Berichten

Waarom zijn mannen bijna altijd kostwinner?

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Het kostwinnersmodel is volgens Wikipedia: ‘Een maatschappelijk fenomeen waarin gezinnen waarvan de mannelijke echtgenoot buitenshuis (als kostwinner) werkt en de vrouw voor het huishouden en de kinderen zorgt, als ideaal worden gezien’.

De invloed van dat kostwinnersmodel is nog steeds merkbaar in de vorm van diep conservatisme in onze Nederlandse samenleving.

Op de een of andere manier is het kostwinnersmodel een traditionele waarde waar we aan vast willen houden. In strikte zin, of in afgeleide vorm waarin de man de kostwinner is en de vrouw naast huishouden en zorg voor de kinderen nog een parttimebaan heeft.

Gelukkig zijn er steeds meer mannen die hun verantwoordelijkheid nemen. En hun bijdrage leveren in het huishouden en de opvoeding van de kinderen. En niet alleen de verantwoordelijkheid nemen, maar genieten van hun bijdrage en daar voldoening en energie aan ontlenen.

 

Waarom het goed is dat de arbeidsparticipatie van vrouwen toeneemt

 

Arbeidsparticipatie bevordert economische zelfstandigheid van vrouwen

 

Nederland bungelt onderaan als het gaat om de arbeidsmarktpositie van vrouwen in de westerse samenleving.

In Nederland werkte in 2020 70% van de vrouwen parttime en 20% van de mannen. Vier op de tien vrouwen is niet economisch zelfstandig.

Ben je de veertig gepasseerd, dan herinner je je misschien nog de slogan ‘Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Het was de slogan van een postbus 51-campagne van de Rijksoverheid die liep van 1989 tot en met 1992.

Het doel van deze voorlichtingscampagne was het stimuleren van emancipatie en arbeidsparticipatie onder meisjes en jonge vrouwen. En ze ervan bewust te maken dat zij in de toekomst niet meer zouden kunnen rekenen op de financiële situatie van het kostwinnersmodel.

Wat betreft het volgen van opleidingen heeft de slogan goed gewerkt. Beneden de leeftijd van 35 zijn vrouwen inmiddels hoger opgeleid dan mannen. En meisjes leveren betere prestaties in het onderwijs. Maar, ik zou zeggen ‘helaas’, gaat twee derde van de vrouwen die hoger onderwijs hebben gevolgd parttime werken.

Of misschien helemaal niet buitenshuis werken.

 

Naar analogie van genoemde slogan zou je nu kunnen propageren: ‘Een slimme meid is op een scheiding voorbereid’.
Volgens het CBS eindigden in 2021 25.962 huwelijken in een echtscheiding. Daarnaast zijn er geregistreerde partnerschappen die in een scheiding eindigen. Dit aantal neemt toe, omdat het aantal stellen dat een geregistreerd partnerschap sluit ook is gestegen. In 2021 gingen 2.686 stellen met een geregistreerd partnerschap uit elkaar.

Stel je als vrouw dus niet economisch afhankelijk op van je partner. Zorg dat je je eigen inkomsten kunt genereren.

 

 

Arbeidsparticipatie betekent meer dan eigen inkomsten genereren

 

In mijn coachtrajecten zijn de topics ‘wat betekent werk voor jou?’ en ‘welke bijdrage wil je leveren met je werk’ altijd belangrijke gespreksonderwerpen.

Gezien het onderwerp van dit artikel focus ik op ‘wat betekent werk voor jou?’.

In mijn boek Wat wil ik nu echt? beschrijf ik wat werk voor mij betekent:

Door mijn werk lever ik een bijdrage aan ons gezinsinkomen en voel ik me financieel onafhankelijk. Mijn werk houdt me scherp en door mijn werk ervaar ik dat ik midden in de maatschappij sta. Mijn werk biedt me kansen om me verder te ontwikkelen en mijn talenten te ontplooien. Door mijn werk kan ik mijn persoonlijke boodschap uitdragen en een maatschappelijke bijdrage leveren.’

 

In mijn coachtrajecten is de vraag ‘wat betekent werk voor jou?’ soms een heel confronterende vraag, die vooral bij doorvragen een coachklant bewust doet worden van wat werk voor haar betekent.

Zeker als iemand denkt ook gelukkig te kunnen zijn met alleen het zorgen voor de kinderen. En bijvoorbeeld als antwoord op mijn vraag formuleert:

Door wat ik doe in mijn werk ervaar ik aansluiting bij mensen, hetzij collega’s of bijvoorbeeld vriendinnen, door mijn werk ben ik een voorbeeld voor mijn kinderen, ik word intellectueel geprikkeld en verdien een extra ‘zakcentje’ bij’.

Als dat het antwoord is op mijn vraag, dan is dat aanleiding tot kritische heroverweging van de betekenis van werk. In mijn voorbeeld is het voor betreffende coachklant de vraag wat maakt dat ze zo gefocust is op zorgen voor haar kinderen.

 

 

Goed kunnen delegeren is bevorderlijk voor arbeidsparticipatie van vrouwen

 

Er is geen bewijs dat vrouwen beter voor kinderen kunnen zorgen dan mannen. In een van mijn vorige artikelen ‘Moederinstinct bestaat niet’ heb je dat kunnen lezen.

Dus, wat let je om als vrouw jouw rol en plaats te pakken op de arbeidsmarkt. Durf huishoudelijke taken en indien van toepassing zorg voor de kinderen, te delegeren.

Een van de geïnterviewden in de documentaire van Liesbeth Staats ‘Waarom werken vrouwen niet?’ zegt daarover:

Ga in godsnaam wat doen met je studie. Ik heb dat zelf niet gedaan. Ik had een relatie en een enorm grote kinderwens. Mijn partner vindt het mooi om een groot gezin te hebben, maar heeft vooral zijn eigen droom. Onze relatie is ongelijkwaardig. Ik heb geen eigen inkomen, geen buffer.

 

En een andere geïnterviewde, een Française adviseert:

Omarm wat meer de Parisienne in jezelf. Wees de meest complete versie van de vrouw. Weiger om te kiezen. Zeg tegen jezelf: én ik wil moeder zijn, én ik wil werken én ik wil een rijk sociaal leven hebben. Het is niet ‘of-of’, maar ‘en-en’. Goed kunnen delegeren is belangrijk. Dat is échte participatie.

Ik begrijp uit de documentaire dat fulltime werken voor mannen en vrouwen in Frankrijk heel gewoon is, in alle lagen van de bevolking. En dat kinderen gewend zijn aan de kinderopvang en de BSO, die beide gesubsidieerd zijn. Bovendien hebben ouders ook vaak een au-pair.

 

Goed kunnen delegeren, misschien is dat voor menige Nederlandse vrouw een opgave. En dan met name het hebben van vertrouwen dat iemand anders net zo goed voor je kinderen kan zorgen en het huishouden kan doen, als jij.

Zeker als die ander jouw partner is en de vader van jullie kinderen.

 

 

Tips om als vrouw je arbeidsparticipatie te vergroten

 

Ook al zijn de tips toegespitst op vrouwen, die hun arbeidsparticipatie willen vergroten. Ook als man kun je er je voordeel mee doen. En bijvoorbeeld als inspiratiebron en rolmodel fungeren.

 

1. Ga in gesprek met andere vrouwen en laat je inspireren.

Naast eigen sociale contacten, sluit je aan bij een vrouwennetwerk. Voor een overzicht van alle vrouwennetwerken, met specifieke info en contactinformatie, klik hier.

 

2. Geef als vrouw het goede voorbeeld.

Alle kans dat je een leukere vrouw bent, als je ook je ambities realiseert. En als jij je ambities realiseert, dan ben je ook een rolmodel en inspiratiebron voor andere vrouwen.
Echte rolmodellen zijn belangrijk voor ambities en inspiratie. Moeders blijken het grootste rolmodel. Moeder, een krachtige vrouw, die dromen heeft en gaat voor haar dromen.

 

3. Ga fulltime werken en delegeer huishoudelijke taken en voor zover nodig, zorg voor de kinderen.

Als vrouwen fulltime zouden werken, dan zouden ze eerder aan de top staan. En als meer vrouwen aan de top zouden staan, zouden meer vrouwen fulltime werken.

 

4. Durf te bravouren, lef te tonen.

Dat zegt Elske Doets, o.a. founder Young Lady Business Academy.
Vrouwen moeten de imperfectie omarmen.

 

5. Stel jezelf de goede vragen.

Wat is belangrijk voor me? Wat betekent werk voor me en hoe verhoudt werk zich tot wat naast werk belangrijk voor me is??
Hoe mijn leven zo in te richten dat ik mijn dromen/ wensen kan realiseren?

 

6. Heb een goed beeld van jouw waarde op de arbeidsmarkt.

En kan daarover overtuigend communiceren, zodat je naar waarde financieel beloond wordt voor jouw bijdrage op de arbeidsmarkt.

 

7. Weet wat je wilt.

Als jij niet weet wat je wilt, dan wordt je leven door anderen bepaald.
En als jij niet staat voor je wilt en met alle winden meewaait, dan moet je je niet verbazen als je flexibiliteit flink op de proef wordt gesteld.

