Ook al lijkt een organisatiecultuur je nog zo mooi, hij moet wel bij je passen

Bij welke organisaties willen Nederlandse hogeropgeleiden het liefste werken?

Intermediair doet jaarlijks onderzoek naar het imago van bedrijven.

Ook in 2020.

In het Intermediair Imago-Onderzoek 2020 is aan 5000 hogeropgeleiden gevraagd naar het arbeidsmarktimago van organisaties en hun persoonlijke ambities, verwachtingen en wensen.

Het onderzoek vond plaats van 28 februari tot en met 5 april. Dus voordat de effecten van de Corona pandemie zichtbaar werden.

En de favoriete werkgever van 2020 is: Shell.

Tenminste voor de mannen.

Voor de vrouwen komt KLM op de eerste plaats.

Waarom dan toch Shell in de top 5 op 1 komt?

Wie het weet, mag het zeggen.

 

In de top vijf staat Google op de derde plaats.

Het lijkt een droom om bij een bedrijf als Google te werken.

In een artikel in Intermediair las ik daarover:

“Als buitenstaander hoor je veel wilde verhalen over Google en toen ik eenmaal binnen was, maakte het bedrijf een enorme indruk op me.

Ik had het idee dat ik omringd was met alleen maar hippe, jonge, fitte, slimme mensen.

Niemand loopt er in pak, iedereen is casual gekleed.

De feestjes, de cadeautjes, de borrels op vrijdag…

Het is bijna overweldigend.”

Ook al lijkt een organisatiecultuur je nog zo mooi, hij moet wel bij je passen

Maar of het echt een droombaan voor je is, zeker op termijn, dat is nog maar zeer de vraag.

Als je er eenmaal werkt, kan wat je droom was, verworden tot een nachtmerrie.

Ik was alleen maar met Google bezig, ik stond ermee op en ik ging ermee naar bed.”

Zijn privésituatie begon er echt onder te lijden.

Toen de klus bij Google erop zat, ging hij bij een ander, kleiner bedrijf aan de slag.

 

Hij zegt daarover:

“Wat een verschil! Het is alsof je drie jaar bij de Italiaanse serie A hebt gevoetbald en daarna ga je aan de slag bij RKC Waalwijk.

Ik hoef hier maar een ‘sprintje’ te trekken en ik loop iedereen eruit.

Maar het is goed zo.

Het is allemaal een stuk relaxter en ik hoor nooit meer gemopper van het thuisfront.”

 

Vraag je dus goed af welke organisatiecultuur bij jou past.

Voor de een is dat een innovatieve cultuur waar veel vrijheid is en je gestimuleerd wordt om creatief en flexibel te zijn.

En waar ook de organisatie zelf heel flexibel is.

Zoals bijvoorbeeld bij Google.

Iemand anders gedijt beter in een meer mensgerichte organisatie, zoals je vaak ziet bij familiebedrijven.

Weer iemand anders kickt op een heel resultaatgerichte cultuur waar je als werknemer te maken hebt met targets en bonussen.

En weer anderen voelen zich prettig bij een cultuur met duidelijke regels en heldere procedures.

Nogmaals, het is maar wat het beste past bij jou.

En wat je ervoor over hebt om bij ogenschijnlijk aantrekkelijke bedrijven als Google te werken.

 

Het is bovendien goed om je te realiseren dat werkgevers vaak geen realistisch beeld schetsen van de werksfeer.

En als werknemer ben je je vaak ook niet bewust van welke organisatiecultuur goed bij je past.

Laat staan, dat je weet welke vragen je moet stellen om boven water te krijgen hoe de cultuur is, in een organisatie die jou interesseert.

 

In mijn boek, dat volgens planning eind november verschijnt, lees je meer over de cultuur van een organisatie als belangrijk criterium voor arbeidstevredenheid.

En hoe je de vinger erachter krijgt in welke organisatiecultuur jij het beste gedijt.

Ik houd je op de hoogte.

Wees je bewust van wat je te bieden hebt

Aanvankelijk was ik totaal niet met mijn loopbaan bezig.

Toen ik trouwde heb ik zelfs mijn pensioen afgekocht.

Ik dacht “Voor die paar jaar dat ik heb gewerkt, levert de betaalde premie toch niets op.”

Ik kan me nu niet meer voorstellen dat ik toen zo heb kunnen denken. Maar tsja, vriendinnen deden het ook.

Erop terugkijkend had de tijdgeest er zeker mee te maken.

 

In eerste instantie was ik fulltime moeder van onze twee oudsten.

Dat beviel me best.

Maar er kwam vrij snel verandering in.

 

Op de lerarenopleiding waren ze op zoek naar mensen zoals ik.

Ze wisten van mijn studie orthopedagogiek en mijn specialisatie kinderpsychiatrie en leerstoornissen.

Aan mij de vraag of ik beschikbaar was voor vervanging van een collega die aan het promoveren was.

Daar had ik wel oren naar.

