorbeeld het gesprek aan met je partner over jullie beider bijdrage aan het gezinsbudget.

Maak een mogelijke wisseling van rol bespreekbaar of een gedeelde verantwoordelijkheid voor het gezinsinkomen. Zodat jij of jouw partner niet als enige een grote financiële last op de schouders draagt.

Wellicht kunnen jullie door principieel onderhandelen komen tot een win-win situatie.

 

3. Bouw aan je ROR; een Roer Omgooi Reserve

Zorg voor een financiële buffer. Zo’n buffer geeft je de vrijheid om radicaal het roer om te gooien, als dat nodig is om je ideale werk te realiseren.

 

4. Maak een financiële planning

In mijn loopbaantrajecten gebruiken we weleens een financial planning sheet, waarin de nodige categorieën al zijn aangegeven.

Per maand en per jaar kun je in kaart brengen wat je nodig hebt voor een overlevingsminimum, een comfortabel leven en een optimale variant.

 

5. Realiseer je wat het meest belangrijk voor je is

Waarschijnlijk is dat iets anders dan je salaris, je pensioen, je status, je vaste contract.

Neem dat mee in je afwegingen.

 

6. Laat je begeleiden door een goede coach

Door goed zelfonderzoek, goed onderzoek naar de behoeften op de arbeidsmarkt en de juiste benadering van die arbeidsmarkt vergroot je aanmerkelijk de kans dat jouw verandering van koers een succes wordt.

Dat wetend en voelend zal je zeker helpen om stappen te zetten en je te bevrijden uit de gouden kooi.

 

 

Kortom

 

Sla je vleugels uit. Neem eigenaarschap van je eigen loopbaan. Neem zelf het stuur in handen.

Ga doen wat je het allerliefste doet, doen waar jij een bijdrage aan wilt leveren. Daar kan geen geld tegenop.

Voldoening krijgen van je werk, ervaren dat je van betekenis bent, uitdagingen aangaan, jezelf ontwikkelen, je energie weer voelen stromen, zelf maken van keuzes, weer aan het roer staan; dat is wat ik je gun.

 

 

 

Heb jij nog geen goed beeld van hoe jouw ideale werk eruitziet? Misschien ook omdat je dat tot nu toe niet toe hebt willen laten?

 

Maak gerust een afspraak met me voor een oriënterend gesprek. Dat kan via deze link.

 

 

 

 

Doe jezelf niet tekort door je te profileren als alleskunner

Hoe je profileren als alleskunner tegen je werkt in plaats van dat je er je voordeel mee doet

 

“Ik wil focus aanbrengen in mijn dienstverlening als zelfstandige. Wat is de klantengroep die past bij mijn talent of ‘rode draad’. Wie is nu echt mijn klant en belangrijker; wat is zijn vraag?”

Enerzijds wil ze graag weten op welke klant ze zich wil richten en in welke klantvragen ze zich wil specialiseren. Anderzijds wil ze eigenlijk niet kiezen, maar haar aanbod zo breed mogelijk houden. Om geen klant te hoeven missen.

Soms is men heel gericht op zoek naar een echte alleskunner. Dan ben je in je voordeel als jij die alleskunner bent.

Maar je profileren als alleskunner kan ook tegen je werken. Of je nu zelfstandig ondernemer bent of op zoek bent naar een baan in loondienst.

Hoe dat werkt en wat de oplossing daarvoor is, lees je in mijn artikel.

 

Doe jezelf niet tekort door je te profileren als alleskunner

 

Door je als alleskunner te profileren doe je jezelf tekort als ondernemer

 

Je maakt het je moeilijk als je alles voor iedereen doet. Bijvoorbeeld als coach.

Als ondernemer je profileren als alleskunner werkt echt tegen je. Ook al denk je zelf dat je door niet te kiezen je klantgroep breed en dus groot houdt.

Als je niet kiest, dan kun je alleen maar in algemene zin communiceren over wat je doet en voor welke problemen jij de oplossing bent. Ook de klantgroepen waarmee je wilt werken blijven vaag, want in principe kan dat iedereen zijn.

En hoe wil je je klant bijvoorbeeld aanspreken op je website, als je niet helder hebt wie jouw klant eigenlijk is?

 

Niet alleen maak je het voor jezelf moeilijk als alleskunner, maar ook voor je klant.

Zou jij kiezen voor iemand die alles kan?

Ik niet, ik ga graag op zoek naar een expert op het terrein waar ik hulp of begeleiding bij nodig heb. Ik denk dat hetzelfde geldt voor meer mensen.

