Neem jij ook weleens stiekem vrij om je werk af te krijgen?

Tegen je baas zeggen dat je een paar dagen vrij neemt om te chillen en leuke dingen te doen.

Bijvoorbeeld met je vriend of vriendin.

Of met je kinderen.

Terwijl je in werkelijkheid vrij neemt omdat het je niet lukt om in de baas zijn tijd jouw werk af te krijgen.

Leaveism noemen ze dat.

 

Het is iets anders dan absenteïsme.

Of noem het gewoon verzuim.

Bij absenteïsme meld je je als werknemer ziek.

Of je dan écht ziek bent, dat is niet altijd duidelijk.

 

Ben je écht ziek, dan is het wit verzuim.

Maar je kunt je ook ziekmelden, zonder dat je écht ziek bent.

Dat is het zwarte verzuim.

Dan heb je ook nog grijs verzuim.

En zoals zo vaak bij grijze gebieden, gaat het dan om een ziekmelding op grond van reële klachten, maar waarbij het twijfelachtig is of je écht niet tot werken in staat bent.

 

Maar bij leaveism ben je dus niet ziek.

Maar lekker in je vel zit je ook niet.

Helemaal niet zelfs.

Want het lukt je niet om je werk af te krijgen in werktijd.

Ook niet met een beetje overwerken.

Of met je werk mee naar huis nemen en het dan ’s avonds thuis afmaken.

 

Je zit zodanig met je werklast in je maag, dat je vrij neemt om in eigen tijd je werk af te maken.

Leaveism; stiekem vrij nemen omdat je in werktijd je werk niet afkrijgt.

Want het is niet makkelijk om te onderkennen en voor de buitenwacht toe te geven dat je de werklast als te zwaar ervaart.

Je zelfbeeld gaat aan diggelen.

En het ondermijnt je status.

 

Leaveism kun je dan ook zien als een vorm van werkschaamte.

Je schaamt je ervoor dat het je niet lukt om binnen jouw werkuren de aan jou opgedragen taken uit te voeren en af te ronden.

Je ziekmelden wil je niet, want ziek ben je niet.

Toch heb je even ademruimte nodig om jouw werk af te kunnen maken.

En wat doe je dan?

Je kiest eieren voor je geld en neemt een paar vrije dagen op.

Maar wat je met die dagen daadwerkelijk gaat doen?

Dat hou je voor jezelf.

Want je wilt het koste wat het kost voorkomen dat men daarachter komt.

 

In het rapport van WOinactie staan de nodige staaltjes van leaveism.

Het ergst daarvan is volgens Aukje Nauta, Bijzonder Hoogleraar aan de Universiteit Leiden, misschien nog wel ouderschapsverlof-isme.

Een werknemer schrijft: “De enige uitweg die ik zie om mijn werkdruk te verlichten, is om ouderschapsverlof aan te vragen.”

Een ander heeft dat al gedaan.

Hij schrijft dat hij ouderschapsverlof heeft opgenomen om zijn taken te kunnen vervullen.

Dus niet om die 8 uur per week met zijn kinderen door te brengen.

 

Overigens blijkt uit het rapport van WOinactie dat werkenden in het Wetenschappelijk Onderwijs gemiddeld 36% van hun reguliere contractomvang extra werken.

Dat is zo’n 12 tot 15 uur per week.

Zie die maar eens bij elkaar te sprokkelen als je al fulltime werkt.

 

Kenbaar maken dat je je werk niet afkrijgt in werktijd vraagt lef.

Zeker als je niet sterk in je schoenen staat en je ervoor schaamt dat je jouw werk niet afkrijgt.

Of bang bent om je positie en status te verliezen.

Dan houd je een te grote werklast algauw liever voor jezelf.

Neem je jouw werk mee naar huis om het daar af te maken.

En lukt dat je niet?

Dan neem je maar een paar dagen vrij.

Liever dat, dan je onvermogen kenbaar maken in een gesprek met je baas.

 

En werk je niet fulltime, maar parttime?

Het is een valkuil om je werk uit te laten dijen in jouw vrije tijd.

Zeker als je makkelijk kunt uitwijken naar privé tijd.

Met als gevolg dat je fulltime met je werk bezig bent, maar zonder dat je als fulltime kracht beloond wordt.