Voor onze kindjes heb ik opvang geregeld, een huishoudelijk hulp, die had ik al.

Zo heb ik een jaar lang vakken gegeven als onderwijs- en leerpsychologie en allerlei vakken met betrekking tot leerlingbegeleiding en mentoraat.

Heerlijk vond ik het.

 

Na dat jaar kwam de collega die ik verving weer terug en was ik dus overbodig.

Ik werd weer fulltime moeder. Ook dat vond ik best.

 

Maar op de lerarenopleiding waren ze me niet vergeten.

En zo werd ik nog een aantal keren als een soort ‘uitzendkracht’ ingehuurd.

Mijn oppas was heel flexibel, dus dat was niet het probleem.

Het punt was dat ik zelf aan het denken werd gezet.

 

Ik realiseerde me dat ik niet langer als flexibele kracht ingehuurd wilde worden.

Ik werd me bewust van wat ik te bieden heb. En de waarde die ik lever, in dit geval voor de lerarenopleiding.

Ik vond het werk erg leuk om te doen, maar voortaan wel onder mijn voorwaarden.

Er moest recht gedaan worden aan mijn kwaliteiten.

Flexibele contracten wilde ik niet langer.

Uiteindelijk heb ik er al met al zeven jaar met veel plezier gewerkt.

En door een inspirerende collega werd ik op het spoor gezet van keuze- en loopbaanbegeleiding.

 

Ook voor jou is het goed om je te realiseren wat je te bieden hebt op de arbeidsmarkt.

Je bewust te zijn van de waarde die je levert voor een opdrachtgever of werkgever.

Niet alleen jij mag blij zijn met een mooie nieuwe baan, ook een werk- of opdrachtgever mag blij zijn als jij voor zijn organisatie wilt werken.

 

Bewustzijn van de waarde die jij levert is het begin, maar alleen bewustzijn is niet genoeg om mooi werk te realiseren.

Zorg dat je helder kunt communiceren over jouw kwaliteiten en wat de inzet van jouw kwaliteiten een opdrachtgever of werkgever oplevert.

Voorkom dat je in gesprekken met werk- of opdrachtgevers met de mond vol tanden zit.

Wees je bewust van wat je te bieden hebt

Zorg dat je resultaten van jouw inzet concreet kunt benoemen. Niet alleen in je cv en in je profiel op LinkedIn, maar met name ook in gesprekken.

Zorg, dat je de verhalen paraat hebt, die kunnen dienen als bewijsmateriaal.

Het werken met succesverhalen helpt je daarbij.

Bovendien doet het schrijven van succesverhalen je niet alleen voelen en ervaren waar je goed in bent, maar ook wat je leuk vindt om te doen.

En de bijdrage die jij wilt leveren met jouw werk.

 

Laat je inspireren door een oud-coachklant van me:

“Ha Marlène, dat is een tijdje geleden. Ja, met mij gaat het goed en ik heb het nog steeds goed naar mijn zin in mijn werk. Ben er zelfs wel een beetje trots op, dat ik dat nog voor elkaar heb gekregen in slechte tijd (2013) op mijn 54e. Het coachtraject heeft me goed geholpen, vooral om zaken te verwoorden in gesprekken.”

Als het er steeds maar niet echt van komt

Al jaren wilde ik een boek schrijven over mijn aanpak als loopbaancoach.

Het echte schrijfwerk had een lange aanloop.

Al in 2015/2016 heb ik een drietal masterclasses gevolgd: Zo schrijf ik mijn boek, Wie geeft mijn boek uit en Zo promoot je je boek.

Ook had ik in 2016 al een gesprek met een uitgever. Ik zie het nog voor me: vol energie kwam ik er vandaan. Vol goede moed en met veel zin om het schrijven op te pakken.

Maar daar bleef het bij.

In 2018 kreeg ik weer een nieuwe impuls: de online training BusinessBookBestseller volgen, dat leek me wel wat.

 

Inmiddels had ik heel wat geleerd over het schrijven van een boek, maar het boek zelf, dat kwam maar niet.

Het bleef knagen.

Daarom heb ik eind 2018 nog een sessie gedaan met een schrijfcoach om de structuur van mijn boek te bepalen.

De structuur leek me helder. In elk geval helder genoeg om tijdens mijn verblijf van een maand in Portugal, het schrijfwerk op te pakken.

Maar eenmaal weer terug op mijn thuisbasis, ging ik weer lekker aan het werk met mijn coachklanten.

En het schrijven van mijn boek raakte op de achtergrond.

 

Maar vergeten was ik het niet.

Het was voor mij duidelijk: ‘Ik krijg er spijt van, als ik het niet doe’; daar was ik zeker van.

De maand Portugal in 2019 werden er twee in 2020 en in die twee maanden heb ik lekker gefocust gewerkt aan mijn boek.

Als het er steeds maar niet van komt. Een boek schrijven of vinden ander werk.

Ik zat er goed in en raakte helemaal in de flow.

Ik kwam ook tot een inzicht: ik heb een schrijfcoach nodig.