 

 

Tot slot

 

Weet je niet wat je nu echt wilt?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?’ – Een loopbaanstrategie voor gedreven hbo’ers en academici die meer waarde willen realiseren in hun werk.

En kun je wel wat hulp gebruiken om te komen tot antwoorden op jouw loopbaanvragen?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) me gerust.

 

 

 

 

Ben ik goed genoeg?

Hoe streven naar perfectie leidt tot ‘ik ben nooit goed genoeg’

 

De leidende vraag in mijn leven is: ‘Ben ik überhaupt goed genoeg?’, zegt violiste Liza Ferschtman in het zomeravondgesprek in NRC. En ‘ben ik echt de beste rechtsback van het land?’ vroeg Leonne Stentler, ex voetbal international zich af.

Ben ik goed genoeg? Het is een vraag die veel mensen zich stellen op verschillende momenten in hun leven. En op verschillende levensterreinen. Om er een paar te noemen: studie, werk, sport, persoonlijk, relationeel, maatschappelijk.

De vraag Ben ik goed genoeg?, heeft te maken met al dan niet hebben van succes. Succes stamt van het Latijnse werkwoord succedere, dat slagen betekent. Slagen kun je op diverse levensterreinen. En iedereen maakt daar zijn eigen beelden bij en heeft zijn eigen meetlat om succes aan af te meten.

 

Ben ik goed genoeg?

 

Tegen de stroom in zwemmen of opgroeien in een omgeving waarin je talent gekoesterd en gevoed wordt

 

Huidig voetbal-analist Leonne Stentler haalde Ajax en Oranje, maar heeft flink tegen de stroom in moeten zwemmen om te bereiken wat ze voor ogen had. Voor een deel is ze daarin geslaagd.

Net als veel andere meiden in haar jeugd, moest ze meevoetballen met de jongens. Met het ouder worden schoof ze steeds meer naar achteren op het veld. En naar ze zelf zegt: ‘Van een technisch begaafde aanvaller ontwikkelde ik me tot dienstbare verdediger. Terwijl het belangrijk is meiden in een positie te brengen waarin ze de besten zijn, de leiders.’

Uiteindelijk brak ze door als international. Maar het gevoel ‘je bent niet goed genoeg’ zat diep in haar. Ook gevoed door nabesprekingen van wedstrijden. De teneur van een nabespreking in de kleedkamer vat ze samen als: ‘Het was goed, maar er is nog meer dan genoeg te verbeteren.’

Het is geen wonder dat je dan voortdurend een stemmetje in je hoofd hebt dat zegt: ‘Je bent niet goed genoeg.’

 

De violiste Liza Ferschtman groeide op tussen mensen die haar muzikale talent koesterden en voedden.

Naar haar zeggen is zij grootgebracht met het geloof dat een talent ten volle tot bloei dient te komen. Maar wanneer heb je je talent helemaal benut?

Liza ziet zichzelf als een harde werker, geen natuurtalent. In haar achterhoofd zit altijd de basale onzekerheid dat techniek niet haar sterkste kant zal zijn.

Ze streeft naar perfectie. Een verkeerde noot spelen is voor haar zetzelfde als een fout maken. Kennelijk kreeg ze vaak te horen dat ze een hartstochtelijk meisje was, dat nog niet alle ballen even goed in de lucht kon houden. ‘Dus dan wordt controle vanzelf belangrijk’, zegt ze.

Maar passie is voor haar nog belangrijker dan perfectie: ‘Perfectie die geen emotie uitdrukt, is nog duizendmaal erger dan een verkeerde noot spelen.’

 

Misschien herken je je in uitlatingen van Leonne of Liza, ook al ben je geen voetballer of violist.

 

 

Facetten van het woord ‘succes’

 

Volgens Peter Henk Steenhuis zijn we veroordeeld tot succes. Aldus de titel van zijn laatste boek. Met als ondertitel: op zoek naar een geslaagd leven.

Veroordeeld zegt naar mijn idee al genoeg. Alsof je een straf krijgt opgelegd.

Steenhuis raakte gefascineerd door het woord succes. We gebruiken het zo makkelijk. We gebruiken het zelfs in situaties waarin je amper een bijdrage kunt leveren aan succes. Bijvoorbeeld als je weggaat van huis voor een bezoek aan de tandarts en als boodschap bij het weggaan te horen krijgt ‘succes!’.

Eigenlijk is dat vreemd.

Ja, je kunt een bijdrage leveren aan het slagen van de behandeling door je eraan over te geven en te ontspannen, maar verder kun je beter de tandarts succes wensen.

 

Naast de positieve kanten van succes is er steeds meer oog voor en zien we de negatieve kanten, de valkuilen van het streven naar succes.

 

 

‘Ben ik goed genoeg?’, als valkuil van het streven naar succes

 

Succesvolle, mooie mensen zijn de standaard geworden. Het nieuwe mensbeeld is dat van perfectie. Met als gevolg een dwangmatig streven ernaar. En je bent nooit perfect en dus vanuit het denken van perfectie, nooit goed genoeg.

Bovendien is volgens Steenhuis door onze hang naar succes eind twintigste eeuw een nieuwe identiteit ontstaan. Kern daarvan is dat je jezelf moet maken, jij moet het maken.

Met als gevolg daarvan dat we zijn gaan denken dat de mens zich altijd zelf kán maken, als hij maar zijn best doet. En dat is niet altijd het geval. Daarvoor zijn er te veel factoren, anders dan in de persoon zelf, die daarbij een rol spelen.

Dat doet me denken aan de verzuchting van een van mijn coachklanten. ‘Ik moet mijn bestaan nog helemaal opbouwen en dat op mijn leeftijd.’ Ze vergelijkt zichzelf met een jonger gezinslid. Die heeft een goede baan, heeft een eigen huis, is al een aantal jaren getrouwd, heeft een lief kindje. En zij is nog zoekende en in haar ogen niet geslaagd op alle fronten.

Ik kan me goed voorstellen dat je je dan afvraagt ‘Ben ik goed genoeg?’ Of misschien eerder: ‘Ben ik niet goed genoeg?’

Want ben je minder succesvol, dan ben je geneigd om het gebrek aan succes te wijten aan jezelf. Terwijl de succesvollen hun succes zien als een terechte beloning voor hun eigen kwaliteiten, hun eigen inspanningen en hun eigen prestaties.

De mensen die hoog van de toren blazen daargelaten. Die matigen zich iets aan, maar kunnen het vaak niet waarmaken. Veel geschreeuw, maar weinig wol.

 

 

Tot slot

 

In het zomeravondgesprek van Liza Ferschtman en Leonne Stentler blijft voor beiden de vraag ‘Ben ik goed genoeg?’.

Liza zegt: ‘De leidende vraag in mijn leven is: ben ik überhaupt goed genoeg? Het idee dat je niet weet of je ooit weer op hoog niveau kunt spelen beangstigt me.

Het blijft laveren, zegt Liza terecht. Wanneer is je gedrevenheid nuttig en wanneer ondermijnend.’

Leonne tobt nog steeds met de vraag of het dapper of laf was om te stoppen met voetbal. Maar ze vindt het wel goed van zichzelf dat zijzelf de keuze heeft gemaakt om te stoppen en dat ze niet heeft afgewacht tot anderen dat voor haar zouden doen.

En zelf die keuze maken is krachtig.

Liza geeft te kennen blij te zijn met het gesprek. ‘Als het mij één ding geleerd heeft, dan is het dat ik ruimte moet scheppen om te kunnen zien waar ik op mijn berg sta en hoe mooi het ter plekke is.’

Als Peter Henk Steenhuis dat zou lezen, dan zou hem dat deugd doen. Want zijn boek Veroordeeld tot succes is een pleidooi voor het niet langer eenzijdig interpreteren van succes als beter, hoger, meer. En dat het goed is om gesprekken te leren voeren over wat we willen, waarin we willen slagen.

 

 

 

 

Worstel jij met de vraag ‘Ben ik goed genoeg?

Heb je onvoldoende zicht op wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt?

Neem gerust contact met me op. Via telefoon (06-54762865/ 0575-544588) of via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl).

 

En wil je samen met anderen gesprekken (leren) voeren over wat je wilt en waarin je wilt slagen?

Meld je aan voor de 3-daagse training ‘Bouw je ideale loopbaan’. Na twee jaar corona is er eindelijk weer een training gepland. Ik heb er zin in!

 

 

 

 

Anders kijken naar het imposter syndrome

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Kern van het imposter syndrome, of op z’n Nederlands het bedriegerssyndroom, is een negatief en kritisch zelfbeeld, dat een negatieve invloed heeft op het gedrag en de gevoelens van de mensen die het ervaren.

Misschien herken je het bedriegerssyndroom bij jezelf en heb je er last van.

Ik heb er al eerder over geschreven. Met name over hoe beschermingsmechanismen je steeds onzekerder maken en hoe je je impostergevoelens kunt overwinnen.