 

 

 

Zou je wel ander werk willen?

Vooral ook omwille van de overwerkcultuur in jouw organisatie? 

Maar weet je niet wat je op de arbeidsmarkt te bieden hebt?

Wat voor werk je zou willen doen en wat voor organisatie wél bij jou past?

Neem gerust contact met me op.

Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden.

 

 

Het betere is de vijand van het goede

Het betere is de vijand van het goede’; in feite is het een waarschuwing tegen perfectionisme.

Met grote regelmaat hoor ik perfectionisme noemen door potentiële klanten, als een van hun kwaliteiten.

Gisteren weer tijdens een oriënterend gesprek.

 

Als loopbaancoach zie ik perfectionisme niet zozeer als een kwaliteit, maar eerder als een valkuil.

Als een teveel van gaan voor kwaliteit.

Dus te veel van het goede.

 

Iets wat goed is, kun je het beste zo laten.

Als je probeert het te verbeteren heeft dat over het algemeen niet zoveel nut; goed is goed.

Bovendien bestaat het gevaar dat je het juist slechter maakt door je verbeterpoging.

Het betere is de vijand van het goede; perfectionisme als valkuil.

Ik herken dat in mijn bezig zijn met het maken van keramiek.

Het kan dan gebeuren dat ik bij de afwerking iets zie, dat me nog niet helemaal zint.

Dat ik me niet kan bedwingen er met mijn vingers af te blijven, maar er nog even aan wil zitten.

Om het beter te maken.

Met als resultaat, dat ik het dan helemaal verpruts.

 

De uitdrukking ‘Het betere is de vijand van het goede’ is een afgeleide van het Franse ‘Le mieux est le mortel ennemi du bien’.

Het is een uitspraak, die wordt toegeschreven aan de Franse filosoof Montesquieu (1698-1755).

Volgens Montesquieu is het verkeerd om verbeten op zoek te gaan naar het beste.

 

En mogelijk presteer je door je vruchteloze zoektocht naar perfectie helemaal niets.

Of begin je er zelfs niet aan.

 

De Japanse monnik Matsumoto leert mensen de imperfectie te omarmen.

Tweewekelijks houdt hij in de boeddhistische tempel Komyoji, in het centrum van Tokio, zogenaamde temple mornings.

Zo’n temple morning bestaat onder andere uit een religieus deel, waarbij door de monnik luidkeels oude Japanse gedichten worden voorgelezen.

Dat is een ritueel dat binnen het Japanse boeddhisme shigin wordt genoemd.

Na het religieuze deel wordt er gezamenlijk schoongemaakt, in de tempel en de ruimte eromheen.

Door de gasten worden de temple mornings aangegrepen om een pauze in te lassen en even afstand te nemen van het stressvolle leven buiten de tempelmuren.

 

Volgens Matsumoto helpt schoonmaken ont-stressen.

Van schoonmaken leer je volgens hem perfectionisme overwinnen.

Als voorbeeld geeft hij het schoonmaken met een bezem.

Concreet, het vegen van bladeren.

Als je schoonmaakt met een bezem en je ziet na het schoonmaken dat er een blaadje valt, wat dan?

Je moet dat leren aanvaarden.

Dat doe ik iedere dag.”

 

Met mediteren en schoonmaken blijf je volgens hem werkdruk de baas.

Als je altijd probeert om alles perfect uit te voeren, dan vraagt dat steeds weer een enorme inspanning.

En steeds meer energie om uiteindelijk een voldaan gevoel te krijgen.

Met het risico dat je in een burn-out belandt.

 

Laat je als perfectionist dan ook niet misleiden door de variant van ‘Het betere is de vijand van het goede’.

Die variant is: ‘Het goede is de vijand van het betere’.

Dat is een variant die op jou als perfectionist niet van toepassing is.

 

Het is een variant in de zin van een waarschuwing voor de gemakzuchtigen.

Daarbij denk ik aan de mensen die het algauw goed genoeg vinden en snel geneigd zijn om te zeggen ”Het is wel goed zo”.

Terwijl het nog niet goed is.

Want als je het allemaal al gauw wel goed vindt, dan laat je kansen liggen om iets beter te doen of beter te maken.

 

 

Kost jouw werk je meer energie dan het je oplevert?