Ik wil dat iemand met mij meeloopt in mijn schrijfproces.

Iemand die mij structuur biedt, mij feedback geeft en mij helpt om de vaart erin te houden.

Nog in Portugal heb ik Suzanna, mijn schrijfcoach gebeld. En haar gevraagd of zij mij wilde coachen.

Dat wilde ze graag.

 

Weer terug in Nederland had ik elke drie weken een afspraak met Suzanna. En elke drie weken had ik een of twee hoofdstukken klaar.

Ik heb het schrijfproces ervaren als een soort marathon.

Het gaf me een kick en de feedback en de tips die ik kreeg gaven me steeds weer de energie om door te gaan.

Het was genieten voor mij.

Inmiddels is de overeenkomst met uitgeverij Haystack getekend en is mijn manuscript in concept klaar.

Als alles volgens planning verloopt, dan is mijn boek half november verkrijgbaar.

In mijn eentje had ik dat in die relatief korte tijd niet klaargespeeld.

 

Zoals ik al jaren mijn boek wilde schrijven, zo hoor ik van sommige mensen al jaren dat ze niet gelukkig zijn met hun werk en dat ze ander werk willen.

Maar zoals mijn boek er niet vanzelf komt, zo komt een mooie nieuwe baan meestal ook niet vanzelf.

Wil je écht je doel bereiken? Laat het niet bij ‘willen’, maar kom in actie.

En wil je echt vaart maken en doelgericht koersen naar wat je voor ogen hebt, laat je coachen.

Als loopbaancoach ben ik voor jou een stok achter de deur om aan de slag te gaan met jouw loopbaanswitch. En daarmee bezig te blijven tot je jouw doel hebt gerealiseerd.

Net als mijn schrijfcoach dat voor mij was in mijn schrijfproces.

Als coach bied ik je structuur en bewaak ik het proces. Ik ben voor jou een baken en stap voor stap werken we samen naar jouw doel.

Ook al weet je nu nog niet hoe jouw doel eruit moet gaan zien.

En laat je niet weerhouden door angst, want angst vervormt je beeld van de werkelijkheid op de arbeidsmarkt en beïnvloedt je denkproces en gedrag.

In mijn e-zine van afgelopen maandag heb je dat kunnen lezen.

 

Dus: vat de koe bij de horens. Kom in actie.

Neem gerust contact met me op (0575-544588/ 06-54762865 of e-mail marlene@lifeworkdesign.nl). Graag help ik je op weg.

Een oriënterend gesprek verplicht je tot niets en er zijn voor jou geen kosten aan verbonden. Ik zie uit naar jouw bericht.

Beweeg nu! Niet morgen, maar nu!

No Recruiters, please!

Ik las het in de kopregel van het profiel van een van mijn LinkedIn connecties.

Kennelijk wordt hij zo vaak door recruiters benaderd dat hij dat niet meer wil. En voelt hij zich geroepen om het expliciet kenbaar te maken op zijn profiel.

Volgens Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group werd in het tweede kwartaal van 2020, 32,1% van de werkenden minimaal één keer per kwartaal benaderd door een recruiter.

Ook al geef je niet aan dat je beschikbaar bent.

 

Geert-Jan Waasdorp is als onderzoeker een man van de cijfers.

En met betrekking tot de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt vind ik die zelf ook interessant.

Met dank aan Geert-Jan Waasdorp, een uitspraak van W. Edwards Deming:

In God we trust, all others must bring data.”

 

De cijfers verzameld door Intelligence Group schetsen een ander beeld van de arbeidsmarkt dan je op basis van al het slechte nieuws zou verwachten.

Het slechte nieuws wordt uitvergroot.

Het is tijd om dat met het goede nieuws eens te doen en dat in de schijnwerpers te zetten.

Want goed nieuws is er.

 

Geïnspireerd door Geert-Jan Waasdorp geef ik je een paar feiten:

Aan het begin van het jaar, al voor de lock down, was het aantal nieuwe vacatures aan het afnemen, na een enorme piek in januari.

Na de lock down klapte de markt zo’n 28% naar beneden.

 

Maar het goede nieuws is: vanaf mei zie je dat de arbeidsmarkt stabiliseert en dat er licht herstel plaatsvindt.

In juli waren er bijna 250.000 unieke vacatures. Dat is 7% minder dan in 2019, maar gelijk aan 2018.

In het tweede kwartaal van 2020 waren minder mensen actief op zoek naar ander werk: 11,5 % was werkzoekend. Dat zijn er altijd nog 949.000.

In datzelfde kwartaal vonden 1,6 miljoen mensen (ander) werk. Dat is 15.000 meer dan dezelfde periode vorig jaar. Hoewel 16 duizend minder in vergelijking met het eerste kwartaal van 2020. Maar in januari hadden we nog even een enorme piek met betrekking tot het aantal vacatures.

De zoekduur is gemiddeld 3,8 maanden en het uitzicht op een vast contract blijft nagenoeg gelijk; een kleine 40%.