Lang werd het imposter syndrome afgeschilderd als een persoonlijkheidskenmerk. Als je er veel last van had, dan werd je zelfs gezien als een patiënt. Terwijl men steeds meer tot de bevinding komt dat de sociale context een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van bedriegersgevoelens.

En dat het zaak is om die context aan te pakken, in plaats van bedriegersgevoelens te bestrijden door te focussen op het individu dat er last van heeft.

 

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Ont-medicalisering van het bedriegerssyndroom

 

Syndroom is in deze context een ietwat beladen term.

Over het algemeen wordt de term syndroom gebruikt voor een aantal symptomen die kenmerkend zijn voor een bepaald beeld. Vaak een ziektebeeld.

Beter passend is de term fenomeen. In de context van bedriegersgevoelens hebben we het dan over het bedriegersfenomeen.

In die term is in eerste instantie in 1978 ook door Clance en Imes over het fenomeen geschreven.

Later heeft die term plaatsgemaakt voor bedriegerssyndroom.

Die term suggereert dat er sprake is van psychologisch disfunctioneren van het individu. En als je aan die ziekte lijdt, dan ben je een patiënt en heb je behandeling nodig. Bijvoorbeeld in de vorm van psychotherapie.

Terwijl men nu steeds meer inziet, dat het probleem niet zozeer verankerd ligt in het individu, maar in de sociale context.

En dat het zaak is om stil te staan bij en te onderzoeken hoe context en sociale structuur die bedrieglijke gevoelens creëren. In plaats van onzekerheden van individuen te framen als een probleem dat voortkomt uit de individuen die er last van hebben.

En voor de aanpak van het probleem ook daarop te focussen.

Dus, het bedriegerssyndroom te ont-medicaliseren. Het niet meer te hebben over het bedriegerssyndroom, maar over het bedriegersfenomeen.

Het is geen ziekte, maar een verschijnsel dat zich voordoet. Omdat onze sociale contexten en sociale interacties ertoe leiden dat individuen hun capaciteiten en hun waarde in twijfel trekken.

Want de sociale context heeft grote invloed op hoe je over jezelf denkt en hoe je je voelt.

 

 

Hoe context en sociale structuren bedriegersgevoelens creëren

 

Je sociale context is van invloed op hoe je je voelt.

Zo kan bijvoorbeeld je plaats in de sociale hiërarchie een belangrijke rol spelen bij het al dan niet ontwikkelen van bedriegersgevoelens.

Denk bijvoorbeeld aan etnische minderheden, maar ook aan vrouwen in leidinggevende posities. Beiden hebben nog steeds te kampen met negatieve stereotyperingen.

Een ‘goede’ leider bijvoorbeeld heeft overwegend mannelijke eigenschappen. Terwijl vrouwen stereotyp eerder afgeschilderd worden als ‘sociaal gericht’ en ‘warm’. En dat zijn niet direct eigenschappen die traditioneel verwacht worden van een ‘goede’ leider.

Als reactie op die gender- en leiderschapstypering kun je je als vrouw al onzeker en misplaatst voelen als je zo’n leiderschapspositie hebt bereikt. Omdat de stereotyperingen laten zien, zowel direct als indirect, dat vrouwen niet of minder geschikt zouden zijn voor zo’n positie.

Wat dat betreft is het waardevol dat succesvolle vrouwen als voormailig First Lady Michelle Obama en Sheryl Sandberg, Chief Operating Officer bij Meta, kenbaar maken zich soms een bedrieger te voelen. En daardoor fungeren als rolmodellen, met name voor vrouwen.

 

Ook op de arbeidsmarkt zie je de sociale hiërarchie terug. In de zorg bijvoorbeeld zijn vrouwen nog steeds ondervertegenwoordigd bij de specialisten, maar oververtegenwoordigd in de verpleging. En ondervertegenwoordigd in de informatietechnologie, maar oververtegenwoordigd in human resources. Wat dat betreft kun je nog steeds spreken van mannen- en vrouwenberoepen.

De sociale hiërarchie komt overigens ook terug in de salariëring. Vrouwen krijgen met regelmaat minder betaald dan mannen in een vergelijkbare functie. Alsof ze minder geschikt zijn dan mannen voor betreffend werk?

Het verschil in salaris kan er in elk geval wel toe leiden dat vrouwen aan het denken worden gezet en dat ze hun positie in twijfel trekken. Waardoor ze gevoeliger zijn voor het bedriegersfenomeen.

 

 

Hoe sociale, interpersoonlijke interacties bedriegersgevoelens creëren

 

Onze dagelijkse interacties zijn doorspekt met signalen, die overbrengen hoe mensen zichzelf zien en vooral hoe belangrijk of hoezeer ze van waarde zijn.

Iedereen lijkt overtuigd van zichzelf, behalve jij.

Veel mensen beweren dat ze ergens goed in zijn, terwijl ze dat vaak niet zijn. En schatten zichzelf hoger of beter in, dan dat ze zijn.

Die sociale evaluatieve signalen hebben hun invloed op hoe je zelf je eigenwaarde beoordeelt. En beinvloeden zo je zelfrespect en je gevoel met betrekking tot jouw plaats binnen je groep of context. Of je die plaats waardig bent en écht verdient of niet.

Zo wordt de een bijvoorbeeld vaker om advies gevraagd of betrokken bij werkgerelateerde discussies dan een ander. Waardoor die laatste het gevoel kan krijgen dat die minder waard is. Wat zijn effect heeft op hoe je kijkt naar jezelf.

Overigens kan het tegenovergestelde je ook overkomen. Dat je wordt benaderd en behandeld op manieren die suggereren dat je je plaats binnen je groep of context waardig bent. Terwijl je zelf daar heel erg je twijfels over hebt. En bang bent om door de mand te vallen.

 

 

Tot slot

 

Ik zie het als winst dat het bedriegersfenomeen niet langer gezien wordt als een dysfunctioneel syndroom, verankerd in een individu.

Maar in plaats daarvan als een psychologische reactie op een dysfunctionele context.

En herken je symptomen van het fenomeen in jezelf?

Daar is niks mis mee. Ik denk dat vrijwel iedereen, ikzelf incluis, momenten heeft dat hij zich afvraagt ‘Ben ik wel zo goed als ik denk dat ik ben?’

Het is dan ook geen wonder dat ik mijn exemplaar van het boek ‘F*ck die onzekerheid’, geschreven door Vreneli Stadelmaier, zo vaak uitleen aan klanten.

 

 

En vind je het moeilijk om om te gaan met belemmeringen en beperkende overtuigingen?

Kun je wel wat tips gebruiken voor meer zelfvertrouwen waardoor je je kansen op de arbeidsmarkt vergroot?

Lees hoofdstuk 12 uit mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

 

 

 

 

Neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

Waarom je jouw loopbaankeuze niet moet laten bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving

 

‘Heel mijn leven en mijn denken draait om schilderijen. Het is mijn adem’ ; dat zegt Jeanne Bieruma Oosting, schilderes.

Op dit moment lees ik haar biografie ‘Geen tijd verliezen’, geschreven door Jolande Withuis.

Jeanne Bieruma Oosting heeft een lange strijd moeten leveren. Niet alleen om zich te ontworstelen aan het aristocratische milieu waarin ze opgroeide. Ook als kunstenares had ze te maken met seksevooroordelen.

Volgens de conservatieve opvattingen van haar familie hadden meisjes maar één doel in het leven: trouwen en kinderen krijgen. Werken was taboe.

Anno 2022 is het als vrouw nog steeds een hele prestatie om helemaal te gaan voor je carrière. Ook al is er historisch gezien al een hele strijd aan vooraf gegaan.

Maar ook voor mannen is het soms een strijd om los te komen van verwachtingspatronen. Om bijvoorbeeld te kiezen voor een rol als huisman of parttime werk.

Neem zelf de regie met betrekking tot de plaats die werk inneemt in jouw leven. Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk.

 

Bepaal en neem de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk

 

Ontsnappen aan een leven onder het juk van een man

 

Om te ontsnappen aan een leven onder het juk van een man koos een van mijn tantes voor het leven als Medische Missiezuster. Lange tijd leidde ze vroedvrouwen op in Malawi.

Ze vertelde me haar openhartige verhaal over haar drijfveer om zich aan te sluiten bij de Medische Missiezusters pas toen ze weer lang en breed terug was in Nederland.

Net als Jeanne Bieruma Oosting was zij een krachtige vrouw. Samen met haar medezusters. Ik hoor het mijn oma nog zeggen: ‘Stelletje feministen zijn jullie.

 

Jeanne Bieruma Oosting was ook een feminist, ook al vraag ik me af of men in haar tijd (1898-1994) in die termen over krachtige vrouwen sprak.

In elk geval noemde men een studerende vrouw een ‘geleerde vrouw’. En de keuze voor het uitoefenen van een vak kwam neer op een keuze tégen het huwelijk.

Dat werd de biografieschrijfster, een gepromoveerd sociologe, heel duidelijk toen Jeanne Bieruma Oosting verbaasd te kennen gaf ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’

 

 

Aan de vrouwenemancipatie is een lange strijd voorafgegaan

 

Wist je dat vrouwen anno 1898 geen gelijke rechten hadden en gehuwde vrouwen helemaal rechteloos waren?