Mogelijk omdat je probeert alles perfect uit te voeren en voldoening ontbreekt?

 

Twijfel je over je kwaliteiten en wil je graag zicht krijgen op waar je écht goed in bent?

Neem contact met me op en leg je vragen aan me voor in een oriënterend gesprek.

Klik op deze link en maak een afspraak met me.

 

 

 

Wat wil ik zelf nou eigenlijk?

Een lange e-mail heeft hij me geschreven.

Na het ondertekenen van de vaststellingsovereenkomst is hij voortvarend aan de slag gegaan.

Hij heeft al volop gesprekken gevoerd met potentiële nieuwe werk- of opdrachtgevers.

Het lijkt erop dat er voor hem volop kansen zijn op de arbeidsmarkt.

Ook al moet natuurlijk nog blijken of interessante en prettige gesprekken daadwerkelijk leiden tot een mooie baan.

Deels is al duidelijk dat aanvankelijk enthousiasme van gesprekspartners bij nader inzien wat getemperd wordt.

Bijvoorbeeld uit bedrijfseconomische overwegingen.

 

Op dit moment ligt zijn focus op twee leuke bedrijven met naar zijn zeggen sympathieke mensen en mogelijkheden.

Maar terecht vraagt hij zich af:

Wat wil ik nou eigenlijk?

 

Bij beide bedrijven moet hij nog een vervolggesprek voeren.

Naar aanleiding daarvan zegt hij:

Ik heb dus nog wel even”.

En:

“Ik zal de komende week gaan werken aan je opdrachten om je ook munitie te geven om vanuit jouw expertise mijn keuzeproces mogelijk te maken.”

 

Aan het uitwerken van die opdrachten is hij door de vele gesprekken die hij in korte tijd heeft gevoerd, nog niet toegekomen.

Vanuit mijn perspectief wordt de vraag ‘Wat wil jij zelf?’ steeds nijpender.

Het is dan ook goed dat hij zichzelf die vraag stelt.

En zich realiseert dat het antwoord op die vraag belangrijk is voor zijn zoekproces en de keuzes die hij daarin maakt.

 

Want vanuit mijn perspectief volgt hij tot nu toe de omgekeerde weg.

Hij volgt nu het pad van verkennen van mogelijkheden die bij hem zouden kunnen passen.

De mogelijkheden die zich voordoen zijn het uitgangspunt.

En hij kijkt vervolgens waar hij het beste in zou kunnen passen.

 

In mijn visie en aanpak ben jij het uitgangspunt.

Jij bent de bron.

 

Je hebt een helder beeld van je wilt.

Vervolgens ga je onderzoeken welke concrete mogelijkheden op de arbeidsmarkt passen in het profiel van jouw ideale werk.

 

Dat doet me weer denken aan een uitspraak van een van onze zonen, jaren geleden; “Ik pas die broek”.

In plaats van “Die broek past mij”.

Wat wil ik zelf nou eigenlijk?

Welke positie kies je? Wie of wat plaats je in het middelpunt?

Zeker bij zoiets belangrijks als werk, lijkt het mij cruciaal om jezelf in het middelpunt te zetten.

Dus jij als uitgangspunt.

 

Bepaal welke van jouw kwaliteiten je relatief het liefste inzet in het werk dat je doet en waar je relatief ook het beste in bent.

Onderzoek wat voor jou een omgeving is waarin jij goed gedijt.

Gedij je bijvoorbeeld het best in een klein familiebedrijf of bij een grote organisatie?

En waaraan wil je een bijdrage leveren?

Is dat bijvoorbeeld aan de groei/ontwikkeling van een organisatie of is dat bijvoorbeeld aan de kennisverbreding op jouw vakgebied?

Hoe ziet het profiel van je ideale werk eruit?

Wat wil je, waar wil je dat en wat is verder daarbij belangrijk?

 

Als je het bovenstaande scherp hebt, dan heb je criteria waar je keuzes aan af kunt meten.

Die criteria kun je zelfs nog een wegingsfactor meegeven.

 

Er zijn dus nogal wat afwegingen waarvan ik denk dat het goed is om die te maken, alvorens te komen tot een keuze.

Als werk tenminste meer voor je betekent dan alleen een bron van inkomsten.