En wat denk je van jouw zichtbaarheid en vindbaarheid als zelfstandige alleskunner? Er wordt immers meestal naar specifieke expertise gezocht.

 

Durf dus te kiezen voor welke problemen jij met name de oplossing bent en/of specificeer je doelgroep.

 

Ik geef je een paar tips in de vorm van reflectievragen:

  • Waar loop je het meest warm voor? Waar gaat jouw vuurtje van branden? Waaraan wil jij een bijdrage leveren met wat je doet in je werk?
  • Met welke mensen heb je de meeste connectie? Voor welke mensen heb je een passie?
  • Welke specifieke dienstverlening of welk specifiek product past het beste bij jou?
  • Als je nu al klanten hebt; welke klanten trek je nu al aan? Met welke van die klanten werk je het liefst?
  • Met welke klanten identificeer je je het gemakkelijkst? Misschien wel omdat ze tot dezelfde groepen behoren als jij?

 

 

Door je als alleskunner te profileren in sollicitatietrajecten, doe je jezelf tekort

 

Bijvoorbeeld door te solliciteren naar elke functie die maar enigszins bij je past.

Wees selectief in de functies waar je werk van maakt. Ook al voel je de hete adem van het UWV in je nek. Of heb je anderszins het gevoel dat je niets te kiezen hebt.

Een werkgever of een selecteur is op zoek naar een geschikte kandidaat voor een specifieke functie.

Een werkgever is niet op zoek naar iemand die een baan zoekt. Integendeel, hij wil een professional die optimaal matcht met het profiel dat hij voor ogen heeft.

Dat is meestal niet iemand die alles kan of denkt alles te kunnen. Dat is eerder iemand die dé oplossing is voor zijn specifieke probleem.

Het is ook niet iemand die op alles solliciteert wat maar enigszins past. Bijvoorbeeld om maar aan de sollicitatieplicht te voldoen.

Als selecteur proef je dat uit een cv en uit een sollicitatiebrief. Want je denken over je kansen op de arbeidsmarkt beïnvloedt je handelen. Nog voordat jij je cv hebt opgesteld of je sollicitatiebrief hebt geschreven.

En zoals eerder aangegeven, je hebt de meeste kans op een baan als je gaat voor je ideale baan.

 

Durf dus te kiezen en te gaan voor een baan die echt bij je past.

Ik geef je een paar tips:

  • Wees selectief in de vacatures waarop je reageert.
  • Twijfel je of een vacature bij je past, doe je onderzoek. Bel bijvoorbeeld de contactpersoon met betrekking tot de vacature. Stel je vragen om een goed beeld te krijgen van de organisatie en de functie. Of bekijk of je iemand in je netwerk hebt, die betreffende organisatie of functie kent.
  • Spits je cv toe op de functie die je ambieert.
  • Wees selectief in wat je vermeldt in je cv. Een selecteur wil in een cv zien, wat hij zoekt. Al het overige leidt alleen maar af.
  • Houd voor ogen dat een cv is bedoeld om de aandacht te trekken. Je wilt een selecteur nieuwsgierig maken naar wat je nog meer hebt gepresteerd. Hem verleiden om het gesprek met jou aan te gaan. Je wilt dat hij denkt “die wil ik spreken”.
  • Doe jezelf niet tekort door een hele trits kwaliteiten van jezelf in je cv te benoemen, maar er verder niets mee te doen. Laat bij de beschrijving van je prestaties zien, met inzet van welke kwaliteiten jij die resultaten hebt bereikt.

 

 

Al met al werkt je profileren als alleskunner eerder tegen je, dan dat je er je voordeel mee doet.

Durf keuzes te maken, selectief te zijn en durf te gaan voor het werk dat jij voor ogen hebt.

 

 

Heb je nog geen goed beeld van het werk dat je wilt doen? Of van het werk dat goed bij je past?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl ) me gerust voor het maken van een afspraak voor een vrijblijvend oriënterend gesprek.

 

 

 

 

Wat zijn jouw assets, wat ben jij waard op de arbeidsmarkt?

Weten wat jouw assets zijn is van cruciaal belang voor een succesvolle loopbaan

 

Onlangs las ik een artikel op de website van deondernemer.nl met de intrigerende kop ‘Hang een prijskaartje aan jezelf’.  

Zo’n titel roept bij mij als loopbaanprofessional een bepaald beeld op. Maar de inhoud van het artikel ging over iets heel anders dan ik veronderstelde.

Zo zie je maar weer, dat je waarneming wordt gekleurd door de bril waardoor je kijkt.

