Berichten

Als topper gaan voor een top baan

Je richten op groei en promotie maken of betrokken je werk doen, niet gefocust op opklimmen

 

Dat is top! Jij bent een topper! Een top baan!

Er wordt veel over top gesproken en geschreven. Of het nu gaat over topsporters, topbanen, topfunctionarissen, topverdieners, topinvesteerders, toppresteerders of welke toppers dan ook.

Minder hoor of lees je over de flops of floppers; de mislukkingen of mislukkelingen. Zo kan een nieuwe baan in werkelijkheid geen top baan zijn, maar een flop. Of een nieuwe werknemer voor een werkgever geen topper blijken te zijn, maar een flopper.

Dat doet me denken aan Top of Flop, een televisieprogramma van vroeger. In het programma werden grammofoonplaten gedraaid. Als de muziek afgelopen was, dan mocht een jury van vier (on)bekende Nederlanders commentaar geven en daarna stemmen voor top of flop.

Beoordeelde de meerderheid de muziek als top, dan rinkelde de presentator met een bel, bij flop kneep hij in een toeter. Staakten de stemmen, dan vroeg de presentator wat het publiek in de zaal ervan vond.

Op de arbeidsmarkt gaat dat anders. Daar komt geen publieksjury aan te pas.

Wie een topper is of welke functie top, is in bepaalde sectoren op de arbeidsmarkt heel evident. Top en topper hebben in die sectoren ook alles te maken met carrière.

Maar of die carrière leidt tot een top baan?

 

Als topper gaan voor een top baan

 

Een top baan; een baan die goed verdient

 

Als je het woord topbanen als zoekwoord intypt op internet, dan krijg je allerlei opsommingen van bestbetaalde banen in Nederland.

Voor hogeropgeleiden staat Onderzoeker Klinische Chemie bovenaan. Gevolgd door piloot, commercieel directeur, accountant, neurochirurg, dermatoloog, burgemeester, bedrijfsjurist, advocaat, psychiater in de verslavingszorg.

Overigens wordt in die lijsten steeds een flinke bandbreedte genoemd met betrekking tot salaris. Zo kun je bijvoorbeeld als accountant een salaris verwachten tussen de € 2.250 en € 13.500. En als neurochirurg tussen € 5.800 en € 10.800.

Ben je echt geïnteresseerd in goed betaalde banen en beroepen? Kijk dan eens op nationale beroepengids.nl.

 

Maar of de hoogte van de inkomsten bepaalt of een baan een top baan is? Naar mijn mening is dat niet het geval. Voor mij is ‘veel geld’ een vrij platte connotatie van top.

Maar ik realiseer me heel goed, dat het anders wordt als de hoogte van het salaris allesbepalend voor je is.

Overigens is het ook niet zo, dat je met bijvoorbeeld de duurste advocaat een topadvocaat hebt, met de beste expertise. Maar dat terzijde.

 

 

Een top baan? Voor jonge hoogopgeleiden hoeft dat niet meer zo nodig

 

Hoogopgeleid zijn wil lang niet altijd zeggen dat je gelukkig wordt van daarop aansluitende functies. In een van mijn vorige artikelen heb je dat kunnen lezen.

En waar je je voorheen bijvoorbeeld als accountant of advocaat uit de naad werkte om hogerop te komen en uiteindelijk partner te worden, denkt menig jonge accountant of advocaat daar nu anders over. En vraagt zich serieus af of de prijs die je figuurlijk daarvoor betaalt, die positie waard is.

Dat kwam onlangs ook naar voren in een artikel in het FD. Arbeidsrechtadvocaat Els de Wind van advocatenkantoor Van Doorne zegt daarover: ‘Vooral bij die jonge generatie zie je dat het werk in hun leven moet passen. Zij willen graag werken om een goede advocaat te worden, maar niet doorlopend.’

Ik begrijp dat heel goed.

Wat dat betreft is het een hele winst dat je bij het genoemde advocatenkantoor kunt kiezen voor een stand still-periode in je loopbaan. Een periode waarin je aangegeven hebt niet te willen groeien of promotie te maken. Zoals advocaat De Wind zegt: ‘Je werkt gewoon, maar klimt niet op.’

 

 

De top bereiken resulteert lang niet altijd in kwaliteit van leven en welbevinden

 

De top in welbevinden is mijns inziens niet louter een vorstelijk salaris of een partnerschap bij een advocaten- of accountantskantoor.

De top in welbevinden is balans; balans tussen je werk en wat naast werk belangrijk voor je is.

Uit recent onderzoek van Randstad: Employer branding 2022: de kracht van trots en passie, blijkt dat een goede werk-privébalans voor veel werknemers (66%) een belangrijk punt is. Daarbij vinden vrouwen een fijne werksfeer (78%) en een goede werk-privébalans belangrijker (70%) dan mannen (68% en 62%).

Medewerkers die een goede balans tussen werk en privé hebben gevonden, voelen zich gezonder, presteren beter en halen meer voldoening uit hun werk.

 

Niet alleen jij als werknemer, maar ook jouw werkgever heeft baat bij een goede werk-privé balans voor werknemers.

Durf dan ook gerust aan te kaarten wat jij nodig hebt om die goede balans te ervaren. Ook afhankelijk van de levensfase waarin je zit. Denk maar aan de impact van het krijgen van kinderen, het volgen van een studie of de zorg voor zieke familieleden.

Maak je wensen kenbaar.

Op die manier creëer je een top baan. Een baan waarin jij je wel bevindt door een goede balans tussen werk en privé.

 

 

 

Vind je het moeilijk om de vinger erachter te krijgen hoe een top baan voor jou eruit moet zien?

Lees mijn boek WAT WIL IK NU ECHT?

 

Wil je samen met een kleine groep gelijkgestemden aan het werk om antwoorden te krijgen op jouw loopbaanvragen?

Meld je aan voor de 3-daagse training Bouw je ideale loopbaan.

 

 

 

 

Hoe een life event je anders doet kijken naar je loopbaan

Hoe een life event je doet stilstaan bij de vraag ‘Wat is echt belangrijk voor mij?’

 

Onlangs had ik een gesprek met een klant. Hij is herstellende van een hartinfarct en nu aan het re-integreren.

Re-integreren, vooral op deze manier gespeld, is voor mij een intrigerend woord. Volgens van Dale betekent integreren opgaan in, bijvoorbeeld integreren in de samenleving. Of tot een eenheid maken of worden.

Re-integreren betekent letterlijk weer laten functioneren. Waarbij dan meestal wordt gedoeld op re-integreren op de arbeidsmarkt. Weer deel worden van een groter geheel, de maatschappij of het arbeidsproces waarvan je deel uitmaakte, voordat je om wat voor reden dan ook, uitviel.

Zo’n periode van afwezigheid van werk is vaak ook een periode om van een afstand te kijken naar je werk en jezelf te bevragen over werk.

 

Hoe een life event je anders doet kijken naar je loopbaan

 

Een life event is niet per definitie negatief

 

Er zijn ook positieve life events zoals een huwelijk of een geboorte.

Dat doet me denken aan een andere coachklant. Als resultaat van het loopbaantraject ging ze aan het werk als managementconsultant voor een internationale organisatie. Internationaal werken, veel blijven leren, reizen en multicultureel waren belangrijke criteria voor haar. Die wilde ze terugzien in haar werk.

Maar door haar huwelijk veranderde haar leven ingrijpend. Ook omdat er een gezinnetje bij betrokken was en het moederschap voor haar een nieuwe ervaring was.

Dat zette aan tot denken over wat het meest belangrijk is en leidde tot andere keuzes. Hoe mooi de baan als managementconsultant ook was, hij matchte niet met haar nieuwe leven. Een switch was dan ook gauw gemaakt.

Of een life event positief of negatief is, in beide gevallen kun je je overweldigd voelen door de situatie. Al zal een negatief event, anders uitwerken dan een positief.

Bij negatieve life events kun je denken aan bijvoorbeeld verlies van een dierbare, je werk of je gezondheid. Maar bijvoorbeeld ook een verbroken relatie of verandering in de gezondheid van een familielid.

Een life event, positief of negatief, doet je nadenken over werk en leidt niet zelden tot verandering van je kijk op werk.

 

 

Loopbaan is niet hetzelfde als levensloopbaan

 

De levensloopbaan wordt niet gevormd door ons werk. Werk is deel van je levensloopbaan.

Ik zie werk als een van de levensterreinen. Naast werk zijn er meestal andere levensterreinen, die ook belangrijk voor je zijn. Zoals bijvoorbeeld het relationele: je partner, eventuele kinderen, familie, vrienden. Gezondheid: zowel fysiek als mentaal. Persoonlijke ontwikkeling op terreinen die voor jou belangrijk zijn. Het deelgenoot zijn van de maatschappij en de bijdrage die jij daaraan wilt leveren.