De daling van het arbeidsaanbod was net iets groter dan de daling van de vraag, waardoor de krapte op de arbeidsmarkt blijft en dus de sourcing druk hoog is.

Het is dan ook geen wonder dat recruiters fanatiek potentiële kandidaten gaan werven. En benaderen bijvoorbeeld via LinkedIn.

 

Al met al hebben we dus afgaande op de cijfers, een gezonde arbeidsmarkt. Ook al is er iets minder dynamiek.

De markt is aan het stabiliseren en licht aan het verbeteren.

De werkeloosheid is nog steeds laag.

In absolute termen is de arbeidsmarkt goed.

Beweeg nu! Niet morgen, maar nu!

“Beweeg nu! Niet morgen, maar nu!”

Dat zegt Geert-Jan Waasdorp van Intelligence Group.

Nu (komende 2-3 maanden) heb je een goede arbeidsmarkt, waar je ‘kunt shoppen’.

Op dit moment zijn er voldoende baanopeningen, al dan niet in de vorm van vacatures.

Er is zelfs krapte en schaarste op de arbeidsmarkt.

 

Hoe het er over drie maanden uitziet, dat weten we nog niet.

Veel onzekerheid hangt er boven de markt.

Als er echt een tweede golf komt, dan wordt mogelijk alles anders.

 

Dus:

“Beweeg nu! Niet morgen, maar nu!”

Mijn coachklanten laten zien dat je ook nu prima kunt netwerken, ook al is het online.

En dat werving van nieuwe medewerkers gewoon doorgaat.

De krapte op de arbeidsmarkt en het feit dat iets minder mensen actief op zoek zijn naar ander werk, vergroot jouw kansen om je ideale werk te realiseren.

Beweeg nu en laat het me horen (06-54762865/ 0575-544588) als je daarbij hulp kunt gebruiken.

 

Kinderlijke nieuwsgierigheid is waardevol

“Waarom moet ik een dutje doen?”

Waarom mag ik geen ijsje?”

Waarom mag ik niet bij jou blijven?”

Waarom mag ik niet met papa mee?”

In eerste instantie zul je de vragen van je peuter nog heel geduldig beantwoorden, maar als het waarom maar door blijft gaan…….

Als ouder kun je er helemaal suf van worden.

Zeker als je merkt dat je peuter nauwelijks meer luistert naar jouw antwoorden en het volgende waarom alweer in de mond heeft.

 

Toch zijn waaromvragen zo gek nog niet. Ook niet in sollicitatiegesprekken.

Als recruiter kun je beter niet vragen ‘Vertel eens iets over jezelf’.

Ook geen ‘Wie, wat, waar, wanneer?

Vraag in plaats daarvan 5 keer achter elkaar: Waarom?

 

Dat levert de beste sollicitatiegesprekken op volgens Charlotte Mutsaerts, gedragswetenschapper en actief in de recruitmentwereld.

Als je 5 keer achter elkaar ‘Waarom?’ vraagt, dan eindig je volgens haar altijd met de waarheid.

Kinderlijke nieuwsgierigheid is waardevol bij baanverwerving

Het is bijna kinderlijke nieuwsgierigheid, maar het is wel een beproefde techniek die je meer leert over wat een kandidaat echt beweegt”, zegt ze.

 

Kinderlijke nieuwsgierigheid komt je ook goed van pas bij het onderzoeken van de mogelijkheden op de arbeidsmarkt, die passen bij wat jij te bieden hebt en het werk dat jij wilt doen.

En als kinderlijke nieuwsgierigheid je niet zo aanspreekt, noem het dan de attitude van de nieuwsgierige onderzoeker.

Wil je succesvol je onderzoek doen naar behoeften op de arbeidsmarkt, dan is die attitude cruciaal.

Als nieuwsgierige onderzoeker betreed je belangstellend en gedreven het onderzoeksveld waar jouw passie ligt. Vanuit een onderzoekende houding en op basis van jouw expertise bedenk je jouw vragen voor het gesprek.

 

Daarbij kan het heel goed zijn dat je op basis van je achtergrondonderzoek op internet of op basis van eerdere gesprekken, gekomen bent tot bepaalde hypotheses. Door jouw interviewtechniek kun je toetsen of jouw hypotheses juist zijn en zo ja, in hoeverre dat zo is.

Concreet denk ik daarbij aan het stellen van jouw vragen, aandachtig luisteren, samenvatten en doorvragen op de informatie die op tafel komt.

 

Waarschijnlijk wordt het dan niet vijf keer achter elkaar ‘Waarom?’, maar spelen met varianten daarop.

Bijvoorbeeld: ‘Welk aspect daarbinnen speelt met name een rol?’, of ‘Welk facet?’, ‘Wat is daarbij een cruciale factor?

Ik noem dat pinpointen. Steeds weer doorvragen tot je de kern te pakken hebt.

Belangrijk is dat je een helder beeld krijgt van wat er speelt, zodat je in kaart krijgt waar jij een bijdrage aan kunt leveren.