 

 

Zou je wel ander werk willen, maar ben je geneigd om vooral te zoeken naar vacatures?

Om aan de hand van de beschrijving te beoordelen of je daarin past?

Bepaal eerst eens wat je zelf wilt. En onderzoek dan welke opties daarin passen.

Kom je daar zelf niet uit en kun je wel wat hulp gebruiken? Je weet me te vinden.

 

 

 

 

Als je niet weet waarom je doet wat je doet, dan kun je niet vlammen

In mijn normale doen kijk ik nauwelijks televisie.

Maar hier in Portugal willen we ’s avonds nog wel eens een serietje kijken of een film op Netflix.

Want leeswerk heb ik dan overdag al gedaan en socializen in de avond is er in the middle of nowhere niet bij.

Dus lekker de houtkachel aan en knus een aflevering van een serie of een film kijken, samen met M.

Geïnspireerd door een van mijn connecties keken we ‘Hugo’ van Martin Scorsese, op Netflix.

Helaas niet in 3D, zoals die oorspronkelijk is gemaakt en bedoeld.

In 3D is die vast fascinerender, doordat je letterlijk meegenomen wordt in het verhaal.

 

Het verhaal is gebaseerd op een kinderboek.

Maar het gaat zeker ook over ‘grote-mensen-dingen’.

Al komen ze dan uit een kindermond.

 

I wonder what my purpose is…”, vraagt Isabelle zich af.

 

Ze wordt gerustgesteld door Hugo:

Everything has a purpose, clocks tell you the time, trains take you to places.

I’d imagine the whole world was one big machine.

Machines never come with any extra parts; you know.

They always come with the exact amount they need.

So, I figured if the entire world was one big machine, all of us were made for a purpose.

I couldn’t be an extra part.

I had to be here for some reason.

And that means you have to be here for some reason, too.”

 

En Hugo vervolgt:

Maybe that’s why a broken machine always makes me a little sad, because it isn’t able to do what it was meant to do.

Maybe it’s the same with people. If you lose your purpose… it’s like you’re broken.”

 

En ja, als je je bestemming kwijt bent, dan ben je op weg naar nergens.

En als je niet weet waarom je doet wat je doet, dan kun je niet vlammen.

Als je niet weet waarom je doet wat je doet, dan kun je niet vlammen

Maar zie er maar eens achter te komen wat jouw bestemming is.

Dat is nog niet zo makkelijk.

Bovendien kan het best spannend zijn.

Want wie weet wat het resultaat is van jouw ontdekkingstocht.

 

Op zoek gaan naar wat je drijft, jouw purpose, is een avontuur.

“We can get into a trouble”, zegt Isabelle.

Waarop Hugo heel relativerend antwoordt:

“That’s how you know it’s an adventure”.

 

En:

“It’s like a puzzle.

When you put it together, something’s going to happen.”

 

En zo is dat.

Ik zie dat ook in mijn coachtrajecten.

Gaande het traject onderzoeken en expliciteren we de puzzelstukjes, voor zover je die je al in huis hebt.

En wordt duidelijk welke stukjes nog ontbreken.

De ontbrekende stukjes verkennen we, geven ze vorm en ‘kleuren’ ze in.

Zodat uiteindelijk de hele puzzel kan worden gelegd en het resultaat zichtbaar wordt.

En jij vol vuur kunt gaan voor wat jij voor ogen hebt.

 

 

Kun jij bij het leggen van jouw puzzel wel wat hulp gebruiken?

Misschien ook wel omdat je de nodige stukjes mist?

Neem gerust contact met me op.

Graag ga ik het avontuur met je aan, om samen jouw puzzel te leggen.

 

 

 

 

Als je alleen maar bezwaren ziet en beren op je weg, dan gaat het je niet lukken

Toen ze voor het eerst bij me kwam, had ze geen idee welke richting ze uit wilde.

“Ik word niet gelukkig waar ik nu ben, maar ik weet niet waarom niet en ik weet ook niet wat ik wel wil.

Het is echt een heel groot zwart gat.”

 

Een beetje zelfonderzoek heeft ze gedaan, maar dat gaf geen oplossing.

Het was een hele stap voor haar om hulp te vragen.

Om te onderkennen dat ze er zelf niet uit komt.