In mijn ogen doe je jezelf tekort door je te vereenzelvigen met je werk en je identiteit te ontlenen aan je werk. Je bent niet wat je doet in je werk, je bent (veel) meer dan dat.

Wat dat betreft vind ik het leuk en terecht als een coachklant, zoals onlangs, in een oriënterend gesprek aan me vraagt ‘Kun je nog eens wat meer over jezelf vertellen?’. Dat doe ik graag. Ik vertel dan kort over mijn loopbaan in opleiding en beroep. Maar bijvoorbeeld ook dat ik opgegroeid ben in een gezin met zeven kinderen. Dat ik moeder ben van vier ruim volwassen kinderen en oma van zeven kleinkinderen. Ik graag piano speel en sinds een half jaartje weer tweewekelijks pianoles krijg. Dat ik ook graag met keramiek bezig ben en het sowieso lekker vind om met mijn handen in de aarde zitten. Dus graag in de tuin werk en geniet van wat groeit en bloeit. Want dat ben ik ook, naast mijn rol als loopbaancoach.

 

Toch zijn er mensen die in hun werkzame leven zodanig gefocust hebben op werk, dat ze zich afvragen wat ze nog zijn of wie ze nog zijn als ze hun baan verliezen of met pensioen gaan. En dan ook erg opzien tegen hun pensioen. En zo snel mogelijk werk maken van alternatieven voor werk.

 

 

Loopbaan is niet hetzelfde als carrière

 

De loopbaan is de weg die iemand aflegt in de wereld van opleiding en arbeid of de reeks van maatschappelijke posities die iemand achtereenvolgens inneemt.

Het woord loopbaan is vrij neutraal en zegt weinig tot niets over de richting waarin je je hebt ontwikkeld. Of je bijvoorbeeld gestegen bent op de maatschappelijke ladder of gaande je loopbaan juist een paar sportjes lager op die ladder bent beland.

Voor het woord carrière ligt dat iets anders. Ook al wordt carrière gezien als synoniem voor loopbaan en is het Franse woord voor loopbaan carrière en het Engelse woord career, in het Nederlandse spraakgebruik heeft carrière een minder neutrale betekenis dan loopbaan. Bij carrière maken denk je algauw aan promotie maken. Dus een ontwikkeling in positieve zin, een stapje hoger komen in de rangorde.

 

 

Carrière maken heeft zijn schaduwkanten

 

Wist je dat het woord carrière een afgeleide is van het Italiaanse carriera? En van loopbaan of renbaan voor paarden in de loop van de tijd veranderd is in de snelle loop van een paard?

Peter Henk Steenhuis zegt in zijn Veroordeeld tot succes – op zoek naar een geslaagd leven, daarover:

‘Een kenmerk van paarden op een carriera is dat zij oogkleppen op hebben, om te voorkomen dat ze afgeleid worden en uit het oog verliezen dat zij als eerste bij de finish moeten willen aankomen. Succes in je carrière vereist kennelijk oogkleppen, zodat we niet afgeleid kunnen worden door hindernissen als zieke partners, of verdrietige kinderen die net ontslagen zijn uit een teleurstellingenfabriek.’

Wat dat betreft is het opmerkelijk dat van mensen die heel carrièregericht zijn, vaak wordt gezegd: ‘Die hebben oogkleppen op’.

 

 

Wil je echt gaan voor een carrière, dan zul je daarvoor veel andere zaken moeten laten voor wat ze zijn

 

Wat dat betreft moet ik denken aan een van mijn coachklanten van enkele jaren terug. Hij had een commerciële functie en was veel op reis voor zijn werk.

De organisatie waarvoor hij werkte ging reorganiseren. Hij raakte zijn baan kwijt en kwam bij mij terecht voor een outplacementtraject. Zonder baan thuiszittend werd hem pijnlijk duidelijk dat zijn vrouw met hun kinderen een andere relatie had dan hij als vader. En dat hij belangrijke momenten in het leven van zijn kinderen had gemist.

Ik was bijvoorbeeld niet bij de diploma-uitreiking, zei hij met spijt in zijn stem. Zat ik weer op een of ander vliegveld, in een vliegtuig of in een hotel ver weg. Vanaf nu doe ik dat anders.’

Zijn persoonlijke missie heeft hij duidelijk in het zicht opgehangen in zijn werkkamer. En nog een paar jaar op rij maakte hij jaarlijks met mij een afspraak om te bespreken of hij zijn leven nog leefde in lijn met zijn persoonlijke missie.

 

Voor hem was zijn ontslag een life event dat hem anders deed kijken naar zijn loopbaan en deed stilstaan bij de vraag ‘Wat is echt belangrijk voor mij?

 

 

 

Worstel jij met de vraag of je wilt gaan voor een carrière, een prestigieuze baan?

Of dat je tevreden kunt zijn met het niveau waarop je nu werkt en daarbij voldoende tijd en energie hebt voor wat naast werk belangrijk voor je is?

Neem gerust contact met me op. Graag denk ik met je mee en bied ik je handreikingen om te komen tot antwoorden op jouw vragen.

 

 

 

 

Wat een ombudsman en een vakbondswerker met elkaar te maken hebben

Betere antwoorden op loopbaanvragen door het aangaan van gesprekken

 

Veel van mijn coachklanten willen niet zomaar een baan. Zij zijn op zoek naar werk waarin hun kwaliteiten optimaal tot hun recht komen en werk waarmee ze een maatschappelijke bijdrage kunnen leveren.

Ze willen van betekenis zijn met het werk dat ze doen.

Maar hoe die betekenis dan concreet ingevuld moet worden? Of in welke richting je dan moet denken?

Misschien heb jij je die vragen ook al eens gesteld.

Om te komen tot een antwoord op je loopbaanvragen kun je in eentje gaan reflecteren, maar vaak kom je sneller tot een antwoord als je in gesprek gaat met een sparringpartner. Wie dat dan voor jou ook mag zijn.

Elke keer voelt het voor mij als loopbaancoach als een bijzonder voorrecht om die gesprekken te voeren. En kan ik samen met mijn coachklant genieten van hoe stap voor stap het antwoord op loopbaanvragen duidelijk wordt.

 

betere antwoorden op loopbaanvragen door het aangaan van gesprekken

 

Introspectie of outrospectie om te komen tot een antwoord op loopbaanvragen

 

Introspectie betekent letterlijk naar binnen kijken. Van een afstandje naar jezelf kijken: je eigen gedachten, gevoelens, motieven, gedrag, fantasieën.

Het kan je helpen om te komen tot antwoorden op je vragen, bijvoorbeeld loopbaanvragen. Je kunt antwoorden op loopbaanvragen zoeken en vinden in jezelf.

Daarbij stel je jezelf vragen en door in gesprek te gaan met jezelf probeer je te komen tot antwoorden.

Maar of die antwoorden kloppen? Of de beelden die jij in je hoofd hebt overeenkomen met de werkelijkheid? Dat is nog maar de vraag.

Bovendien loop je met introspectie het risico dat je in je eigen hoofd, wat ik noem, in rondjes blijft draaien.

Dus, wil je komen tot antwoorden op je loopbaanvragen beperk je niet tot introspectie. Ga gesprekken aan met anderen; outrospectie. Door het voeren van gesprekken, anders dan met jezelf, kun je achterhalen of de indrukken die je hebt kloppen. En kom je tot betere antwoorden dan wanneer je alleen naar binnen kijkt.

Overigens is outrospectie nog geen gangbaar woord. Ik hoorde het onlangs in een podcast van de HKU met Peter Henk Steenhuis. Als woord vind ik het een mooie tegenhanger van introspectie.

 

 

Een goed gesprek voeren betekent nadenken, woorden vinden, jezelf of de ander bevragen

 

Een goed gesprek voeren gaat niet iedereen even makkelijk af. Het vraagt oefening, training.

Ik ervaar dat in coachtrajecten. Dat begint al, als we bezig gaan met het werken met succesverhalen en met name het benoemen van kwaliteiten.

In eerste instantie laat ik de ander benoemen welke kwaliteiten zij laat zien in het door haar geschreven verhaal. Vaak heeft betreffende persoon daar wel een beeld bij, maar hoe dat beeld te beschrijven is vaak lastig. ‘Ja, hoe zeg je dat?’ is dan een reactie die ik vaak hoor.

Als ik dan kenbaar maak hoe ik de kwaliteit omschreven heb, dan hoor ik met regelmaat: ‘Ja, dat heb je goed omschreven’. En soms: ‘Nee, dat is het niet echt, maar het gaat wel in die richting’. Al doorvragend en doorpratend komen we dan tot een label of omschrijving die past.

 

Het is de kunst om de juiste woorden voor de weergave van een specifieke inhoud of betekenis te vinden.

En niet iedereen is een taalkunstenaar of een taalwetenschapper.