Dat ze voor het eerst mochten stemmen in 1922, maar niet konden beschikken over eigen geld of beslissingen konden nemen over de opvoeding van de kinderen? Dat je als gehuwde vrouw min of meer onder curatele stond van je echtgenoot? En dat je als gehuwde vrouw pas in 1957 ‘handelingsbekwaam’ werd en tot ongeveer 1970 bij zwangerschap of huwelijk kon worden ontslagen?

Toch waren er gedreven vrouwen die zelf hun kost verdienden en hun talenten ontwikkelden. Vooral overigens alleenstaande vrouwen.

 

 

Ongelijkheid tussen mannen en vrouwen is nog steeds een item op de arbeidsmarkt

 

Zoals in een van mijn vorige artikelen naar voren komt, zijn het nu vooral de vrouwen die parttime werken. Ook al hebben steeds meer mannen tegenwoordig ook een parttimebaan.

Vrouwen die helemaal gaan voor hun passie of hun carrière zijn in de minderheid.

Bovendien is parttime werken sectorgevoelig. En met name in sectoren die feminiseren, in het onderwijs en in de zorg, werken mannen eerder in deeltijd.

Wat dat betreft is het ook opmerkelijk dat hoe meer vrouwen in een beroepsgroep gaan werken die voorheen gedomineerd werd door mannen, hoe meer de status van dat beroep afneemt. Bijvoorbeeld in de rechtspraak en in de geneeskunde, waar steeds meer vrouwen werken als huisarts en mannen eerder kiezen voor een specialisatie, bijvoorbeeld chirurgie.

Er is dus nog lang geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt.

 

 

Bepaal de ruimte die jij nodig hebt om je te ontwikkelen in werk en neem die ruimte

 

Stem je keuze niet af op externe beperkingen en schik je niet in beperkingen die je als knellend ervaart.

Houd voor ogen wat je doel is, waar jij warm voor loopt.

Als je dat opgeeft omwille van verwachtingspatronen, gewoontes of beperkingen die voortkomen uit de cultuur, dan zal dat je niet gelukkig maken.

Laat je niet bepalen door meningen, opvattingen in je omgeving.

De uitspraak van Jeanne Bieruma Oosting ‘Als u wetenschapper bent, zult u toch geen man hebben? U kunt toch geen twee heren dienen?’ is een mooi voorbeeld van zo’n opvatting. Alsof je als gehuwde vrouw er bent om jouw echtgenoot, jouw ‘heer’ te dienen.

Vind oplossingen voor reële beperkingen.

Wat staat je te doen, wat heb je te regelen om te gaan voor waar jij warm voor loopt?

De dilemmabenadering die ik beschreef in een eerder artikel, kan je daarbij helpen.

 

 

 

Heb je nog geen helder beeld van wat je nu echt wilt?

Van de richting waarin je je wilt ontwikkelen in werk?

En wat werk voor jou betekent?

Lees mijn boek ‘Wat wil ik nu echt?

 

En vind je het moeilijk om in je eentje tot een antwoord te komen op jouw vraag?

Neem gerust contact met me op. Via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) of telefoon (06-54762865/ 0575-544588).

 

 

 

 

Hoe kleiner de aanstelling, hoe meer werkdruk

Waarom minder uren werken lang niet altijd de oplossing is als je grote werkdruk ervaart.

 

Je bent goed gek’, zei mijn man. ’Dan ga je nog meer werken in je eigen tijd.’

Ik herinner het me nog goed. Het was jaren geleden, voordat ik als zelfstandig ondernemer aan het werk ging.

Al met al heb ik 25 jaar als docent in het onderwijs gewerkt. Vier jaar als docent handvaardigheid, zeven jaar als docent Algemene Onderwijskunde, vier jaar als docent gesprekstechnieken en observatiekunde en tien jaar als docent theorie en methoden loopbaanbegeleiding.

Met uitzondering van de jaren als docent handvaardigheid, heb ik steeds deeltijdbanen gehad. Met wisselende taakomvang, variërend van 0,4 tot 0,7 fte met soms een aanvulling tot 0,9 fte. Afhankelijk van de vraag.

Bij tijd en wijle was ik buiten mijn werkuren nog behoorlijk druk met mijn werk. Met name met het voorbereiden van mijn lessen en nawerk, zoals het beoordelen van opdrachten, nakijken van toetsen of het beoordelen van casuïstiek.

Dat deed me weleens verzuchten: ‘Misschien moet ik wat minder uren gaan werken.’

Maar of het verkleinen van je taakomvang dan de oplossing is?

 

Hoe kleiner de aanstelling, hoe meer werkdruk

 

Meerderheid van de docenten werkt niet voor niets in deeltijd

 

De gemiddelde aanstelling in het onderwijs is 28,8 uur.

Veel docenten werken parttime omdat ze anders hun werk niet afkrijgen. Of geen tijd meer overhouden voor wat naast hun werk belangrijk voor hen is.

Want werk je zelf fulltime in het onderwijs, dan zul je dat vast herkennen. En kijk je huiswerk of opdrachten bijvoorbeeld na in het weekend en bereid je je lessen voor in de avonduren, omdat je daar overdag niet aan toe komt omdat je dan je lessen geeft.

Parttime werken in het onderwijs heeft overigens niet alleen te maken met de keuze van de onderwijsgevenden. Als je de onderwijsvacatures een beetje in de gaten houdt, dat weet je dat veel parttimebanen worden aangeboden. Soms is het sprokkelen geblazen als je fulltime wilt werken. En wordt het bijvoorbeeld 0,4 fte op de ene school, aangevuld met 0,5 of 0,6 fte op een andere school.

En dan maar op en neer, van de ene school naar de andere en vergaderingen hier en vergaderingen daar. Waardoor het aantal uren dat je bezig bent met je werk alleen maar toeneemt. En de eventuele werkdruk eveneens.

In onderzoek van de Algemene Onderwijs bond (AOb) komt naar voren dat docenten structureel overwerken. Omgerekend naar fulltimebanen draaien docenten in het primair onderwijs een gemiddelde werkweek van 46,9 uur. Docenten in het voortgezet onderwijs komen aan 45,2 uur.

En ook docenten in het hoger onderwijs ervaren een steeds hogere werkdruk.

 

 

Werkdruk is niet hetzelfde als het druk hebben op je werk.

 

Het druk hebben op je werk is niet per definitie ongezond.

Je kunt het druk hebben op je werk en heel enthousiast zijn over wat je doet. Je voelt je betrokken bij je werk en de organisatie waarvoor je werkt.

Hard werken houd je dan goed vol, omdat je tijdens je werk vooral flow ervaart. Je gaat helemaal op in wat je doet, beleeft er plezier aan en bent intrinsiek gemotiveerd.

Als je bevlogen je werk doet, dan levert werk je energie op, in plaats van dat het je energie kost.

 

Ongezonde werkdruk levert werkstress op.

Bij een ongezonde werkdruk is er een structurele disbalans tussen wat er van iemand wordt verwacht op het werk en wat hij kan doen.

 

 

Er is een verschil tussen objectieve en subjectieve werkdruk

 

Bij objectieve werkdruk vraagt de uitvoering van het werk meer tijd van je dan je als medewerker beschikbaar hebt. Wil je dat als medewerker oplossen, dan kun je dat doen door te overwerken of accepteren dat er achterstanden ontstaan in het werk.

Subjectieve werkdruk heeft meer te maken met hoe jij als werkende de werkdruk beleeft. Daarbij maak je een inschatting van de taakeisen die aan je worden gesteld en de regelmogelijkheden die je ervaart. Die laatste hebben namelijk invloed op jouw beleving van werkdruk.

Zo werkt bijvoorbeeld een van mijn coachklanten structureel over, omdat na werktijd nog bloed- of urineonderzoekjes moeten worden gedaan of patiënten moeten worden teruggebeld. Het zou voor haar minder werkstress geven als ze daarin zelf zou kunnen sturen, bijvoorbeeld tussen de praktijkafspraken door tijd zou kunnen reserveren voor het terugbellen van patiënten. En bloed- en of urineonderzoeken zou kunnen uitbesteden aan de assistente.

Pogingen om haar afsprakenagenda zo in te richten dat ze in ‘werktijd’ de ruimte heeft voor taken zoals genoemd, blijken niet succesvol. Steeds weer wordt er in die geplande tijd een beroep op haar gedaan. En de assistentes zijn meestal op tijd naar huis, waardoor zij na ‘werktijd’ met regelmaat nog enige tijd bezig is voordat ze naar huis kan.

In een van mijn vorige artikelen lees je hoe taakeisen die aan je worden gesteld als stressoren kunnen worden ervaren, maar ook als uitdaging.

 

 

Minder uren werken is lang niet altijd de oplossing als je grote werkdruk ervaart

 

Een risico van parttime werken is dat je in vergelijking met mensen die fulltime werken meer kunt ‘uitdijen’ in je werk.