 

Gaande het coachtraject komt ze eruit.

Ik was met al die opdrachten bezig en het werd steeds kleiner en kleiner en kleiner.

Op een gegeven moment viel het kwartje.

Ik herinner het me nog heel goed.

Ik was in Thailand op vakantie met mijn vriend.

En tijdens die vakantie zei ik op een dag “Ik weet het”. ”Nu weet ik het; softwareontwikkeling”.

 

Het is totaal iets anders dan ze tot dan toe heeft gedaan.

Ook in haar vrije tijd heeft ze er nooit wat mee gedaan.

Haar omgeving reageert dan ook heel verbaasd; “He? En waarom dan?”

 

Voor haar is het een hele opluchting.

Ze weet in welke richting ze verder wil.

Ze heeft weer een doel.

 

Maar dan begint weer een hele zoektocht.

“Ik weet nu wat ik wil, maar hoe kom ik daar?”

 

Daarop terugkijkend was dat voor haar best pittig.

Ze kon niets bieden qua ervaring.

Ze had niet de juiste achtergrond.

Niet eens een passend vakkenpakket in het voorgezet onderwijs.

En qua leeftijd was ze met haar 44 jaar ook niet meer de jongste.

 

Ze had zelfs geen plan B.

Softwareontwikkeling, dat moest het worden.

 

Na enig onderzoek komt ze tot een besluit.

“Ik moet een leerwerktraject hebben.

De organisatie die mij de training geeft, moet mij aanbieden aan een organisatie waar ik stage kan lopen.”

 

Dat soort organisaties zijn er niet zo veel.

Maar zij wist ze te vinden.

 

Zij komt een organisatie op het spoor die zich juist richt op mensen die geen technische achtergrond hebben.

Ze leest hun referenties, blogartikelen en LinkedIn berichten.

Die geven haar veel informatie.

En bevestigen haar in haar keuze voor hun concept.

De selectie voor het opleidingstraject is zwaar.

Maar zij komt erdoor.

Mede dankzij haar goede voorbereiding.

 

Van de traineegroep is ze de oudste.

In het team waar ze stageloopt is dat ook het geval.

Zelf zegt ze daarover:

Wel grappig.

Ik ben degene met de minste kennis, wel de oudste.

Maar geen enkele belemmering hoor”.

 

Inmiddels is het traineetraject afgesloten.

En heeft ze sinds januari een contract als Junior Java Developer bij een energieleverancier.

Via die organisatie is ze alweer met verdere bijscholing begonnen.

 

Apps ontwikkelen die maatschappelijk relevant zijn; dat zou ze op termijn graag doen.

Bij haar vorige werkgever had ze te maken met de technologie van medische hulpmiddelen.

Het lijkt haar heel bijzonder om in de toekomst mee te schrijven aan de software van een medisch product.

 

Terugkijkend op hoe ze bij mij terecht gekomen is, zegt ze:

Ik zat in een enorme dip toen ik hier kwam.

Ik liep helemaal vast.

Ik dacht ‘wat kan ik nog’?

Ik ben te oud.

Ik heb te veel verschillende banen gehad.

Ik heb me niet gespecialiseerd.

Ik moet de rest van mijn leven denk ik dit maar blijven doen.

Maar dat wil ik niet, want ik ben ongelukkig.

Dus ik moest wel.

Ik moest echt wel, want qua gezondheid ging het niet goed met mij.

Niet dat ik ziek thuis kwam te zitten, maar elke werkweek voelde voor mij heel zwaar.”

 

En over haar coachtraject zegt ze:

“Het is goed dat mensen beseffen dat het heel hard werken is.

Dat het je niet komt aanwaaien.

Als je ongelukkig bent met je werk, dan is er maar één persoon die daar iets aan kan doen en dat ben jij zelf.

En het is ook niet zo dat iemand tegen jou gaat zeggen ‘Doe dat of dat dan maar’.

Het is echt zelf ontdekken.

En als je alleen maar bezwaren ziet en beren op je weg, dan gaat het je niet lukken.”

Als je alleen maar bezwaren ziet en beren op je weg

 

 

Ben jij net als mijn oud-coachklant niet gelukkig met je werk?

Valt elke werkweek je zwaar?