En is iemand dat wel, dan kan het zijn dat die nog meer dan iemand die die achtergrond niet heeft, gaat wikken en wegen om te komen tot het juiste woord of de juiste woorden.

Zo gaf een van mijn coachklanten, een taalwetenschapper en communicatieadviseur aan: ‘Ik ga er nog eens goed over nadenken’.

Taalvaardigheid is een van haar kwaliteiten:

Door mijn gevoel voor taal en grote woordenschat kan ik me goed uitdrukken, zowel mondeling als schriftelijk. Ik kan in gesprekken woorden vinden die passen en in teksten zinnen maken die lopen. Door te spelen met taal ben ik in staat om nuances aan te brengen en te verwoorden wat mensen bedoelen. Weloverwogen kies ik de juiste woorden om contact te maken en verbinding te leggen. Daardoor voelen mensen zich gehoord en gezien.’

 

 

Een gesprek over loopbaanvragen krijgt diepgang door doorvragen

 

Een vraag, met name de ‘waarom-vraag’ doet nadenken.

Of varianten op die waarom-vraag, zoals: ‘Wat met name spreekt jou daarin aan?’ of ‘Wat in het bijzonder maakt dat belangrijk voor jou?

Door doorvragen kom je tot de essentie.

 

Zo had ik laatst een gesprek met een van mijn coachklanten over de bijdrage die hij wil leveren met zijn werk.

In eerste instantie was zijn antwoord: ‘Ik wil iets betekenen voor mensen, een maatschappelijke bijdrage leveren’.

Dat is een antwoord dat ik vaak hoor en dat heel algemeen en heel breed is. En dat dus vraagt om specificering, wil het richting geven.

Mijn volgende vraag in dit voorbeeld was: ‘Wat boeit je daaraan?’. Zijn antwoord daarop: ‘Verbeteren van een situatie, verbeteren van processen’.

Wat mij deed doorvragen: ‘Welk facet daaraan intrigeert je het meest?’. Waarop hij antwoordde: ‘Het verbeteren van de rechtspositie van mensen’.

Mijn volgende vraag: ‘Wat intrigeert je daaraan weer het meest?’. Ik kreeg als antwoord: ‘Rechtvaardigheid, eerlijke behandeling’.

Waarop weer mijn vraag: ‘Als je denkt aan rechtvaardigheid, eerlijke behandeling, waar zou je specifiek een bijdrage aan willen leveren?’. Zijn antwoord: ‘Rechtvaardigheid voor mensen in een kwetsbare positie’.

Het gesprek was een mooi samenspel met voor de coachklant een verrassende, maar er snel over nadenkend, ook herkenbare uitkomst.

Zijn reactie:

Dan zouden opties als vertrouwenswerk bij een vakbond, belangenbehartiging, Ombudsman bij de Gemeente *******, Ombudsman voor kinderen, heel goed daarin passen.

Dat zijn opties waaraan ik weleens heb gedacht.’

 

Het was alsof een en ander op zijn plek viel. Het was een bevestiging van opties die al eens waren opgeplopt in zijn denken.

Voor mijn coachklant is nu de volgende stap het doen van zijn onderzoek in die richting.

 

 

Verder onderzoek doen door het aangaan van gesprekken

 

Heb je een beeld van de richting die je uit wilt gaan, dan is het zaak om door het aangaan van gesprekken verder je opties te onderzoeken.

Enerzijds om te achterhalen welke concrete opties passen bij het werk dat je wilt doen. Want, uitgaande van het boven beschreven voorbeeld, zijn er vast nog meer concrete functies waarin je een bijdrage kunt leveren aan rechtvaardigheid voor mensen in een kwetsbare positie.

Zo werkt een van mijn netwerkcontacten bijvoorbeeld als cliëntenvertrouwenspersoon Wet Zorg en Dwang.

Anderzijds kun je door het aangaan van gesprekken toetsen of het beeld dat jij van een specifieke functie hebt, overeenkomt met de werkelijkheid. En als dat beeld in de praktijk anders is dan wat jij je had voorgesteld, of dat werk dan nog bij je past.

En niet onbelangrijk bij het doen van je onderzoek is achterhalen in hoeverre er behoefte is aan mensen, die het werk doen dat jij zou willen doen.

Dat doet me denken aan het Ikigai concept.

Ikigai, een Japans concept, en de sleutel voor gepassioneerd leven. Met waar je goed in bent en met wat je graag doet jouw bijdrage leveren aan waar behoefte aan is en wat aansluit bij jouw persoonlijke missie. En waar je dan ook nog een mooi inkomen mee kunt genereren.

 

 

 

Wil je door het aangaan van gesprekken in een kleine groep gelijkgestemden inspiratie opdoen en begeleid komen tot antwoorden op je loopbaanvragen?

Wil je leren van elkaar en volop oefenen met het verwoorden van waar je goed in bent en wat belangrijk voor je is?

Lees mijn aanbod over de training Bouw je ideale loopbaan en meld je aan.

 

En wil je niet wachten tot november, maar nu werk maken van ander werk?

Neem gerust contact met me op.

 

 

 

 

In hoeverre is je talent af te leiden uit hoe je eruitziet?

In hoeverre is gelaatkunde een geschikt instrument om een beeld te krijgen van talenten van mensen?

 

‘Iemands talent bepaalt al voor een groot deel hoe hij of zij eruitziet’, las ik in de nieuwsbrief van Werf&. Of anders geformuleerd: door te kijken naar het uiterlijk van mensen kun je het innerlijk beter begrijpen.

 

Ik herinner het me nog goed, ook al is het heel lang geleden. Ik liep stage bij een Adviesbureau voor Opleiding en Beroep, een AOB. Naast individuele beroepskeuzeonderzoeken deden we screenings van leerlingen op scholen voor voortgezet onderwijs. Met het oog op de te maken keuze voor de volgende stap in hun loopbaan.

Een hele testbatterij hadden de leerlingen doorgewerkt. Het was de taak aan ons als beroepskeuzeadviseurs om op basis van de testresultaten te komen tot een advies. Zonder dat we de leerlingen ontmoet hadden.

Meer dan eens kon het gebeuren dat ik al bij het binnenkomen van betreffende leerling in een paar seconden de indruk had ‘Het advies dat ik op basis van de testresultaten geformuleerd heb, gaat het niet worden.

Maar zoals testresultaten lang niet altijd een representatief beeld geven van wie iemand is als persoon en wat zijn kwaliteiten zijn, zo zijn ook bij de gelaatkunde, Fysionomie of Fysiognomie, kanttekeningen te maken.

 

In hoeverre is je talent af te leiden uit hoe je eruitziet?

 

Fysiognomie; karakter en talent afleiden van hoe je eruitziet; het fysieke lichaam, de vorm van het hoofd en het gezicht

 

Ook al kon ik toen ik stageliep nog niet direct duiden en woorden geven aan wat ik zag bij een eerste indruk, kennelijk vorm je je in luttele seconden een beeld van iemand. En maak je daar een interpretatie bij.

Het is dan ook geen wonder dat men zegt: ‘De eerste indruk telt’. En zelfs: ‘De eerste indruk is beslissend in een selectiegesprek.’

 

Fysiognomie is al heel oud. En nam bijvoorbeeld 3000 jaar geleden al een belangrijke plaats in, in Ayurveda, de Hindoeïstische gezondheidsleer. En nu nog steeds.

Ook de Griekse arts Hippocrates (ongeveer 400 jaar voor Christus) hield er zich mee bezig, resulterend in zijn temperamentenleer. In die leer gaat hij uit van de (ont-)menging van vier lichaamssappen: bloed (sanguis), gal (chole), slijm (phlegma) en zwarte gal (melancholos).

Het lichaamssap dat overheerst bepaalt je temperament, je persoonlijkheidstype. Je temperament moet je daarbij zien als een kwaliteit en niet als iets slechts. Ook al ben je misschien geneigd om daaraan te denken, bijvoorbeeld bij het melancholische type.

Volgens de leer van Hippocrates heeft iedereen alle vier de typen in zich: het sanguinische, het cholerische, het flegmatische en het melancholische. Maar een of meer typen overheersen.

 

 

Aan hoe je eruitziet en je verschijning kun je zien welk type je bent

 

En niet alleen welk type je bent, maar ook wat jou karakteriseert en wat jouw talent is.

Het sanguinisch type is een harmonische verschijning en heeft een luchtige blik op het leven. Zijn tred is vaak huppelend of verend.

Sanguinische types zijn sterk op de buitenwereld gericht. Het zijn sociale mensen, gericht op samenwerken. Hun basisemotie is blijheid. Ze hebben veel interesses, maar vinden het moeilijk om zich lang op één onderwerp te richten. Ze zijn snel afgeleid en kunnen daardoor chaotisch overkomen.

Het cholerisch type is qua lichaamslengte vaak aan de kleine kant, is doelgericht en heeft een stevige stap.