 

 

Ben je op zoek naar ander werk?

Heb je een goed beeld van wat je te bieden hebt en van het werk dat je wilt doen, maar lukt het je nog niet om dat te realiseren?

Neem contact me op. In een oriënterend gesprek bepalen we dan in onderling overleg wat jij nodig hebt om jouw ideale baan te realiseren.

Wees niet te happig, doe het even rustig aan

Spring niet te snel naar het huwelijksaanzoek; lees ik op de site van Werf&.

Dat is een site over recruitment en arbeidsmarktcommunicatie.

En ook al ben ik geen recruiter, de informatie is interessant voor mij om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

En de handreikingen voor recruiters.

 

Veel recruiters zijn volgens het artikel erg gericht op conversie, het binnenhalen van kandidaten.

Terwijl het beter werkt, als recruiter en kandidaat elkaar eerst wat leren kennen.

Wees niet te happig, doe het even rustig aan, is dan ook het advies.

Zorg ervoor dat kandidaten jou als recruiter leren kennen, voordat je een aanzoek doet.

En anderzijds dat je als recruiter de kandidaat leert kennen.

Wees niet te happig, doe het even rustig aan

Want, zeg nou zelf.

Het is toch een beetje raar, als een recruiter eerst verleidelijk toenadering tot je zoekt.

Vervolgens jou als kandidaat doorlicht in een selectieprocedure.

Om in tweede instantie te zien wat voor vlees hij in de kuip heeft.

 

Als kandidaat wil je dat toch niet? Of je moet al de wanhoop nabij zijn, denk ik dan.

Je wilt eerst wel eens zien wie je voor je hebt en in een gesprek aftasten of er sprake is van een match met betreffende recruiter.

Voordat je überhaupt verder wilt praten.

 

Het is goed om je dat realiseren als je zelf contacten legt in het kader van netwerken.

“Misschien kan ik eens een dagje meelopen”, denk je dan in je enthousiasme.

Ik hoor mijn coachklanten dat ook wel eens zeggen.

 

Maar pas op, dan ga je veel te snel.

Je moet eerst in een gesprek elkaar een beetje leren kennen.

Als er een klik is, dan komt de volgende stap mogelijk vanzelf.

En als die niet vanzelf komt, dan kun je er altijd nog om vragen.

Als er eenmaal een goede basis is gelegd.

 

Eigenlijk is het net als bij marketing. Je moet elkaar eerst leren kennen, dan een beetje leuk vinden en dan vertrouwen.

Dat is een proces dat tijd nodig heeft.

Dat je niet moet willen versnellen, ook al wil je het nog zo graag.

Sla je stappen over, dan heb je alle kans dat deuren voor je gesloten blijven.

En dat je het tegenovergestelde bereikt van wat je eigenlijk wilt.

 

Dus, wees niet te happig met netwerken, doe het even rustig aan.

 

 

Vind je het überhaupt lastig om de stap naar buiten te zetten?

Weet je niet waar te beginnen en hoe je het aan moet pakken?

Klik op deze link en plan een afspraak in voor een oriënterend gesprek.

Als de hoop verdampt

Al heel mijn werkzame leven investeer ik flink in mijn persoonlijke en professionele ontwikkeling.

Het levert me niet alleen veel op, ik geniet er ook van.

Zo heb ik bijvoorbeeld bij het schrijven van mijn boek een schrijfcoach. Ook al heb ik op het gebied van schrijven al eerder trainingen en masterclasses gevolgd.

Toen ik begin van het jaar écht startte met het schrijven van mijn boek, voelde ik heel duidelijk dat ik dat niet alleen wilde doen.

Ik had behoefte aan een sparringpartner, een coach. Iemand die mij feedback geeft, mij op het goede pad houdt en indien nodig een steuntje is in mijn rug.

Inmiddels heb ik daar al heel wat vruchten van geplukt.

Onze driewekelijkse afspraken werken voor mij als stok achter de deur om de afgesproken hoofdstukken te schrijven. En de feedback geeft me iedere keer weer energie om door te gaan.

Inmiddels heb ik de eerste negen hoofdstukken afgerond. Dat is 2/3 van mijn boek.

Voor volgende week heb ik een afspraak staan met een uitgever, die mijn boek ziet als een mooi project om aan mee te werken.

 

Ook met betrekking tot mijn ondernemerschap leer ik voortdurend bij door het volgen van masterclasses en trainingen, al dan niet online.

Bijvoorbeeld over marketing.

Zo leerde ik ook het gedachtegoed van Jeff Walker kennen, met name hope marketing.

Hope marketing is een vorm van marketing waarbij je een product of dienst ontwikkelt, in de markt zet en dan maar hoopt dat daar klandizie voor is.

En dat is dus niet dé manier.

 

Ook als je jezelf als product of dienst in de markt wilt zetten gaat hope marketing niet werken.