Werk je fulltime, dan werk je sowieso al vijf dagen. Misschien met overwerk nog iets meer. Werk je parttime, dan heb je mogelijk meer ruimte voor werk, buiten je werk. Waardoor je er makkelijker meer tijd voor kunt pakken. En je ‘werktijd’ dus minder begrensd is. Met het risico dat een contract voor minder uren leidt tot nog meer uren werken in eigen tijd.

Ben je een toegewijde werker met een groot verantwoordelijkheidsgevoel? Wees erop bedacht dat je niet doorschiet in perfectionisme. Goed is goed genoeg.

Wat dat betreft kun je veel leren van de mensen waar je de grootste moeite mee hebt. Want die hebben, zij het in een doorgeschoten vorm, een kwaliteit waarvan het goed zou zijn dat je daarvan iets zou ontwikkelen.

Voordat je besluit om minder te gaan werken, waarvoor je dubbel de prijs betaalt, benut de regelruimte die je zelf hebt om de druk te laten afnemen. Voor sommigen is het bijvoorbeeld veel beter om nog een uurtje langer op je werk te blijven, het werk af te hebben en met een lege tas naar huis te gaan. In plaats van er thuis nog veel meer uren aan te besteden.

Heb je zelf niet de mogelijkheid om je taken te herschikken, ga dan in gesprek met je leidinggevende over hoe je je werk zo kunt kneden, dat het beter bij je past; jobcraften.

 

 

 

Heb je last van ongezonde werkdruk en ervaar je veel stress op je werk?

Neem contact met me op, via e-mail (marlene@meerwaardeinwerk.nl) of via telefoon 06-54762865/ 0575-544588.

In een oriënterend gesprek onderzoeken we wat er schort aan je huidige werk en wat je nodig hebt om het tij te keren.

 

 

 

 

Hoe je met minder ja-maar meer tijd overhoudt voor de dingen die je doen wilt

En minder tijd kwijt raakt aan angst, paniek en gezeur

 

Wist je:

  • Dat ja-maar denkers al gauw vervallen in een reactieve rol?
  • Dat zij zich al gauw laten bepalen en belemmeren door de omstandigheden?
  • Dat je ook proactief je eigen omgeving vorm kunt geven?
  • Dat dit zelfs geldt voor de inhoud van je eigen baan?

 

Het is dan de kunst om niet te blijven hangen in ja-maar, maar bijvoorbeeld de verandering of het ontslag te accepteren. Om dan vanuit een houding van ja-en zaken naar je hand te zetten.

Dat vraagt durf om het bekende los te laten. En durf om te vertrouwen op jezelf.

Geïnspireerd door het boek Ja-maar, wat als alles lukt? van Berthold Gunster geef ik je 5 belangrijke tips om ja-maar te doorbreken en van ja-maar te komen naar ja-en.

Dit is mijn derde en laatste artikel in een serie van drie over het effect van ja-maar.

 

Hoe je met minder ja-maar meer tijd overhoudt voor de dingen die je doen wilt

 

1. Focus op wat er is

 

Deze tip heeft alles te maken met de manier waarop je waarneemt. In een vorig artikel gaf ik aan, dat je met een ja-maar houding selectief waarneemt en vooral ziet wat er niet is.

Ik zie dat vaak bij mijn outplacementklanten. Zeker in eerste instantie zijn zij vooral gericht op wat er niet meer is.

Dat is heel begrijpelijk, want het heeft veel impact als je je baan verliest.

Het is echter een groot risico in ja-maar te blijven hangen. Want daardoor zie je niet wat er allemaal mogelijk is.

Zo vertelde een ontslagen bankmedewerker me zijn verhaal. Hij was adviseur zakelijk betalingsverkeer. Mede door de automatisering was zijn functie vervallen. Die functie zal ook niet snel weer terugkomen. Ook al hoopt hij dat zelf wel. Zo zegt hij ‘Ze komen er nog wel achter. Die functie komt zeker weer terug’.

Het is de kunst om gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden te accepteren en van daaruit ruimte te maken voor iets nieuws.

 

 

2.  Zet zaken naar je hand en stel je niet afhankelijk op

 

In een traditionele manier van denken over baanverwerving, stel je je afhankelijk op. De werkgever heeft het voor het zeggen.

Heb je eenmaal een baan, dan moet je maar hopen dat je mag blijven. En ben je toch gedwongen om te solliciteren, dan mag je je gelukkig prijzen als je uitgenodigd wordt voor een gesprek.

Bij het denken vanuit de Meer Waarde Benadering is dat anders.

Ja-en, het kan natuurlijk gebeuren dat je boventallig wordt. Of dat je baan niet langer aansluit bij wat je ervan verwacht. Maar jij voelt je niet afhankelijk van een werkgever. Je kunt meer naar je hand zetten dan je zelf denkt. ‘Neem zelf de regie over je loopbaan’.

Jij weet wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt. En jij weet waar er behoefte is aan mensen zoals jij. Zodat jij het werk kunt creëren dat optimaal bij jou past en bij wat een opdrachtgever of werkgever nodig heeft.

 

 

3.  Zorg voor goede timing

 

Zowel ja-en als ja-maar hebben hun positieve en negatieve kanten. In een van mijn vorige artikelen gaf ik dat al aan.

Het is dan ook zaak om te zorgen voor een adequate inzet van ja-maar en ja-en.

In de fase dat je jouw mogelijkheden op de arbeidsmarkt aan het onderzoeken bent, is het de kunst om alle opties toe te laten en met open vizier te bekijken. Doe je dat niet en verval je snel in ja-maar, dan sla je bij voorbaat allerlei opties dood.

Ja-maar is wel adequaat in de fase van het nemen van een beslissing. Maar heb je eenmaal een beslissing genomen, dan heeft ja-maar niet langer zin.

Dan is het de kunst om vol te gaan voor de realisering van je besluit.

 

 

4.  Durf ‘ja’ te zeggen tegen ‘ja-maar

 

Heb je eenmaal een keuze gemaakt, een 100% ‘ja’, dan loop je het risico dat er toch al gauw allerlei ja-maars naar boven komen. Ook al was je nog zo zeker van je besluit, de twijfel slaat toe.

Als voorbeeld geef ik je de ervaringen van Saskia, een van mijn coachklanten.

Zij was duidelijk toe aan een nieuwe stap in haar loopbaan. Zij wilde ook graag promotie maken en ging voor een managementbaan. Een stapje hoger, mogelijk als teamleider. In haar vorige werk had zij daarmee al ervaring opgedaan.

Toen ze eenmaal weloverwogen ‘ja’ gezegd had tegen haar nieuwe functie als teamleider, sloeg de twijfel toe. ‘Ja-maar, kan ik dat wel?Ja-maar, heb ik wel voldoende stevigheid?’ ‘Ja-maar, wat als ik niet alles direct kan overzien?

De ja-maars staken volop de kop op. Vaak gaat dat als vanzelf.

Het is dan de kunst om je er niet tegen te verzetten. Laat ze maar komen. Eigenlijk komt er een soort interne dialoog op gang, een gesprek met jezelf.

Als je toegeeft aan de ja-maars zullen ze uiteindelijk bijna vanzelf verdwijnen. Gunster heeft het over zeepbelletjes die omhoog dwarrelen en uiteen spatten.

Soms zal dat niet lukken. Dan is de weerstand te groot. Als coach kan ik je dan heel goed helpen.

 

 

5.  Behoud je gevoel voor humor

 

Als volwassene ben je snel geneigd om zaken serieus te nemen. Ik betrap mezelf daar ook regelmatig op.

Terwijl juist bij ja-maar humor je enorm kan helpen.

Ik moet daarbij denken aan kleine kinderen. Zij kunnen af en toe heerlijk ja-maren. Zeker op een bepaalde leeftijd.

Ik vind het dan mooi om te zien hoe je ze uit hun ja-maar kunt halen met humor. Dan is de ketting soms opeens gebroken en doorzien ze hun spel.

Wat dat betreft zouden we van hen kunnen leren en ons eigen spel met ja-maar kunnen relativeren.

 

 

 

Heb je het gevoel dat je je moeilijk los kunt maken van ja-maar? Dat je daarin blijft hangen en eigenlijk niet verder komt?

Kun je daarbij wel wat hulp gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06 54762865) of e-mail me (marlene@meerwaardeinwerk.nl) voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

‘Ja-maar’, wat houdt je tegen?

Wat je ervan weerhoudt om ergens vol voor te gaan

 

Ja-maar’, je hoort het vaak. In mijn vorige artikel gaf ik dat al aan. Misschien heb je je na het lezen van mijn artikel gerealiseerd, dat jij het ook met regelmaat zegt.

En dat terwijl ja-maar over het algemeen verlammend werkt. Althans, zeker als je op verkenning bent naar nieuwe mogelijkheden met betrekking tot werk.

Is het dan niet vreemd dat ja-maar zo gemakkelijk over je lippen komt?

Als je naar het effect van ja-maar kijkt is dat inderdaad zo. Als je begrijpt waar het vandaan komt, is het anders.

Kennelijk komt ja-maar vooral voort uit angst en de menselijke behoefte om zaken onder controle te houden.