Net als het sanguinisch type is een cholerisch type naar buiten gericht, maar meer beïnvloedend, dan volgend. Een cholerisch type is meer resultaatgericht, competitief en daadkrachtig. De basisemotie is boosheid.

Het flegmatisch type is wat steviger en ronder, heeft een wat slomere gang en sloft als het ware door het leven.

Het flegmatisch type heeft een sterk innerlijk leven en is meer naar binnen gekeerd. Flegmatische types zijn echte gevoelsmensen. De basisemotie is angst.

Het melancholisch type is vaak lang en slank en is een beetje bleek van uiterlijk. Hij heeft een stevige tred, maar loopt meer op de voorvoet. Mogelijk komt die tred voort uit een zware beleving van het leven.

Het melancholische type is een echte denker. Het is een sterk mens met een sterk innerlijk leven. Hij heeft een rijke binnenwereld die van buiten niet altijd zichtbaar is. Ogenschijnlijk zijn het heel rustige mensen, maar van binnen kan het flink broeien. Ze zijn heel nauwkeurig en heel zorgvuldig. De basisemotie is bedroefdheid.

Het is de moeite waard om eens bij jezelf te rade te gaan in welk type jij je het meest herkent. En of de beschrijvingen passen bij het beeld dat jij van jezelf hebt.

 

 

Koppeling van de vier temperamenten aan de vier elementen: lucht, water, vuur en aarde

 

De vier temperamenten in de temperamentenleer van Hippocrates kun je ook koppelen aan de vier elementen lucht, water, vuur en aarde, die iets zeggen over jouw persoonlijkheid.

Bij het sanguinisch type overheerst lucht. Bij het element lucht passen persoonskenmerken als opgewekt en vrolijk. Maar ook het hebben van veel interesses, snel afgeleid zijn, altijd tijd te kort hebben en soms oppervlakkig zijn.

Bij het cholerisch type overheerst vuur. Vuur-mensen doen iets zodat zaken gaan veranderen. Zij willen actie en nemen de leiding, zijn gefocust op de toekomst, zijn vasthoudend, druk en kunnen opvliegend zijn.

Het flegmatisch type wordt gekenmerkt door het element water. Water-mensen zijn rustig, kalm, reageren vaak onbewogen, zijn ietwat dromerig en hebben veel tijd nodig.

Het melancholisch type heeft veel van het element aarde. Aarde-mensen houden van overzicht, denken veel na, vooral om te begrijpen en onthouden goed. Heb je veel van het element aarde, dan ben je niet alleen ernstig, maar kun je ook somber zijn en zwaarmoedig.

 

 

Aanleg aflezen aan hoe je eruitziet

 

Aanleg aflezen aan hoe iemand eruitziet doe je niet zomaar even. Dat vraagt veel oefening en ervaring.

Zo geeft bijvoorbeeld Wetzels in de nieuwsbrief van Werf& te kennen dat hij inmiddels meer dan 500 karakteranalyses heeft uitgevoerd.

Ook Claudia van het Kaar, bij wie ik de cursus heb gevolgd, geeft aan dat gelaatkunde meer is dan alleen theoretische kennis. Bijvoorbeeld over wat een kleine neus betekent en wat een grote.

Gelaatkunde is zeer zeker ook een technische vaardigheid. Hoe neem je waar? Waar let je op? Bijvoorbeeld: wanneer is een neus klein? Je moet gevoel voor verhoudingen en verschillen ontwikkelen en vergelijken.

En belangrijk is ook hoe je communiceert over je waarnemingen. Belangrijk daarbij is hoe je je waarneming op een veilige manier kun brengen. Veel vragen stellen in plaats van praten vanuit ‘jij bent zus en zo….’. Dus bijvoorbeeld ‘in hoeverre herken je ……bij jezelf?

Eigenlijk zoals ik in mijn coachtrajecten te werk ga als ik laat horen en zien welke kwaliteiten ik uit een succesverhaal heb gehaald. Dat komt neer op altijd toetsen of je indruk juist is.

 

 

Tot slot

 

Gelaatkunde is de populaire benaming voor Psychognomie. En wordt gezien als een pseudowetenschap.

Ook al wordt in het artikel van Werf& gesproken over wetenschap.

Het is heel interessant en leuk om er meer van te weten. Wetend dat we ons gelijk een indruk vormen als we iemand ontmoeten en met ons gedrag reageren op iemands fysieke verschijning. Zo worden bijvoorbeeld meer talenten toegekend aan iemand die er goed uitziet. En minder talenten aan iemand die er minder goed uitziet.

Wat je waarneemt aan iemands fysieke verschijning en wat je aan gedrag ziet, daar zijn theorieën over. Bijvoorbeeld de beschreven temperamentenleer. Maar zover ik weet, is niet wetenschappelijk aangetoond dat het zo is. En voordat je er erg in hebt, ben je aan het discrimineren.

Wat ik wel weet, is dat men afstand heeft genomen van frenologie, de leer die stelde dat aanleg en karakter door de groei van bepaalde hersendelen worden bepaald. Het karakter en de aanleg zouden dan uit de vorm van de schedel kunnen worden afgeleid, die bepaalde knobbels zou vertonen.

Wat dat betreft vind ik het wel grappig dat we het nog wel steeds hebben over een wiskundeknobbel en talenknobbel, terwijl daar wetenschappelijk geen bewijs voor is.

 

Dat gelaatkunde een pseudowetenschap is en geen wetenschap, betekent niet per definitie dat gelaatkunde niet van betekenis kan zijn. Kennis van gelaatkunde kan je handreikingen geven waardoor je meer zicht krijgt op de elementen in iemands verschijning en gelaat die maken dat jij die verschijning op een bepaalde manier interpreteert.

Maar denk je het talent van iemand af te kunnen leiden uit hoe iemand eruitziet? Ik heb mijn twijfels. Het is in elk geval goed om je bewust te zijn van de valkuilen en de irrationaliteit die erin zit.

 

 

 

Heb jij nog onvoldoende zicht op jouw kwaliteiten en met name jouw talenten?

Neem gerust contact met me op.

Door mijn manier van werken in mijn coachtrajecten, anders dan met gelaatkunde, krijgen we jouw kwaliteiten in kaart. En kun jij je succesvol profileren op de arbeidsmarkt met jouw kwaliteiten en met het werk dat jij wilt doen.

 

 

 

 

Neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

Waarom je jouw loopbaankeuze niet moet laten bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving

 

‘Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem’ ; dat zegt Jeanne Bieruma Oosting, schilderes.

Op dit moment lees ik haar biografie ‘Geen tijd verliezen’, geschreven door Jolande Withuis.

Jeanne Bieruma Oosting heeft een lange strijd moeten leveren. Niet alleen om zich te ontworstelen aan het aristocratische milieu waarin ze opgroeide. Ook als kunstenares had ze te maken met seksevooroordelen.

Volgens de conservatieve opvattingen van haar familie hadden meisjes maar één doel in het leven: trouwen en kinderen krijgen. Werken was taboe.

Anno 2022 is het als vrouw nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière. Ook al is er historisch gezien al een hele strijd aan vooraf gegaan.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of parttime werk.

Neem zelf de regie met betrekking tot de plaats die werk inneemt in jouw leven. Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk.

 

Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

 

Ontsnappen aan een leven onder het juk van een man

 

Om te ontsnappen aan een leven onder het juk van een man koos een van mijn tantes voor het leven als Medische Missiezuster. Lange tijd leidde ze vroedvrouwen op in Malawi.

Ze vertelde me haar openhartige verhaal over haar drijfveer om zich aan te sluiten bij de Medische Missiezusters pas toen ze weer lang en breed terug was in Nederland.

Net als Jeanne Bieruma Oosting was zij een krachtige vrouw. Samen met haar medezusters. Ik hoor het mijn oma nog zeggen: ‘Stelletje feministen zijn jullie.

 

Jeanne Bieruma Oosting was ook een feminist, ook al vraag ik me af of men in haar tijd (1898-1994) in die termen over krachtige vrouwen sprak.

In elk geval noemde men een studerende vrouw een ‘geleerde vrouw’. En de keuze voor het uitoefenen van een vak kwam neer op een keuze tégen het huwelijk.

Dat werd de biografieschrijfster, een gepromoveerd sociologe, heel duidelijk toen Jeanne Bieruma Oosting verbaasd te kennen gaf ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’

 

 

Aan de vrouwenemancipatie is een lange strijd voorafgegaan

 

Wist je dat vrouwen anno 1898 geen gelijke rechten hadden en gehuwde vrouwen helemaal rechteloos waren?

Dat ze voor het eerst mochten stemmen in 1922, maar niet konden beschikken over eigen geld of beslissingen konden nemen over de opvoeding van de kinderen? Dat je als gehuwde vrouw min of meer onder curatele stond van je echtgenoot? En dat je als gehuwde vrouw pas in 1957 ‘handelingsbekwaam’ werd en tot ongeveer 1970 bij zwangerschap of huwelijk kon worden ontslagen?