En ook al ging het artikel over iets heel anders dan ik dacht, er zijn duidelijk verbanden te leggen tussen de inhoud van het artikel en mijn vakgebied als loopbaanprofessional.

 

Want weten wat je te bieden hebt op de arbeidsmarkt, weten wat jouw assets zijn, is van cruciaal belang voor een succesvolle loopbaan.

Als jij een goed beeld hebt van jouw assets, dan kun je een inschatting maken van wat jij waard bent voor een werk- of opdrachtgever.

En dan denk ik beslist niet alleen aan het prijskaartje dat je aan jezelf kunt hangen.

 

weten wat je assets zijn

Assets, wat zijn dat?

 

Het begrip asset’ wordt in verschillende contexten gebruikt.

In de economische betekenis is een asset ‘iets van waarde’ en te omschrijven als:

Alles met een commerciële en- of vervangingswaarde, dat eigendom is van een bedrijf, stichting of individu. Een asset heeft een bepaalde waarde in het economisch verkeer.

 

Wist jij dat je zo ook een bedrag aan jezelf kunt koppelen?

Kennelijk kun je de economische waarde ook uitrekenen voor een individu. Je moet dan denken aan je vermogen, je eigendommen, je activa. Daarover ging het artikel op deondernemer.nl

Heb jij ooit gehoord van je netto financiële waarde? Heb jij misschien zelfs je eigen netto financiële waarde al eens berekend?

Ik niet. Ik wist zelfs niet wat dat is.

Maar zou je je netto financiële waarde willen berekenen? Op internet is daar volop informatie over te vinden.

 

 

Assets in de psychologische betekenis van het woord

 

Assets in de psychologische betekenis van het woord zijn voor mij als loopbaanprofessional interessanter.  

Bij assets in die betekenis moet je denken aan waardevolle eigenschappen, persoonlijke kwaliteiten, pluspunten van jou als persoon.

Je assets zeggen iets over wat jij te bieden hebt op de arbeidsmarkt. En wat jou van anderen onderscheidt.

Overigens hoef je je assets niet per definitie te gelde te maken in het werk dat je doet en je assets kunnen ook buiten je werk van betekenis zijn.

 

 

Assets met betrekking tot werk en inzetbaarheid in werk

 

Hoe zit het met jouw kennis als professional? Wat doe je met wat je weet? Hoe pas je je kennis toe? En wat zijn jouw persoonskenmerken en wat is jouw attitude?

Het antwoord op die vragen zegt alles over jouw assets. En jouw assets zeggen iets over wat jij waard bent op de arbeidsmarkt.

 

Met betrekking tot werk spreekt men ook wel van een drietal niveaus.

Als basis assets ziet men basisvaardigheden en essentiële persoonskenmerken zoals betrouwbaarheid en integriteit.

Als intermediate assets, het tussenniveau, ziet men specifieke beroepsvaardigheden, algemene vaardigheden zoals communiceren en het oplossen van problemen en persoonskenmerken zoals motivatie en initiatief.

High level assets omvatten skills die een aanmerkelijke bijdrage leveren aan het resultaat van een organisatie. Professionals met dat niveau blinken bijvoorbeeld uit in teammanagement, zelfmanagement of het signaleren en grijpen van kansen voor de organisatie.

Zoals ik ook wel hoor van mijn coachklanten; dat zijn de professionals die het predicaat krijgen van ‘topper’, ‘executive’ of ‘high potential’.

 

 

Je assets en mijn coachtrajecten

 

In een traject breng je aan de hand van je succesverhalen je assets in kaart.

Wil je een idee krijgen van hoe we werken met je succesverhalen, lees mijn artikel er nog eens op na.

 

Maar het weet hebben van je assets is niet genoeg. Als professional moet je je ook met je assets kunnen profileren en ze kunnen ‘vermarkten’, ook al klinkt dat in jouw oren misschien wat negatief.

Het is belangrijk dat je je ambities kenbaar maakt, dat je je laat horen. En dat je overtuigend presenteert hoe jij voor een organisatie van betekenis kunt zijn. Niet alleen offline in gesprekken, maar bijvoorbeeld ook online op LinkedIn.

 

En dat leer je in een coachtraject.

En zo voorkom je dat je, net als een van mijn klanten, voor een voor jou aantrekkelijke functie gepasseerd wordt en achteraf te horen krijgt “ik wist niet dat jij ambities had”.

 

 

Heb jij je assets niet goed in beeld?

Of vind je het moeilijk om je daarmee te profileren?

Neem contact met me op voor een oriënterend gesprek.

 

© foto: Martin Langbroek