Maar waar zijn wij over het algemeen dan zo bang voor?

 

Ja-maar, wat houdt je tegen?

 

Angst voor verandering, een belangrijke bron van ja-maar

 

Verandering brengt vaak onzekerheid met zich mee en is daardoor voor veel mensen een bron van angst.

Misschien herken je dat. We zeggen niet voor niets ‘Je weet wat je hebt, maar je weet niet wat je krijgt’. Je weet namelijk nooit met zekerheid hoe de toekomst eruit zal zien.

Ik zie dat geregeld bij mensen met betrekking tot hun werk. Ook al zijn ze niet happy met het werk dat ze doen, toch blijven ze vaak het liefst op hun vertrouwde plek. Temeer omdat bij een grote verandering de consequenties moeilijk zijn te overzien.

Zo herinner ik me een deelnemer aan een van de driedaagse trainingen. Als tekenaar werkte hij voor een grote standbouwer. Hij had zijn werkgever te kennen gegeven dat hij een nieuwe uitdaging aan wilde gaan als werkvoorbereider. Men gaf hem de kans en men wilde wel eens zien hoe hem dat verging.

Helaas voor hem, werd er na twee jaar een flinke streep door gezet. Hij werd weer tekenaar.

Dat bevredigde hem niet. Hij wilde een stap zetten in zijn carrière, hetzij bij zijn eigen werkgever, dan wel daarbuiten. Vandaar zijn deelname aan de training.

Tijdens de training werd heel duidelijk dat hij in zijn huidige werk absoluut onvoldoende tot zijn recht kwam. Toch was hij geneigd om zijn onvrede te relativeren. ‘Ja-maar het is een mooi bedrijf waarvoor ik werk. Het is een bedrijf dat over de hele wereld uitdagende projecten neerzet’.

Door zijn ja-maar’s is hij blijven zitten waar hij zat. Hij heeft ook geen werk gemaakt van ander werk. Inmiddels is hij ruim een jaar verder.

Ook al geeft zijn omgeving aan, dat het allesbehalve goed met hem gaat, kennelijk is voor hem de ‘pijn’ nog niet groot genoeg om daadwerkelijk stappen te zetten. En de onzekerheid tegemoet te gaan.

Bij outplacement is dat anders. Je hebt geen keuze, maar wordt gedwongen tot verandering.

Dat roept dan ook vaak angst op bij mensen. Dat is begrijpelijk. Je wordt gedwongen om het vertrouwde achter je te laten en werk te maken van iets nieuws.

Toch is outplacement, achteraf bekeken, voor mensen vaak een mooie kans om nieuwe wegen in te slaan. Uit zichzelf zouden ze het niet hebben gedaan.

 

 

Angst om buitengesloten te worden is ook een bron van ja-maar

 

Wij mensen zijn sociale wezens. Over het algemeen zijn we dan ook bang om buitengesloten te worden.

 

‘Ja-maar, ik heb gewoon geluk gehad’. Of ‘ja-maar, zo moeilijk was het niet’.

Je wilt vooral niet opvallen en zeker niet pronken met je succes. Terwijl je misschien wel heel hard hebt gewerkt om je doel te bereiken.

Dat blijkt vooral van toepassing te zijn voor vrouwen. Mannen stralen kennelijk eerder trots uit dan vrouwen.

Ik ben nou eenmaal heel goed.’ Typisch het antwoord van een man als hem gevraagd wordt waarom hij toch zoveel succes heeft. Een vrouw zegt meestal wat anders: ‘Dat ze geholpen is, dat ze geluk heeft gehad of dat ze hard heeft gewerkt’. Dat is althans de ervaring van Sheryl Sandberg, Chief Operation Officer bij Meta. Zij schreef het boek Vrouwen, werk en de weg naar succes.

Ik zie die valse bescheidenheid ook met regelmaat bij mijn coachklanten. Dat is jammer, want de bescheidenheid is dan niet terecht. Door trots te zijn op wat je neerzet plaats je jezelf niet apart.

 

‘Ja’ zeggen, maar ‘nee’ doen.

Jij kent ze vast ook, de ‘ja-maar zeggers’, bijvoorbeeld in vergaderingen. Eigenlijk gaan ze voor ‘nee’, maar ze zeggen ‘ja-maar’.

Vaak valt hun ja-maar niet direct op. Zij weten dit slim te verhullen door kritische vragen te stellen, te discussiëren en draagvlak te zoeken. Zodat ze niet buitengesloten worden.

 

 

Angst om iets niet goed te doen, eveneens een bron van ja-maar

 

Wist je dat we vooral bang kunnen zijn om een verkeerde beslissing te nemen?

En dat we de angst voor het onbekende proberen te reduceren door zoveel mogelijk onder controle te houden? Dat helpt niet om loopbaanbeslissingen te nemen en een stap vooruit te zetten.

Zo kan het gebeuren dat je geneigd bent om maar te blijven onderzoeken wat jouw mogelijkheden zijn op de arbeidsmarkt, uit vrees dat je mogelijkheden over het hoofd ziet en dus geen goede keuze maakt.

 

 

Ja-maar gedrag en ouder worden

 

Wist je dat voor de meesten van ons geldt, dat hoe ouder je wordt, hoe meer ja-maar gedrag je zult vertonen?

Hoe meer we geleerd hebben, hoe voorzichtiger we kennelijk te werk gaan.

Ik zie dat ook om me heen. Zo hechten vooral ouderen aan een vast contract. En leren ze jongeren dat een vast contract belangrijk is. Alhoewel je met een contract voor onbepaalde tijd nog geen permanente zekerheid hebt.

Werken op projectbasis of met een tijdelijk contract is voor jongeren over het algemeen veel vertrouwder dan voor de oude rotten. Wellicht voelen zij zich minder afhankelijk van een werkgever.  Bovendien hebben zij hun loopbaanvaardigheden over het algemeen beter ontwikkeld.

 

 

Hoe kun je nu zorgen dat je minder tijd kwijt raakt aan angst, paniek en gezeur, zoals Berthold Gunster dat noemt?

Daarover meer in mijn volgend artikel.

 

Ja- maar, weet je niet goed wat jij op de arbeidsmarkt te bieden hebt of welk werk bij jou past?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me voor een afspraak voor een oriënterend gesprek

 

 

©  foto: Martin Langbroek

 

 

 

Hoe ‘ja-maar’ je ontkracht en je kans op succes verkleint

Hoe ‘ja-maar’ je flink in de weg kan zitten

 

  • “Ja-maar, ik ga niet veranderen van baan. Ik weet wat ik heb en ik moet maar afwachten wat ik krijg”;
  • “Ja-maar, er zijn toch nauwelijks banen voor mij”;
  • “Ja-maar, op iemand van mijn leeftijd zit niemand te wachten”.

 

Ja-maar, hoe vaak hoor je het niet zeggen? Misschien betrap je jezelf er ook wel op, dat je het gemakkelijk zegt.

Vaak ben je je niet bewust van wat je ermee zegt. En zeker niet van wat ja-maar met jou, maar ook met jouw toehoorder doet.

Ja-maar bepaalt jouw manier van kijken en denken. En de invloed ervan is lang niet altijd positief.

Want met ja-maar ontkracht je jezelf en verklein je je kansen op succes.

 

Hoe ja-maar je ontkracht en je kans op succes verkleint

 

Ja-maar beïnvloedt je waarnemen

 

Wist je dat je met een ja-maar houding selectief waarneemt en vooral ziet wat er niet is?

Als voorbeeld geef ik je een alledaagse situatie die je misschien herkent.

Je bent op zoek naar een parkeerplaats en je hebt het al gauw gezien: “Ja, maar er is geen plek meer om te parkeren. De parkeerplaats is al helemaal vol”.

Voordat je echt goed gekeken hebt, ben je eigenlijk alweer weg en je hebt die mooie lege plekken verderop niet gezien.

Had je met een ja-en blik gekeken, dan had je vast nog een plekje weten te vinden: “Ja-en, het is druk. Dat zie ik ook. Maar er is vast nog ergens plek. En is er nu niets vrij, grote kans dat er zo iemand weggaat”.

En waarschijnlijk vind je inderdaad een plek.

 

Op de arbeidsmarkt is het niet anders.

Als je kijkt met een ja-maar houding zie je lang niet alles wat er is. En daardoor mis je kansen.

 

 

Ja-maar en de metafoor van de ijsberg

 

Ken je de metafoor van de ijsberg, van de theorie van Bateson of McClelland?

Over die theorie zo dadelijk meer, maar de metafoor van de ijsberg kun je ook toepassen op de arbeidsmarkt.

Wist je dat 90% van een ijsberg onder water zit? En dat het met de banen op de arbeidsmarkt eigenlijk niet anders is?

Dat het percentage baanopeningen dat geen vacature wordt en dus onder water zit, geschat wordt op zeker 70%?

De zichtbare banen zijn als het topje van een ijsberg. Onder het topje dat je ziet, is nog een hele wereld aan werk te ontdekken.