Misschien heb je mazzel en heb je bij traditioneel solliciteren een winnend lot getrokken uit de loterij.

Maar met alleen een goed cv en een mooie sollicitatiebrief moet je maar hopen dat je uitgenodigd wordt voor een gesprek.

Hoe je voorkomt dat succes bij je sollicitatie een kwestie van hopen is

En na dat gesprek met crossed fingers maar hopen dat je een van de kandidaten bent, die door mag naar de volgende ronde.

En zo ja, dat je uiteindelijk geselecteerd wordt voor de vacante functie.

En dan nog, is het hopen dat de functie is, zoals je had gedacht.

 

Maar voordat je al die hordes hebt genomen …….

Vaak stagneert het al bij de eerste horde.

Iemand mailde mij:

Ik dacht redelijk positief over mijn kansen op de arbeidsmarkt: de economie is goed, ik kan van alles en word van veel dingen enthousiast. Wanneer ik vacatures ga lezen, kom ik snel genoeg een leuke baan tegen.”

Ja, ik kan me voorstellen dat je dat denkt, maar niet zelden pakt het toch anders uit.

Zeker afgelopen maanden.

“Binnen drie weken brak de ‘corona-crisis’ uit: weinig vacatures (in mijn regio) en heel veel sollicitanten. Veel afwijzingen ontvangen, wat me onzeker maakt. Wat kan ik nu eigenlijk? Hoe maak ik dat concreet? En wat wil ik nu?”

 

Het is de kunst en de kunde om je afhankelijkheid te minimaliseren en je kansen op succes te maximaliseren. Als je jezelf succesvol in de markt wilt zetten.

Dat kan door je hoop niet te vestigen op traditioneel solliciteren. Maar te denken en te handelen als een succesvolle ondernemer.

Zorg dat je heel helder hebt wat jij te bieden hebt op de arbeidsmarkt en de waarde die je levert met jouw kwaliteiten, voor een werkgever of opdrachtgever.

En zorg dat je goed zicht hebt op waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt.

Zodat jij een koppeling kunt maken tussen enerzijds wat jij te bieden hebt en wat jij in de markt wilt zetten en anderzijds wat de arbeidsmarkt nodig heeft.

 

Dan is het geen kwestie van hopen dat je sollicitatie succes heeft.

Dan ben je zelf aan zet. Je neemt zelf de regie.

En zeker met een beproefde strategie en volgens een goed doordacht plan, realiseer je wat jij voor ogen hebt.

De afgelopen twintig jaar zijn honderden van mijn coachklanten je daarin voorgegaan.

 

Ben je nieuwsgierig naar wat ik daarbij voor jou kan betekenen?

Maak gerust een afspraak voor een oriënterend gesprek. Dat kan eenvoudig door een klik op deze link.

Skills wegen zwaarder dan diploma’s

Afgelopen vrijdag ondertekende de president van de Verenigde Staten weer eens een executive order.

Een executive order waarin is vastgelegd dat de skills van een sollicitant zwaarder wegen dan diens diploma’s. Tenminste bij sollicitaties voor functies bij de Federal Government.

De Federal Government; dan heb je het over een bedrijf met 2,1 miljoen werknemers. De medewerkers van de post en de militairen nog niet eens meegerekend.

Mogelijk heeft de president zich tot de executive order laten inspireren en overhalen door zijn dochter. Zij is een van zijn adviseurs en covoorzitter van de American Workforce Policy Advisory Board.

De executive order is bedoeld om een verandering in het recruitmentproces van de federale overheid te bewerkstelligen. Resulterend in een meer inclusief en getalenteerder personeelsbestand.

 

Kennelijk is die verandering al in gang gezet en is men bezig het recruitmentproces steeds meer te ‘moderniseren’.

Dat betekent dat men meer oog heeft voor relevante competenties en kennis van kandidaten. En minder geneigd is om te werven louter op basis van diploma’s.

De federale overheid wil daarin een voorbeeld zijn voor de private sector.

En moedigt werkgevers in die sector aan, om eens kritisch te kijken naar hun recruitmentproces. En na te denken over hoe initiatieven zoals bij de overheid, diversiteit kunnen bevorderen en hun personeelsbestand kunnen versterken.

Overigens is het niet zo dat het Witte Huis helemaal niet meer zal vragen om diploma’s. Maar skills zullen benadrukt worden voor banen waarin diploma’s minder belangrijk zijn.

Skills wegen zwaarder dan diploma's

In ons eigen landje zijn we er allang achter dat een afgeronde opleiding maar ten dele iets zegt over wat iemand te bieden heeft.

Dat betekent ook dat er op de arbeidsmarkt gaandeweg minder nadruk wordt gelegd op diploma’s.

 

Zoals diploma’s geen garantie bieden voor kwaliteit, zo zijn we er ook allang achter dat langdurige specifieke werkervaring daarvoor ook geen garantie biedt.

Integendeel, het kan zelfs zo zijn dat veel ervaring in een bepaalde richting tegen je kan werken.