Toch waren er gedreven vrouwen die zelf hun kost verdienden en hun talenten ontwikkelden. Vooral overigens alleenstaande vrouwen.

 

 

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog steeds een item op de arbeidsmarkt

 

Zoals in een van mijn vorige artikelen naar voren komt, zijn het nu vooral de vrouwen die parttime werken. Ook al hebben steeds meer mannen tegenwoordig ook een parttimebaan.

Vrouwen die helemaal gaan voor hun passie of hun carrière zijn in de minderheid.

Bovendien is parttime werken sectorgevoelig. En met name in sectoren die feminiseren, in het onderwijs en in de zorg, werken mannen eerder in deeltijd.

Wat dat betreft is het ook opmerkelijk dat hoe meer vrouwen in een beroepsgroep gaan werken die voorheen gedomineerd werd door mannen, hoe meer de status van dat beroep afneemt. Bijvoorbeeld in de rechtspraak en in de geneeskunde, waar steeds meer vrouwen werken als huisarts en mannen eerder kiezen voor een specialisatie, bijvoorbeeld chirurgie.

Er is dus nog lang geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.

 

 

Bepaal de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk en neem die ruimte

 

Stem je keuze niet af op externe beperkingen en schik je niet in beperkingen die je als knellend ervaart.

Houd voor ogen wat je doel is, waar jij warm voor loopt.

Als je dat opgeeft omwille van verwachtingspatronen, gewoontes of beperkingen die voortkomen uit de cultuur, dan zal dat je niet gelukkig maken.

Laat je niet bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving.

De uitspraak van Jeanne Bieruma Oosting ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’ is een mooi voorbeeld van zo’n opvatting. Alsof je als gehuwde vrouw er bent om jouw echtgenoot, jouw ‘heer’ te dienen.

Vind oplossingen voor reële beperkingen.

Wat staat je te doen, wat heb je te regelen om te gaan voor waar jij warm voor loopt?

De dilemmabenadering die ik beschreef in een eerder artikel, kan je daarbij helpen.

 

 

 

Heb je nog geen helder beeld van wat je nu echt wilt?

Van de richting waarin je je wilt ontwikkelen in werk?

En wat werk voor jou betekent?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

En vind je het moeilijk om in je eentje tot een antwoord te komen op jouw vraag?

Neem gerust contact met me op. Via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) of telefoon (06-54762865/ 0575-544588).

 

 

 

 

Geen spijt van je loopbaanswitch

Hoe je als loopbaanswitcher voorkomt dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht

 

Ben je niet gelukkig met je huidige werk en wil je een loopbaanswitch maken?  

Je kunt wachten tot het je overkomt. Je kunt ook zelf de regie pakken, onafhankelijk van wat toevallig op je pad komt.   

Daarbij is echt toeval iets anders dan wat ik noem gepland toeval, planned happenstance. Gepland toeval gaat over het zien en herkennen van kansen. Dat vraagt van je dat je een beeld hebt van de richting die je uit wilt gaan qua werk en van waar voor jou kansen liggen.  

Dat betekent dat je je onderzoek hebt gedaan naar wat je nu écht wilt. En onderzoek hebt gedaan naar de mogelijkheden op de arbeidsmarkt die passen bij wat je te bieden hebt en het werk dat je wilt doen.

 

Hoe je bij loopbaanswitch voorkomt dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht

Fotocredits: Olena Kosynska/Shutterstock.com

 

Je richting bepalen en dan stap voor stap toewerken naar je doel, in plaats van je afhankelijk opstellen   

 

Met vliegen vangen kun je niet in je levensonderhoud voorzien 

Bij vliegen vangen denk ik dan aan grijpen wat er op je pad komt. Of rücksichtslos ten uitvoer brengen van ideeën die in je opkomen, zonder dat je eerst eens stil hebt gestaan bij mogelijke consequenties. En afwegingen hebt gemaakt om helder te krijgen of het een goed bij jou passend idee is of niet.   

Ben je ontevreden met je werk, dan komen mogelijk allerlei alternatieven in je op. Soms ook alternatieven waarbij je van links naar rechts schiet. Op basis van spontane ideeën of toevallige indrukken opgedaan in je omgeving.  

Zo noemde bijvoorbeeld een van mijn coachklanten: een meer coachende, leidinggevende rol in het onderwijs, een leidinggevende rol bij een klein bedrijf in de techniek, een functie als facilitair manager in de zorg, een eigen klussenbedrijf. Maar het allerliefste begint hij een camping in Frankrijk.  

Hoe nu te komen tot een keuze?  

 

 

Mooi werk is werk waarin vier elementen geïntegreerd zijn 

 

In Japan heeft men het dan over jouw Ikigai.

Om te beginnen is dat werk waarin je bezig kunt zijn met activiteiten waar je goed in bent en waarin je je verder kunt ontwikkelen.  

En niet alleen waar je goed in bent, maar ook waar je van houdt. 

Verder werk waarin je een bijdrage kunt leveren aan waar behoefte aan is en wat aansluit bij jouw persoonlijke missie. 

En niet onbelangrijk, waar je voor betaald kunt worden. En dus een mooi inkomen mee kunt genereren. 

Dan heb je vier elementen voor mooi werk te pakken.    

Maar gelijk ook elementen waar zaken anders uit kunnen pakken dan je dacht.  

 

 

Goed je onderzoek doen alvorens een loopbaanswitch te maken  

 

Je kunt een bepaald beeld hebben van een beroep of functie, maar of dat werk ook echt bij je past, dat weet je vaak nog niet.  

Het mooiste zou zijn als je het eerst zelf zou kunnen ervaren. Zo kon bijvoorbeeld Maurice in een tijdelijk coronabaantje ervaren wat het is om te werken als bakker in een bakkerij. 

Toen vervolgens de kans zich voordeed om een nieuwe bakkerij te runnen greep hij die kans, wetend wat hem te wachten stond.  

 

Dat wordt anders als je als zelfstandige aan het werk gaat en denkt een mooi aanbod te hebben, maar tot de ontdekking komt dat er onvoldoende behoefte is aan wat jij te bieden hebt.  

Of dat je wel een mooi aanbod hebt, maar dat het kennelijk moeilijk is om er zodanig voor betaald te worden dat je in je eigen levensonderhoud kunt voorzien. Laat staan, er een gezin van kunt onderhouden.  

Zo mailde iemand mij: Momenteel ben ik helaas bezig mijn praktijk op te doeken, aangezien de werkzaamheden zijn verminderd. Ik ben nu op zoek naar een parttimebaan in loondienst. 

 

 

Steeds meer werkenden maken een loopbaanswitch en worden zzp’er 

 

In 2021 waren er 1,1 miljoen mensen met een hoofdbaan als zzp’er.

Werken als zelfstandige zonder personeel lijkt heerlijk. Zeker als je denkt aan de vrijheid om zelf te bepalen hoeveel en wanneer je werkt, niet meer voor een baas werken maar eigen inkomen genereren, meer kunnen verdienen dan in loondienst, werk en privé beter kunnen combineren.   

Maar of de werkelijkheid is als gedacht?  

Dat moet nog blijken. Menigeen vergist zich daarin en komt bijvoorbeeld tot de ontdekking dat freelancen financieel gezien niet is wat je ervan verwacht had. Of dat het helemaal niet zo leuk is om als zelfstandige te werken. Om bijvoorbeeld geen collega’s te hebben en geen onderdeel te zijn van een team. En dat het lang niet altijd makkelijk is om eigen opdrachten of eigen klanten te werven.   

Het is goed om voor jezelf goed je onderzoek te doen voordat je stappen gaat zetten. Zelfonderzoek naar ‘Wat kan ik?’, ‘Wat wil ik?’ en ‘Welke omgeving past bij mij?’, maar ook onderzoek naar behoeften en kansen op de arbeidsmarkt. In plaats van dat te doen als je je schepen achter je hebt verbrand. 

 

 

Het aangaan van oriënterende gesprekken verkleint de kans dat de praktijk anders uitpakt dan gedacht  

 

Door mijn coaching of door het doorwerken van mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ kom je tot antwoorden op de vragen ‘Wat wil ik?’, ‘Waar wil ik dat?’ en ‘Wat is verder voor mij daarbij belangrijk?’.  

Je hebt de criteria op een rij waaraan je ideale werk moet voldoen. Dat zijn ook de criteria waaraan je jouw opties af kunt meten.  

Voor jezelf kun je een inschatting maken in hoeverre je denkt dat een specifieke optie voldoet aan de diverse criteria. Maar of jouw beeld klopt met de werkelijkheid?  

Is bijvoorbeeld het zelf managen zo leuk is als je denkt? Komen het sociale, het creatieve en het organisatorische dat jij beoogt, terug in werk als eigenaar van een camping? Hoe het is om in de praktijk daarmee bezig te zijn? En hoe het is om al dan niet met een gezin te verhuizen naar Frankrijk?  