Als je kijkt met een ja-maar houding, dan is de kans groot dat je die 70% niet ziet. Heb je daarentegen een ja-en houding, dan zul je je uitgedaagd voelen om juist die 70% boven water te krijgen.

Die 70% kun je boven water krijgen door goed je onderzoek te doen. En dat kun je leren met de Meer Waarde Benadering.

 

 

Ja-maar beïnvloedt je denken en je handelen

 

Ik noemde zojuist Bateson en McClelland.

Als je van hen hebt gehoord, dan weet je dat wat je ziet aan gedrag van mensen, het topje van de ijsberg is.

Wat je gedrag bepaalt zit voor het grootste deel onder water. Je kunt daarbij denken aan je overtuigingen, waarden, normen, motieven, drijfveren en jouw authentieke zelf.

In Ja-maar komt een stukje naar boven van wat er onder water zit. En wat heel bepalend is voor jouw gedrag.

 

Wist je dat iemand met een ja-maar houding veel meer beren ziet op zijn weg? En dat die houding ook eerder leidt tot afwachten en niet-handelen? Zelfs tot scepsis en cynisme?

Ik maak het geregeld mee in eerste contacten met potentiële klanten. Ik lees het ook geregeld in discussies in sommige groepen op LinkedIn. Met name groepen voor werkzoekenden.

Ik kan me goed voorstellen dat je, zeker na negatieve ervaringen, je situatie of je toekomst minder rooskleurig ziet. En eerder geneigd bent om te vervallen in een houding van ja-maar.

Maar, als ja-maar je denken gaat overheersen, dan zal dat je succes enorm belemmeren. En een mislukking ligt dan al gauw op de loer.

 

Ken je het mechanisme van de selffulfilling prophecy, de zichzelf waarmakende voorspelling?

Als jij denkt dat iets jou niet gaat lukken, dan heb je grote kans dat het inderdaad het geval is. Want waarom zou je er helemaal voor gaan, als je verwacht dat het toch niets wordt?

Helaas ben je je niet altijd bewust van dat proces. Het is dan goed dat een ander je daarop wijst.

 

 

De kracht van ja-en

 

Ja-maar  heeft een tegenpool. Dat is ja-en.

Kijk je vanuit de positie van ja-en, dan ben je gericht op kansen en mogelijkheden.

Wellicht ken je daar voorbeelden van. Of misschien ben je zelf iemand, die overal mogelijkheden en kansen ziet. En die grijpt en doelen realiseert.

Ook dat heeft deels te maken met selffulfilling prophecy. Als jij denkt dat iets voor jou mogelijk is, dan zul je er vol voor gaan. En daardoor vergroot je aanmerkelijk de kans dat je je doel daadwerkelijk realiseert.

Zo zet ja-en aan tot handelen en leidt eerder tot succes.

 

 

Ja-maar en ja-en zijn samen een waardevol span.

 

Door mijn verhaal wordt ja-maar wat negatief afgeschilderd. Maar ze heeft duidelijk ook positieve kanten.

Bij het nemen van een beslissing kan ja-maar heel waardevol zijn. Ze zet je aan tot nadenken, evalueren en beoordelen. En kan je zo helpen om te komen tot een weloverwogen besluit.

 

Een ja-en houding is mooi als je mogelijkheden wilt verkennen. Maar kan ook negatief werken.  

Het is goed om kritisch te blijven als de omstandigheden erom vragen. Bijvoorbeeld als je een weloverwogen beslissing moet nemen.

Als je ja-en’nen uitmondt in met alle winden meewaaien, zit je ook niet op het goede spoor.

 

Het is mooi als je over beide posities kunt beschikken. En afhankelijk van de situatie kunt bepalen welke positie op een bepaald moment het meest passend is.

Samen zijn ja-maar en ja-en een waardevol span.

 

 

Heb je veel last van ja-maar? In een volgend artikel geef ik je tips hoe te komen van ja-maar naar ja-en.

Wil je je alvast inlezen? Lees Ja-maar, wat als alles lukt?

 

©  foto: Martin Langbroek

 

 

Heb je het gevoel dat ja-maar zich min of meer van jou meester heeft gemaakt? Bijvoorbeeld omdat het je nog niet gelukt is om te realiseren wat je voor ogen hebt?

Kun je daarbij wel wat hulp gebruiken?

Bel (0575-544588 / 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me voor het maken van een afspraak voor een oriënterend gesprek.

 

 

Hoe je op events effectief en efficiënt je netwerk laat groeien

15 Tips om op events te bouwen aan je netwerk en je netwerk te laten groeien

 

Ben je op zoek naar andere werk? Je kent vast ‘Jobon‘, voorheen ‘De Broekriem’ of netwerken als ‘Talentplus’ en het ‘In Between Café‘.

Maar wist je dat je ook events kunt inzetten om aan je netwerk te bouwen of je netwerk te laten groeien?

Bij die events of noem het evenementen, kun je bijvoorbeeld denken aan conferenties, congressen, symposia, workshops. Maar bijvoorbeeld ook aan beurzen, product- en dienstpresentaties.

Maak er gebruik van en laat jouw netwerk groeien.

Ik geef je 15 tips hoe je dat efficiënt en effectief kunt doen.

 

Hoe je op events effectief en efficiënt je netwerk laat groeien

 

Tips om voor jou waardevolle events op het spoor te komen

 

En hoe je daarin een selectie maakt.

 

1. Bepaal wat jouw doel is en hoe dat matcht met het doel van het event.

Is jouw doel vooral om veel mensen te leren kennen en jezelf te verkopen? Jezelf als product of dienst in de markt te zetten?

Dan is dat iets anders dan wanneer je vooral gericht bent op het delen van interesses of kennis en het ontmoeten van gelijkgestemden.

Zo hebben events ook hun doel. Dat doel bepaalt in grote mate welke mensen er komen en wat voor soort gesprekken er gevoerd worden.

 

2. Gebruik Google om events op het spoor te komen.

Zoek gelegenheden waar mensen die mogelijk interessant voor je zijn, naartoe gaan.

Vergeet daarbij branche- en beroepsorganisaties niet. Dat zijn er legio.

 

3. Deel met anderen waar je naar op zoek bent.

Zo vertelde ik laatst een van mijn coachklanten hoe een andere coachklant door het doen van onderzoek nieuwe opties op het spoor was gekomen. In dit geval ging het om het werken als wijkverpleegkundige.

Spontaan stuurde mijn coachklant me na ons gesprek een e-mail over een congres Wijkverpleging 2020, de praktijk. Die informatie heb ik doorgespeeld en mijn andere coachklant heeft zich ingeschreven.

Mijn voorbeeld laat zien hoe belangrijk het is om te delen met anderen waarnaar je op zoek bent. Anderen gaan dan met jou meekijken en meeluisteren en tippen jou als iets interessants voor jou op hun pad komt.

 

 

Tips met betrekking tot de voorbereiding op deelname aan events

 

4. Als dat mogelijk is, bekijk van tevoren de deelnemerslijst.

Bepaal wie interessant voor je kan zijn. En zoek die personen ook op, op het event.

Doe je achtergrondonderzoek, bijvoorbeeld via LinkedIn. Dan zie je gelijk of je op de een of andere manier met hen geconnect bent.

En of je misschien een netwerkcontact hebt dat jou kan introduceren. Zeker als jouw netwerkcontact ook als deelnemer aan het event op de lijst staat.

Eventueel kun je zelfs aan een organisator vragen om introductie. Als de groep deelnemers tenminste niet te groot is en de organisator de persoon kent die jij graag wilt spreken.

 

5. Bereid aan de hand van vragen voor wat je aan de weet wilt komen.

Vertel daarbij gerust dat je bezig bent met het doen van onderzoek naar behoeften op de arbeidsmarkt waar jij met wat jij te bieden hebt een bijdrage aan wilt leveren.

Dat het onderzoek doen voortkomt uit een contract dat beëindigd is, vertel je mogelijk pas later. Breng je dat te vroeg te berde, dan loop je het risico dat je gesprekspartner beleefd het gesprek beëindigt.

 

6. Bereid je pitch goed voor.

Een pitch is een bondige presentatie waarmee je iemand warm probeert te maken voor wat jij aanbiedt.

Bijvoorbeeld als pitch voor een tekstschrijver:

Ik schrijf webteksten voor MKB’ers, zodat zij hun doelgroep beter aanspreken en daardoor meer aanvragen krijgen.

Of mijn eigen pitch als loopbaancoach/ outplacementconsultant:

Ik leer hoger opgeleiden hoe ze hun werk kunnen maken van wat ze het allerliefste doen, zodat ze voldoening en plezier ervaren in hun werk, in balans met wat naast werk belangrijk voor hen is.

 

7. Bepaal hoe je het tactisch het best aanpakt, als je meerdere personen wilt spreken op het event.

Zodat je de kans vergroot dat je de mensen die je wilt spreken ook gesproken hebt. Zeker als je afhankelijk bent van de pauzes tijdens het event.

 

8. Sta ook open voor toevallige ontmoetingen.

Wie weet welke voor jou interessante personen op jouw pad komen.