En dat bijvoorbeeld innovatieve bedrijven liever slimme en nieuwsgierige mensen aannemen, dan mensen die door jarenlange ervaring expertise hebben opgebouwd op een specifiek vakgebied.

Men denkt dan dat experts eerder geneigd zijn om te komen met oplossingen en antwoorden waarmee ze vertrouwd zijn, dan dat ze nieuwe en mogelijk betere richtingen onderzoeken.

 

Zorg dus dat je een goed beeld hebt van wat je te bieden hebt, jouw kwaliteiten.

En de waarde die jij met jouw kwaliteiten levert voor potentiële werk- en opdrachtgevers.

Heb je dat nog niet zo goed in kaart? In elk geval nog niet zo goed dat je kwaliteiten specifiek kunt benoemen en aan de hand van concrete resultaten kunt aantonen welke waarde jij levert?

Laat het me horen. Met alle plezier help ik je op weg en gids ik je naar jouw doel.

Klik hier en plan een afspraak in voor een oriënterend gesprek.

Hoe een pamperende werkgever tegen je kan werken

Wat zijn er veel parallellen te trekken tussen de dieren- en de mensenwereld!

In mijn vorige berichtje schreef ik over de bruine beer die zich liet intimideren door de wolven in het berenbos in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen.

Ook van de zeehonden kunnen we leren.

 

In de uitzending Het echte leven in de dierentuin van zaterdag de 13e juni zagen we de zeehondenpups Fien en Joep.

Pups blijven na hun geboorte een week of drie/vier bij hun moeder en van hun moeder krijgen ze heel vette melk. Stel je voor, met een vetgehalte van 45%. Dat is nog meer dan bij slagroom!

Het is geen wonder dat zeehondenpups daar snel van groeien.

Na vier weken wegen ze al zo’n 20 tot 25 kilo, terwijl dat bij de geboorte rond de 10 kilo is.

 

Maar lang houdt de moeder haar jong niet aan de borst. Na een paar weken moeten de pups zichzelf zien te redden.

En dat is aardig rigoureus. Niet rustig afbouwen; als het klaar is dan is het klaar.

De moederdieren maken zich weer op voor de volgende cyclus, paren met de mannetjes en dan begint het hele proces opnieuw.

Hoe een pamperende werkgever tegen je kan werken

Zichzelf zien te redden; dat betekent voor de zeehondenpups vis leren eten.

Kennelijk moeten ze dat echt leren en dat gaat, afgaand op de beelden van het voederen in Ouwehands, niet altijd even makkelijk.

Ook al zien de pups hun maatjes gretig happen naar de vis.

Met een engelengeduld proberen de verzorgers de zeehondenpups te verleiden. Steeds weer een visje aanbieden en hopen dat de zeehond de vis een keer gaat pakken en opeten.

Tenminste, de vis naar binnen laat glijden.

Als ik het allemaal moet geloven, dan kan het soms een paar maanden duren voordat dat echt gaat lukken.

Tot die tijd teert de zeehond op zijn eigen lichaamsvet.

 

In de mensenwereld gebeurt er iets vergelijkbaars. Niet met mensenbaby’s, maar met volwassen werknemers.

En niet voor een paar weken, maar voor de lange duur.

Wist je dat er werkgevers zijn, die hun werknemers stevig pamperen?

Goed voor hen zorgen, zodat je als werknemer in een gespreid bedje komt. Niet alleen in de inwerkperiode, maar ook nadien.

Dat lijkt misschien aantrekkelijk, maar er zit ook een groot risico aan.

 

Jaren aan de borst van je werkgever eist zijn tol. Ook al merk je dat pas als je op jezelf teruggeworpen wordt.

Met name bij beëindiging van je dienstverband.

Ik zie dat bij coachklanten, die jarenlang gewerkt hebben in een ‘beschermde’ werkomgeving waar nagenoeg alles met betrekking tot werk en loopbaan voor hen geregeld werd.

Komt dat werk te vervallen, dan moeten ze opeens op eigen benen staan. Niet wetend hoe ze hun vis moeten vangen.

Ze hebben het immers nooit hoeven leren, want zelf sturen in hun loopbaan en zelf de regie pakken hebben ze nooit hoeven doen.

Loopbaanpaden waren uitgestippeld, evenals de opleidingen als weg om hogerop te komen.

 

Gelukkig komt er steeds meer besef dat de tijd van pamperen en verzorgen achter ons ligt.

Met de komst van de vijfde generatie werkenden op de arbeidsmarkt, na babyboomers, generatie x, millennials en generatie Z.

Als het gaat om inzetbaarheid en vitaliteit komt er steeds meer evenwicht tussen medewerker en organisatie.

Medewerkers willen steeds meer verantwoordelijkheid en eigenaarschap pakken ten aanzien van hun eigen inzetbaarheid.

De organisatie moet hierbij vooral faciliterend zijn en het goede gesprek willen voeren.

En dat is maar goed ook.