Dat achterhaal je door gesprekken aan te gaan met mensen die ervaring hebben met het maken van zo’n loopbaanswitch en die nu het werk doen dat jij wilt doen. Of dat misschien gedaan hebben. Zoals een van mijn netwerkcontacten die onlangs zijn camping in Frankrijk heeft verkocht.  

Maak voor jezelf een lijst van mensen die je wilt spreken met betrekking tot de diverse opties die je voor ogen hebt. Blijf niet hangen in beelden in je hoofd, maar vorm je een beeld van de realiteit. Maak afspraken en ga gesprekken aan. Daarmee verklein je de kans, of misschien zelfs voorkom je, dat je loopbaanswitch anders uitpakt dan gedacht.  

 

 

Kun je nog wat extra tips gebruiken om succesvol een loopbaanswitch te maken?

Laat het me horen, via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) of telefoon (0575-544588/ 06-54762865).  

 

 

 

Handreikingen en tips om je intrinsieke motivatie op het spoor te komen

Wat jouw vuurtje doet branden

 

Wat drijft jou?

Waarvoor kom jij in beweging?

Waar krijg jij energie van?

 

In een van mijn vorige artikelen nodigde ik je uit om op zoek te gaan naar wat jou drijft.

Zodat je in jezelf de energie vindt om jouw motor op gang te brengen en op volle toeren te laten draaien.

Dat je niet afhankelijk bent van beloning door je omgeving om jouw vuurtje op te stoken.

En anderen jou dus geen wortel hoeven voor te houden. Want de wortel, de voldoening vind je in jezelf.

 

In dit artikel geef ik je tips om je intrinsieke motivatie op het spoor te komen.

 

Handreikingen en tips om intrinsieke motivatie op het spoor te komen

 

Type I en type X; in welk type herken jij je nu?

 

In hoeverre heb jij het gevoel dat jouw gedrag vooral wordt gestuurd door extrinsieke verlangens?

  • Vind je voldoening in je werk wel belangrijk, maar komt een mooi salaris voor jou toch op de eerste plaats?
  • Vind je bijvoorbeeld flexibele werktijden om wat voor reden dan ook belangrijker dan de inhoud van je werk?
  • Of vind je überhaupt het hebben van een baan belangrijker dan de inhoud van je functie?

 

Alle kans dat jij dan meer neigt naar Type X dan naar type I. En type X zijn de meer extrinsiek gemotiveerden.

 

Of heb jij het gevoel dat jouw gedrag vooral gestuurd wordt door drijfveren van binnenuit?

  • Is voldoening in je werk voor jou belangrijk?
  • Laat jij je in de keuze van werk bepalen door wat jij ziet als jouw bijdrage aan jouw wereld?
  • Is werk voor jou naast het leveren van een maatschappelijke bijdrage ook een manier om je persoonlijk te ontwikkelen?

 

Alle kans dat je dan meer neigt naar Type I. Type I zijn de meer intrinsiek gemotiveerden.

Volgens Daniël Pink zijn dat de mensen die vooral gedreven worden door de behoefte om grip te krijgen op hun leven, nieuwe dingen te leren en te creëren en henzelf en de wereld beter te maken.

 

 

Intrinsieke motivatie en flow

 

Pure gerichtheid op waar je mee bezig bent, jezelf vergeten als je aan het werk bent, dat is een van de kenmerken van flow.

Als je flow ervaart, dan leef je zo in het moment en voel je je zo meester over de situatie, dat je geen besef hebt van plaats en tijd. En zelfs van het ‘ik’.

Misschien herken je die momenten.

Als je in flow bent, dan is er een perfecte relatie tussen wat je kunt en wat je moet doen.

En zeker niet onbelangrijk, er is een perfectie match tussen waar je mee bezig bent en jouw persoonlijke doelen en missie. Zoals men ook wel zegt, “je hebt je bestemming gevonden”.

Ik schreef daarover in een eerder artikel.

 

Zou het niet heerlijk zijn als je in je werk met regelmaat flow ervaart?

 

 

Een drietal tips om je intrinsieke motivatie op het spoor te komen

 

Zodat je meer flow kunt ervaren in de dingen die je doet.

 

1.   Schrijf je Leadership statement

Waarom doe je wat je doet? Waarin ben jij een leider?

Een paar handreikingen om je op weg te helpen:

  • Wat beteken jij voor deze wereld?
  • Wat is jouw missie, waarvoor brandt het vuur in jou?
  • Houd voor ogen: je Leadership Statement gaat niet over wie je nu bent, maar gaat over wie jij zijn wilt (en wordt!!)
  • Formuleer je Leadership Statement in één zin, kort en krachtig.

 

Wil je inspiratie? Beluister nog een keer de Ted talk van Simon Sinek of lees nog eens het artikel dat ik schreef over Waarom doe je wat je doet?

 

2.   Neem een flowtest af bij jezelf.

Csikszentmihalyi geeft daarvoor de volgende tip:

Stel je computer of mobiele telefoon zo in, dat hij gedurende één week veertig keer op willekeurige tijdstippen een signaal geeft. Schrijf telkens als het apparaat afgaat, op wat je aan het doen bent, hoe je je voelt en of je flow ervaart.

Houd je observaties een week lang bij, kijk naar de patronen en denk na over de volgende vragen:

  • Welke momenten leverden gevoelens van flow op? Waar was je? Waar was je mee bezig? Wie was er bij je?
  • Ervaar je op bepaalde momenten van de dag vaker flow dan op andere momenten? Hoe kun je je dag anders indelen op basis van je bevindingen?
  • Hoe kun je het aantal flow ervaringen vergroten en het aantal momenten waarop je niet betrokken of afgeleid was, verminderen?
  • Als je twijfels hebt over je baan of je carrière, wat vertelt deze oefening je dan over je werkelijke bronnen van intrinsieke motivatie?

 

Een alternatief voor de methode van Csikszentmihalyi is het bijhouden van een flowdagboek. In een eerder artikel noemde ik dat als een van de tips om persoon en werk te reconnecten.

 

3.   Neem een sabbatical

Of creëer anderszins bewust ruimte om te reflecteren over wat je intrinsiek motiveert. Die investering zal zich ruimschoots terugbetalen.

 

Schrijf je bijvoorbeeld in voor het programma Bouw je ideale loopbaan.

Gegarandeerd heb jij aan het eind van dat programma helder wat jou werkelijk drijft, jouw intrinsieke motivatie.

 

 

Ter inspiratie en illustratie in vertaling een gedicht van Auden:

 

Je hoeft niet te zien wat iemand aan het doen is

Om te weten of het zijn roeping is.

 

Je hoeft slechts naar zijn ogen te kijken:

Een kok die een saus maakt, een chirurg

die een eerste insnede maakt,

een kantoorbeambte die een vrachtbrief invult,

 

hebben dezelfde uitdrukking van vervoering,

vergeten zichzelf als ze in functie zijn.

 

Wat is hij toch mooi,

die blik puur gericht op het object.

 

 

 

 

 

‘Job craften’; je baan zo modelleren dat die weer bij je past

Wat je kunt doen aan de aspecten van je werk die je als negatief ervaart

 

In 2022 kampen veel bedrijven met een personeelstekort. Er staan veel vacatures open en er zijn weinig werkzoekenden. De kans op een nieuwe baan is dus relatief groot.

Toch kan het slim zijn om bij je huidige werkgever te blijven. En te sleutelen aan de aspecten in je werk waar je niet tevreden over bent.

 

Door mijn vorige artikel heb je vast taken en positieve en negatieve kanten van je werk in kaart gebracht.

Hoe ziet dat beeld eruit? Ben je nog tevreden met je werk? Of hoor jij bij de groep mensen die eigenlijk wel een andere baan wil? En had je misschien al lang een switch gemaakt als je geweten had wat je nu echt wilt.

In mijn vorige artikel heb je gelezen, dat voor een baan die niet meer past, een andere baan lang niet altijd dé oplossing is. Wellicht zijn er mogelijkheden om je baan te veranderen, zonder van baan te veranderen. En daarover gaat ook dit artikel.

De eerste stappen heb je gezet. Je werksituatie is in kaart gebracht. Je weet waaraan je kunt sleutelen.

Nu begint het eigenlijke werk.

Job craften; je baan zo modelleren dat die weer bij je past

 

Vier mogelijkheden om te ‘craften’

 

Uiteraard zijn er meer mogelijkheden dan vier. Van Vuuren en Dorenbosch (Mooi werk, naar een betere baan zonder weg te gaan, Boom 2011) onderscheiden bijvoorbeeld zestien ‘craftingstechnieken’. Lees daarover meer in hun boek.