 

9. Zorg voor visitekaartjes of anderszins iets waarmee je jouw gegevens bij iemand achter kunt laten.

Of zorg dat je een klein opschrijfboekje bij je hebt, zodat je een naam kunt noteren, die je na het event op kunt zoeken op LinkedIn en kunt connecten met de persoon die je gesproken hebt.

 

 

Tips hoe het gesprek aan te gaan op het event zelf

 

10. Het gesprek aangaan met voor jou onbekenden vraagt lef.

Zeker als je niemand hebt die jou kan introduceren en als mensen al met elkaar in gesprek zijn.

Vaak kun je non-verbaal aan de positie van een groepje mensen zien of er een opening is om aan te sluiten bij het gesprek of niet. Zo ja, voeg je erbij en vraag permissie om erbij te komen staan.

 

11. Straal belangstelling uit voor de ander en begin een gesprek niet met je eigen verhaal.

Begin eventueel met smalltalk, maar blijf daar niet in hangen.

Stel oprecht geïnteresseerde vragen. Alleen als je écht geïnteresseerde vragen stelt zijn mensen bereid om tijd aan je te besteden. En vraag door op wat je gesprekspartner vertelt, zodat je aan de weet komt wat je weten wilt.

Veel gesprekspartners zullen dan de vraag stellen “Van waar jouw interesse?” of “Wat doe jij?” Dan moet je jouw pitch gereed hebben.

Heb je een goede pitch, dan gaat een geïnteresseerde gesprekspartner jou ook vragen stellen.

 

12. Stel na jouw pitch weer vragen aan de ander.

Sluit niet af met jouw pitch. Als je het gesprek weer neerlegt bij de ander, dan is het ook gemakkelijk om te vragen of hij een visitekaartje voor je heeft en of je hem nog eens mag bellen of mailen.

Vraag dan gelijk of hij ook jouw visitekaartje wil hebben.

 

13. Kies een moment waarop je aan kunt haken, als je gesprekspartner niets vraagt aan jou.

Er dus eigenlijk geen gesprek op gang komt.

Bijvoorbeeld: “Oh, dat is interessant” of “Oh, dat is leuk” en vertel dan hoe dit aansluit bij jouw passie.

 

 

Tips voor de follow-up van gesprekken die je op events hebt gevoerd

 

14. Houd bij met wie je gesproken hebt.

Verwerk dat bijvoorbeeld in een Excel sheet.

Registreer met wie je gesproken hebt, waar dat was en de inhoud van je gesprek. Noteer ook eventuele vervolgacties die je met betrekking tot je contact uit wilt zetten.

 

15. Zorg voor follow-up van je contacten.

Houd je contacten warm.

Laat van je horen na het event. Koppel naar je contact terug wat het gesprek voor jou heeft betekend en wat het je heeft opgeleverd.

Vraag uitdrukkelijk of je jouw contactpersoon nog eens mag benaderen als je nog vragen hebt of meer informatie wilt.

 

 

Tot slot

 

Succes bij de baanverwerving wordt voor een deel bepaald door de mate waarin je angst weet te overwinnen.

Die angst overwin je door te doen. Stap uit je comfortzone, durf op mensen af te stappen en durf eventueel je neus te stoten.

 

 

 

Heb je een helder beeld van het werk dat je wilt doen?

Lukt het je nog niet om dat werk te realiseren?

Bel (0575-544588/ 06-54762865) of e-mail (marlene@lifeworkdesign.nl) me gerust. Samen bespreken we dan wat jij nodig hebt om jouw ideale baan te realiseren.

 

 

 

 

Wat een baan zoeken en de paradox van de liefde met elkaar te maken hebben

Stop met een baan zoeken, begin met vinden

 

Stop met zoeken.

Ben je altijd alles kwijt? Houden zo. Misschien vind je iets beters.

Ben je je baan kwijt? Mooi! Misschien vind je een betere baan dan je had.

 

Ben je écht je baan kwijt, dan kun je je in die stelling vast niet een, twee, drie vinden. Maar vier, vijf, zes, misschien wel.

Zeker als je weer een nieuwe baan gevonden hebt.

Het is mijn ervaring dat mensen als resultaat van een outplacementtraject vaak een mooiere baan vinden dan ze daarvoor hadden.

Maar die nieuwe baan is dan meestal niet het resultaat van krampachtig zoeken. Wel van gericht, maar vrijelijk onderzoek doen naar behoeftes op de arbeidsmarkt. Zodat je verborgen banen boven water krijgt of je eigen baan kunt creëren.

 

Wat een baan zoeken en de paradox van de liefde met elkaar te maken hebben

 

Als je gericht bent op zoeken, dan raak je gauw verkrampt

 

Of het nu gaat om sleutels die je kwijt bent, je portemonnee of anderszins.

Je bent dan geneigd om te blijven zoeken. Zeker als je een volhouder bent zoals ik.

Maar inmiddels heb ik geleerd dat je het zoeken dan maar beter los kunt laten. Want mogelijk komt wat je zocht, dan vanzelf naar je toe.

 

Met betrekking tot zoeken van werk is het eigenlijk niet anders.

Zoeken van werk kan een heel frustrerende bezigheid zijn. Om te beginnen het zoeken naar passende vacatures. Uren kun je daarvoor struinen op het internet. Ook al heb je de juiste zoekwoorden bij de hand en weet je inmiddels hoe de zoekmachines werken.

Heb je mooie vacatures gevonden, dan is het de kunst om brieven te schrijven waarmee je je van anderen onderscheidt.

Omdat het gaat om een baan zoeken, raak je al gauw enigszins in de kramp. En wordt het moeilijk om een spontane, vlot geschreven brief te produceren.

Ik zie dat bij mijn coachklanten.

Het helpt dan om eerst mondeling te vertellen waarom de vacature je aanspreekt, waarom je voor betreffende organisatie wilt werken en wat jou met name geschikt maakt voor de functie.

Heb je dat eenmaal op een rij, schrijf het dan uit in briefvorm. Gebruik je eigen woorden. En maak de formuleringen niet mooier dan jou eigen is. Doe je dat wel, dan krijgt de brief al gauw iets krampachtigs, iets gekunstelds en dat komt je sollicitatie niet ten goede.

 

Al met al kan zoeken naar werk je zielsongelukkig maken. Vooral als het je maar niet lukt om te vinden wat je zoekt. En dus uitverkozen te worden voor de baan die je wilt.

Stoppen met een baan zoeken en beginnen met vinden van een baan is dan de oplossing. Maar voor de meeste mensen is dat moeilijk. Want stoppen met zoeken betekent loslaten. En dat is lang niet altijd makkelijk. Zeker als je net iets heel wezenlijks zoals je baan, bent kwijtgeraakt.

Dan wil je zo snel mogelijk op zoek naar een nieuwe.

 

 

Stop met een baan zoeken, begin met vinden van een baan

 

Zoeken is gedoe. Zoeken is over het algemeen niet leuk. Of je moet al houden van geocachen.  Dan wordt zoeken écht een sport.

Maar ook al wordt het zoeken van een baan weleens vergeleken met topsport, ik kan me voorstellen dat je liever met een andere sport bezig bent.

Durf het zoeken van een baan los te laten. Sta jezelf toe om open naar de wereld te kijken. Dan komt er gegarandeerd werkelijk van alles op je af.

 

Wat dat betreft kun je de vergelijking maken met wat men noemt de paradox van de liefde. De liefde vind je niet, als je ernaar op zoek bent. Je vindt de liefde zodra je stopt met zoeken; ‘then it hits you’.

Of de paradox van geluk.

Geluk is niets meer dan tevredenheid in of met het huidige moment – zonder verdriet en spijt over wat geweest is, zonder zorgen over de toekomst. Het is een hier en nu-ding. Mensen die gefocust zijn op wat ze op dat moment aan het doen zijn – of dat nou schilderen of afwassen is – zijn gelukkiger dan mensen die dagdromen, tobben en piekeren hoe ze gelukkiger kunnen worden’.

Het geluk zelf ontstaat dus pas als je er niet naar op zoek bent. Met het vinden van een mooie baan is het vaak niet anders.

 

 

Doen van je onderzoek en serendipiteit

 

Serendipiteit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders.

Serendipiteit heeft alles te maken met open staan voor het ongewone, het onverwachte.

In een eerder artikel beschreef ik hoe je serendipiteit voor je loopbaan kunt laten werken.

In dat artikel geef ik je daarvoor ook concrete tips.

 

 

Kortom

 

Stop met zoeken van een baan, begin met vinden van een baan.

Durf los te laten. Kijk verder dan het voor de hand liggende, stereotyperingen en functienamen. Borduur niet alleen voort op wat je tot nu toe hebt gedaan.

Doe je voordeel met je netwerk, wees niet te kieskeurig met de mensen die je spreekt. Stel je open voor het onverwachte.

Zie onderzoek doen naar werk als een alledaagse bezigheid, gun jezelf de ruimte en laat je inspireren door wat er toevallig op je pad komt.

 

 

 

Ik ben benieuwd naar jouw ervaringen met het vinden van een baan.
Wil je ze delen? Ik lees het graag.