Want je kunt beter al vroeg leren hoe je je vis moet vangen, in plaats van dat je als volwassene ontheemd en onthand aan de kant komt te staan.

En moet teren op het vet op je botten.

 

 

Wat zijn jouw ambities naar de toekomst?

In welke richting wil jij je verder ontwikkelen?

Neem zelf de verantwoordelijkheid voor je eigen loopbaan. Pak zelf de regie en leer hoe je jouw voorstel kunt doen, hoe je voor een specifieke werkgever van betekenis kunt zijn.

 

Ik help je graag jouw ideale werk realiseren, zodat je ‘s morgens energiek je bed uit komt, vol zin om een nieuwe dag te beginnen en aan het werk te gaan.

Klik hier en boek een afspraak in voor een oriënterend gesprek.

Dieren zijn net mensen

Afgelopen zaterdag keek ik voor het eerst naar Het echte leven in de dierentuin.

Kennelijk was ik niet de enige, want het was met 1.046.000 kijkers bijna het best bekeken programma van de dag.

Alleen het NOS-journaal van 20.00 uur deed het beter.

Het dierenleven fascineert me. Niet alleen omdat ik in een echt biologennest geboren ben. Van mijn vijf broers hebben er vier biologie gestudeerd en ook mijn vader was bioloog.

Het programma gaf een mooi inkijkje in het leven in de dierentuin.

Het echte leven in de dierentuin doet zijn naam eer aan.

Ik vond het mooi om te zien en vooral ook te horen hoe het leven in de dierentuin er achter de schermen aan toe gaat.

Met name hoe er gedragspsychologisch met de dieren wordt gewerkt.

 

Interessant vond ik het inkijkje in het leven van Mincho, een grote kennelijk getraumatiseerde bruine beer.

In Ouwehands Dierenpark in Rhenen, tevens opvangplek voor getraumatiseerde beren, moet Mincho langzaamaan weer écht beer worden.

De beren worden opgevangen in het berenbos, waar naast beren ook andere dieren, bijvoorbeeld wolven, lopen.

Bang als Mincho is, laat hij zich zijn vlees afpakken door de wolven. En als de wolven op hem af komen, dan is hij geneigd om zich veilig terug te trekken in zijn binnen verblijf.

Hij boft dat wolven geen walnoten en appels lusten, want anders zag het er beroerd uit voor Mincho.

dieren zij net mensen

© foto Michiel Langbroek

Volgens bioloog José Kok, verantwoordelijk voor de verzorging van de dieren heeft Mincho een klein hartje, een mentaal probleem.

Als bruine beer is hij veel krachtiger dan de wolven, maar zo voelt hij dat zelf niet. Hij is niet overtuigd van hoe sterk hij zelf kan zijn.

Het zou hem enorm helpen als hij wel dat zelfvertrouwen zou hebben.

Heeft hij dat zelfvertrouwen wel, dan zou hij ook een veel groter deel van het berenbos gebruiken. Nu houdt hij zich klein en gebruikt misschien maar 50 m2, terwijl het hele berenbos 12 ha groot is.

De verzorgers zagen zich geroepen om Mincho een handje te helpen door hem een duwtje in de rug te geven. Ook al was het voor hen niet leuk om te doen en spannend hoe het uit zou pakken.

 

Waar Mincho tot dan toe steeds kon vluchten voor de wolven door weg te kruipen in zijn verblijf binnen, werd dat voor hem afgesloten.

Daar kon hij niet meer terecht en was dus buitengesloten.

Maar het bleek wel effectief.

Het heeft hem geholpen om zijn zelfvertrouwen terug te winnen en zijn plaats in te nemen in het berenbos.

 

Op de arbeidsmarkt zie ik vergelijkbare taferelen.

Ik zie menigeen gedrag vertonen zoals Mincho.

Het is wat sterk uitgedrukt om te zeggen dat ze net als Mincho een ‘mentaal probleem’ hebben, maar er zijn wel parallellen te trekken.

Ze zijn als professional groot en sterk, hebben veel te bieden op de arbeidsmarkt, maar laten zich de kaas van het brood eten door mensen die minder te bieden hebben dan zij.

Door gebrek aan zelfvertrouwen hebben ze de neiging om zich terug te trekken in een voor hen veilige omgeving en uitdagingen uit de weg te gaan.

En onzeker als ze zijn, durven ze nauwelijks ruimte in te nemen. In elk geval zich niet vrijelijk te bewegen op de arbeidsmarkt.

 

Laat je niet wegjagen op de arbeidsmarkt en wegsturen in je ‘hok’.

Laat mooi werk niet wegkapen door anderen, met vaak minder kwaliteiten dan jij.

Ben je bewust van wat je te bieden hebt en de waarde die jij met jouw kwaliteiten levert.

Zodat je je vol zelfvertrouwen en overtuigend kunt presenteren voor het werk dat jij het allerliefste doet.

 

Kun je daarbij een steuntje in de rug wel gebruiken?

Klik hier en plan een afspraak in, voor een oriënterend gesprek.