Om het niet te ingewikkeld te maken, heb ik daar de volgende mogelijkheden aan ontleend:

 

1.    Probeer de grote taken meer te vullen met positieve elementen.

Ben je bijvoorbeeld het sterkst in en krijg jij de meeste energie van beleidsmatige en strategische taken en vormen die in wezen ook de kern van jouw functie? Probeer die taken dan ook groter te maken.

 

2.    Werk negatieve dingen weg uit de taken.

Bepaal in hoeverre je bijvoorbeeld bepaalde beheersmatige, operationele zaken, die je afhouden van je hoofdtaken, kunt delegeren aan collega’s, die dat soort taken graag uitvoeren.

Naast delegeren kun je ook de betekenis van een taak voor jou herinterpreteren. De manier waarop je tegen dingen aankijkt is vaak belangrijker voor hoe je een taak ervaart, dan de taak zelf. Zo’n herinterpretatie noemt men ‘cognitieve crafting’.

Zo gaf ik in een vorig artikel al aan, dat het heel prettig kan zijn om een uurtje administratie te doen na een paar uur met abstracte beleidszaken bezig te zijn geweest. Even wat anders, de variatie ervaar je als positief. Terwijl administratieve klussen an sich voor jou misschien horen bij de categorie ‘rood’.

 

3.    Maak een positieve (maar kleine) taak wat groter.

Zo vond een van mijn coachklanten het mooi om als vakgroepleider te fungeren en als mentor nieuwe collega-docenten in te werken. Hij werkte voor het management een voorstel uit, zodat hij zich meer kan ontwikkelen en profileren in de rol als ‘Teacher Leader’.

 

4.    Maak negatieve taken kleiner.

Maak bijvoorbeeld een deal met collega’s over de verdeling van deeltaken. Op die manier zijn de taken zo te verdelen dat ze goed bij eenieder passen.

Zo kun je bijvoorbeeld met elkaar afspreken dat ieder om de beurt het verslag maakt van een overleg, of dat het voorzitterschap tijdens vergaderingen rouleert.

 

 

Valkuilen bij ‘job craften’ en hoe je die kunt ontlopen

 

Mooi Werk is als een puzzel. Wat je mooi vindt en wat je goed kunt, moet tot op zekere hoogte aansluiten bij je huidige werk. Die aansluiting zal echter vrijwel nooit helemaal perfect zijn en zeker niet stabiel.

Het is dan ook goed om je bewust te zijn van valkuilen bij ‘job craften’ en te weten hoe je die kunt ontlopen.

 

1.    Het is een karikatuur dat iedereen alles kan bereiken als hij of zij het maar graag genoeg wil.

Er zijn onzekerheden in het leven, er zijn onaardige mensen onder collega’s en leidinggevenden van wie je afhankelijk bent. Het is dan ook belangrijk om een reële inschatting te maken van de ruimte die je hebt om zaken naar je hand te zetten.

Bovendien heeft iedere baan, zoals ook een van mijn oud-collega’s van Saxion Hogescholen het verwoordde, een zeker mate van corvee. Een baan is niet volledig maakbaar.

Bij ‘job craften’ is het dan ook goed om ervan uit te gaan dat je zekere ‘vrijheidsgraden’ hebt om actief vorm te geven aan je baan, maar geen onbeperkte vrijheid.

 

2.    ‘Job craften’ is geen eenmalig gebeuren, maar een continu proces.

Niet alleen jijzelf ontwikkelt je, maar ook jouw functie en jouw takenpakket is aan ontwikkeling onderhevig. ‘Job craften’ is dus geen eenmalig gebeuren, maar een continu proces.

Het is zaak om actief te blijven en steeds weer, goed te kijken naar de context. Dan kun je mogelijkheden vinden en creëren om je werk te ontwikkelen in de richting van voor jou ‘Mooi Werk’.

 

3.    ‘Job craften’ kun je niet alleen, neem je omgeving daarin mee.

Het is slim om de haalbaarheid van aanpassingen te onderzoeken en te bespreken met je collega(‘s) en/ of je manager. Zo kun je een adequate inschatting maken van eventuele belemmeringen en jouw kans op succes.

Zo kreeg mijn coachklant die opteerde voor de rol als ‘Teacher Leader’ in zijn oriënterend gesprek met zijn teamleider te horen dat een van zijn collega vakgroepleden zijn twijfels had over samenwerking met hem. Door die informatie wist hij dat hij in de relationele sfeer nog wat had te ‘craften’. Zijn teamleider was overigens heel enthousiast over het ingediende voorstel.

En zo ging een andere coachklant de samenwerking aan met een collega van een andere divisie om bij het management meer draagvlak te creëren voor zijn plan om te komen tot meer efficiency in het marketing- en salesproces.

 

4.    Staar je niet blind op eigen doelen.

Je kunt je baan zo ‘craften’, dat de werkgever er alleen maar nadeel van ondervindt. Dat is natuurlijk niet de bedoeling. Veel werkgevers zullen daar ook een ‘stokje voor steken’.

Houd naast eigen doelen de behoeften en doelen van je organisatie goed voor ogen. Zorg ervoor dat de impact op anderen in de organisatie positief is. In elk geval, op zijn minst neutraal.

 

 

Tot slot

 

Wil je meer lezen over job craften? Lees Mooi Werk, van Mark van Vuuren en Luc Dorenbosch.

 

Wil je je baan veranderen, maar heb je onvoldoende zicht op je sterke kanten, je interesses en wat je voldoening geeft in je werk?

Neem gerust contact met me op voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

Ook al is ‘job craften’ de laatste jaren steeds meer in de publiciteit, modelleren van je baan is eigenlijk van alle tijden. Wellicht heb jij zelf een voorbeeld van wat jij gedaan hebt om je baan weer passend te maken. Ik lees het graag.

 

 

 

Job craften; zo doe je het

Je baan veranderen zonder van baan te veranderen

 

Wist je:

  • dat van de dingen waarvan mensen de meeste spijt hebben, werk op de tweede plaats staat?
  • dat de keuze van de opleiding, de eerste plaats inneemt?

 

Bij ontevredenheid met hun werk zijn mensen vaak geneigd om dan maar iets heel anders te gaan doen.  Maar “alles anders is ook niet alles”, zo blijkt vaak. Denk maar eens aan de voorbeelden bij ‘Ik Vertrek‘.

Qua werk ‘alles anders’, hoeft ook lang niet altijd. Want, je kunt je baan veranderen, zonder van baan te veranderen.

 

In een vorig artikel schreef ik al, dat je je werk meer naar je hand kunt zetten dan je zelf denkt. Met name ook door te ‘job craften’.

Door te ‘job craften’  kun je als werknemer zelf de leiding nemen in het vormgeven van je baan, zelf leidend, in plaats van lijdend voorwerp zijn.

 

In een tweetal artikelen geef ik je handreikingen hoe je dat daadwerkelijk kunt doen.

In dit eerste artikel leer je een diagnose te maken van je huidige werk en krijg je inzicht, waar je aan kunt ‘sleutelen’ om je werk passender te maken.

In een volgend artikel leer je hoe je de voor jou problematische aspecten van je werk aan kunt pakken en de knelpunten op kunt lossen.

 

Job craften, zo doe je het

 

Wat is ‘job craften’?

 

‘Job craften’ is het zelf of gezamenlijk met collega’s mooier maken van je eigen werk. Dat kan door concrete aanpassingen aan te brengen in taken, relaties, cognities (hoe je over dingen denkt) of context. Zodanig dat je werk beter aansluit bij je persoonlijke behoeftes, sterke kanten, interesses en je fysieke en cognitieve capaciteiten. Daarover in mijn volgend artikel meer.

Bij ‘job craften’ gaat men ervan uit dat iedere werknemer in iedere baan in zekere mate de ruimte heeft om het werk aan te passen, te boetseren, te kneden, te ‘craften’. ‘Job craften’ bevordert het behoud van uitdagend, betekenisvol en gezond werk. En dat komt niet alleen de werknemer als individu ten goede, maar ook de organisatie als geheel.

 

 

Voorwaarden voor ‘job craften’

 

Om te kunnen ‘job craften’ dien je goed te weten wat jij wilt met je werk, wat jouw sterke kanten zijn en wat jou met name voldoening geeft in je werk. Heb je dat nog niet of niet meer zo helder voor ogen, lees mijn artikel daarover er nog eens op na.

Maar alleen zelfinzicht is niet voldoende. Om te kunnen ‘job craften’ dien je ook oog te hebben voor en inzicht te hebben in de doelstellingen van je organisatie. En adequaat in te schatten hoe je jouw collega’s en jouw klanten niet zult benadelen.

Als je helder hebt wat je eigenlijk wilt en als je weet aan welke onderdelen van jouw werk je kunt sleutelen, dan heb je de middelen in handen om je werk mooier te maken en passender bij jou.

 

 

‘Job craften’ in vier stappen

 

Ben je eraan toe om concreet aan het werk te gaan met ‘job craften’?

Als hulpmiddel hierbij geef ik je allereerst een stappenplan aan de hand waarvan je je huidige werk in kaart kunt brengen. Je legt als het ware je eigen werkpuzzel. Het is aan jou de vraag in hoeverre het resultaat van die puzzel jou aanstaat.

 

Stap 1: Breng aan de hand van je agenda in kaart wat je zoal doet in je werk.

Inventariseer de taken die je maandelijks uitvoert en rangschik deze van groot naar klein.

Het is handig om die taken op post-its te schrijven. Kies afhankelijk van de  grootte van de taak voor grote, kleine of middelgrote post-its.

Plak je post-its op een groot vel papier of op een tafel.

 

Stap 2: Ga na wat je leuk en minder leuk vindt in je werk.

Wat inspireert je? Wat vind je mooi? Waarvan raak je gefrustreerd?

Werk bijvoorbeeld met groene en rode post-its, met gekleurde stickers of met smilies. Het is handig als je een zodanig formaat kiest dat je erop kunt schrijven.

 

Stap 3: Koppel de dingen die energie geven (groene briefjes) aan de taken uit stap 1 waarin deze elementen zijn terug te zien.

Een grote taak, die veel tijd kost, kan zo bijvoorbeeld worden gevuld met veel positieve elementen.

 

Stap 4: Koppel de dingen die energie kosten ook aan de taken waarin deze elementen zijn terug te vinden.

 

Heb je zo je taken en de positieve en negatieve aspecten ervan in kaart gebracht? Het geheel overziend, wat roept dat bij je op? Welke concrete taken passen (nog) bij je en welke niet (meer)?

Zo kom je tot een antwoord op de vraag waaraan je zou kunnen ‘job craften’, sleutelen om de aansluiting met je werk te herstellen of te verbeteren. In het volgend artikel leer je hoe je dat sleutelen aanpakt.

 

 

Tot slot

 

Wil je je baan veranderen, maar heb je onvoldoende zicht op je sterke kanten, je interesses en wat je voldoening geeft in je werk?

Bel (0575-544588) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me gerust voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

Wil je alvast meer lezen over ‘job craften‘? Lees Mooi werk, van Mark van Vuuren en Luc Dorenbosch.

 

 

 

Ik ben heel benieuwd in hoeverre jij ervaring hebt met aanpassingen aan jouw baan. Hoe werden jouw verzoeken of voorstellen ontvangen? Ik lees je reactie graag.

 

 

 

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; als broertje en zusje een gevaarlijk span

Hoe je succesvol de confrontatie aangaat met ‘ja-maar’ en ‘gewoon’

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; je zult ze maar samen tegenkomen op je pad.

Zie er dan maar eens aan voorbij te gaan.

Wist je dat ze familie zijn van elkaar? Min of meer broertje en zusje?

Het is echt niet zo’n lekker span. Nee, ze kunnen je behoorlijk in de weg zitten. Zeker als ze met z’n tweeën zijn.

Helaas is dat vaak het geval. Ze trekken graag samen op. Want samen zijn ze sterk.

Ze zijn sterk in het dwarsbomen en verlammen van wie ze tegenkomen. En het is alsof ze een extra zintuig hebben voor hun prooi.

Zijn ze eenmaal op je pad, dan is het moeilijk om ze kwijt te raken.

Ze hebben de neiging om aan je te blijven plakken. Je moet van goede huize komen, wil je ze van je af kunnen schudden.

Maar ben je ze eenmaal kwijt, dan voelt dat als een overwinning. Dat sterkt je zelfvertrouwen.

Kom je ze een volgende keer dan weer tegen?

Alle kans dat ze met een grote boog om je heen lopen. Wetend dat ze jou toch niet meer te pakken krijgen.

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’; als broertje en zusje een gevaarlijk span

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’ zijn als broertje en zusje

 

In een van mijn vorige artikelen beschreef ik hoe een uitspraak als “Ik ga het nu gewoon doen” in negatieve zin je gedrag kan beïnvloeden.

Vooral als je eigenlijk weet dat het voor jou niet gewoon is. Dat er volop obstakels zijn op je weg. Obstakels of hobbels die je moet zien te trotseren.

 

Die obstakels dringen zich als vanzelf aan je op.

Vaak in de vorm van ja-maar’s:

“Ja maar, ik heb geen opleiding gedaan in die richting.”

“Ja maar, wie heeft daar geld voor over?”

“Ja maar, ik ken niemand binnen dat bedrijf.”

“Ja maar, er zijn nauwelijks vacatures in die richting.”

 

Vaak ben je je er niet van bewust wat je ermee zegt.

En zeker niet van wat ja-maar met je doet.

Net als gewoon doen kan ja-maar je behoorlijk verlammen. Met als gevolg dat je niet in actie komt.

Met ja-maar ontkracht je jezelf en verklein je je kansen op succes. In een van mijn vorige artikelen kun je nog eens nalezen hoe dat werkt.

 

‘Ja-maar’ en ‘gewoon’ hebben dan ook veel met elkaar gemeen. Ze zijn echt familie van elkaar. Ze zijn broertje en zusje. En ze trekken veel samen op.

 

 

Hoe je met ja-en succesvol de confrontatie aangaat met ja-maar

 

Ja-en zet je aan tot handelen en vergroot daardoor jouw kans op succes.

“Ja-en, ik heb geen specifieke opleiding in die richting gedaan, maar ik kan wel mijn expertise laten blijken.”

“Ja-en, door goed mijn onderzoek te doen krijg ik boven water welke partijen gebaat zijn bij mijn aanbod en er dus geld voor over hebben.”

“Ja-en, ik onderzoek in mijn netwerk wie me in contact kan brengen met iemand die werkt in of voor dat bedrijf.”

“Ja-en, solliciteren naar aanleiding van vacatures is ook niet dé weg. Ik ga gesprekken aan om de 70% aan werk die ‘onder water zit’ boven water te krijgen.”

 

Kijk je vanuit de positie van ja-en, dan ben je gericht op kansen en mogelijkheden.

En alle kans dat je je doelen daadwerkelijk realiseert.

Dat heeft deels te maken met selffulfilling prophecy. Maar ook met het psychologisch mechanisme van intern en extern attribueren.

 

 

Als jij denkt dat iets voor jou mogelijk is, dan zul je er vol voor gaan

 

Heb je een positief zelfbeeld?

Zo ja, dan ben je bij tegenslag eerder geneigd om die toe te schrijven aan externe factoren of aan pech. “Jammer dan, een volgende keer beter”, zal je reactie zijn.

Heb je een negatief zelfbeeld en zit het even tegen?

Dan ben je eerder geneigd om je mislukking toe te schrijven aan jezelf: “Zie je nou wel, dat ik het niet kan”, of “zie je wel, dat ze geen behoefte hebben aan mensen zoals ik”.

Een groot risico ligt dan op de loer. Want als jij denkt dat je het toch niet kunt of dat men toch niet zit te wachten op mensen zoals jij, waarom zou je je dan nog inspannen om het tegendeel te bewijzen?

Zo wordt de vicieuze cirkel in gang gezet.

En zo raak je ja-maar niet kwijt.

Integendeel, ja-maar blijft op je schouder zitten en blijft in je oor fluisteren waar en wanneer die maar kan.

 

 

Een krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’

 

Een helder beeld hebben van het werk dat je wilt doen is een krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’.

Zoals Herna Verhagen, CEO van PostNL, aangaf in een interview in Intermediair Magazine:

“Zolang je je dromen achternagaat is iedereen tot heel veel in staat.”

Zij laat zich daarin inspireren door een uitspraak van Nelson Mandela: “The future belongs to those who believe in their dreams”.

In 2014 werd Herna Verhagen door Opzij uitgeroepen tot machtigste vrouw van Nederland.

In het interview met haar:

“Ik heb nooit aan carrièreplanning gedaan, maar ik was me wel op jonge leeftijd al bewust van mijn drijfveren. Al rond mijn vierde had ik de drive om de dingen de volgende dag beter te doen. Die drive is onlosmakelijk aan me verbonden. Het maakt ook dat ik gemakkelijk een knop kan omzetten bij tegenslagen.”

 

Je bewust zijn van wat je te bieden hebt is een ander krachtig wapen tegen ‘ja-maar’ en ‘gewoon’.

Naast het hebben van een helder beeld van het werk dat je wilt doen.

Het is mijn ervaring als coach dat het niet voor iedereen even gemakkelijk is om zijn kwaliteiten daadwerkelijk als kwaliteiten te zien.

Ook bij het destilleren van kwaliteiten uit succesverhalen ligt het gevaar van iets gewoon vinden op de loer.

Meer daarover lees je in mijn volgende artikel.

 

 

 

Heb jij nog geen helder beeld van wat je te bieden hebt?

En van waar jij warm voor loopt en hoe jouw droombaan eruitziet?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?‘ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.