Lees mijn aanbod betreffende het programma ‘Bouw je ideale loopbaan’. Bepaal welke optie het beste bij je past en meld je aan.

Wil je eerst je vragen aan me voorleggen of schat je in dat een individueel coachtraject beter bij je past?

Neem gerust contact met me op. Graag maak ik tijd voor je vrij om je vragen te beantwoorden.

 

 

 

 

Je wordt oud als je niet stopt met bewegen

Als je stopt met bewegen, word je niet oud”.

Het zijn uitspraken van Shane O’Mara, neurowetenschapper.

Volgens O’Mara zou je dagelijks 15 kilometer moeten lopen.

Zelf is hij een fervent wandelaar en pas blij als hij aan het eind van de dag zo’n 15.000 tot 17.000 stappen op zijn stappenteller heeft staan.

Op weg naar zijn werk stapt hij altijd enkele haltes eerder uit het openbaar vervoer, om de rest van zijn tocht wandelend af te leggen.

Hij is ervan overtuigd dat lopen goed is voor de mens.

Volgens hem is de mens geboren om te bewegen.

En terwijl we een eeuw geleden kennelijk vijftien kilometer per dag liepen, lopen we nu gemiddeld per dag niet meer dan twee kilometer.

 

Gelukkig zit ik daar in de regel ver boven.

Ik hou van wandelen.

Je wordt oud als je niet stopt met bewegen, ook in je loopbaan.

Ik start elke dag met een ochtendwandeling in mijn eentje.

Zelfs nu ik in Portugal zit, om te schrijven aan mijn boek.

En hier sluit ik de dag af met een stevige wandeling van een uur of anderhalf.

Niet in mijn eentje, maar gezellig samen met M.

O’Mara noemt dat sociaal wandelen.

 

Volgens O’Mara is wandelen de beste probleemoplosser die er bestaat.

Onze hersenen zorgen ervoor dat we onze voeten neerzetten zonder dat we ons daarvan de hele tijd bewust zijn.

Dat schept mogelijkheden voor andere delen van ons brein.

Bijvoorbeeld om problemen op te lossen, creatieve ideeën te bedenken of, zoals bij sociaal wandelen, al lopend gesprekken te voeren.

 

Als je in beweging bent, dan is je brein ook in beweging.

Je laat je geest de vrije loop en juist daardoor ben je in staat herinneringen, gedachten en gevoelens in een nieuwe context te plaatsen.

Door wandelen nemen je cognitieve vermogens toe.

En doordat je je bewuster bent van je omgeving wordt je sensibiliteit verhoogd en wordt je gehoor en gezichtsvermogen scherper.

Je wordt alerter en je reactiesnelheid wordt verhoogd.

 

Dat herken ik. Zeker op mijn ochtendwandeling in mijn eentje.

De geluiden van alle kleine beestjes en vogeltjes in de natuur doen me soms stil staan, omdat ik er even bewust naar wil luisteren.

En op een onverwachts geluid reageer ik als vanzelf heel alert.

Maar tot nu is het dan een van de hondjes van de buren, die zichzelf uitlaat in de natuur. Vaak samen met zijn vriendjes.

En met regelmaat lopen ze dan gezellig met me mee.

 

En wil je volop profiteren van het lopen en daarin oefenen?

“Kies dan een ruwe ondergrond met lekker veel stenen en ruige paden”, zegt O’Mara.

Dan maak je het moeilijker voor je hersenen, waardoor ze harder moeten werken.

Wat dat betreft kom ik nu volop aan mijn trekken.

 

 

Bewegen is ook in je loopbaan belangrijk om fit te blijven.

Letterlijk bewegen, zoals O’Mara bedoelt.

Maar ook bewegen in de zin van met enige regelmaat veranderen van baan.

Bewegen in je loopbaan houdt je energiek en jong.

Niet bewegen laat je terugvallen op je routine, je automatische piloot.

En in het ergste geval, je tijd uitzitten tot je pensioen.

 

Dat levert je weinig energie op.

Integendeel, het kost je energie.

 

Dat is anders als je getriggerd wordt in een nieuwe baan.

Zoals een van mijn oud-coachklanten, veertien dagen in haar nieuwe baan, het verwoordde:

Ik vind het tot nu toe leuk en het vraagt veel van mij, maar ik denk dat het goed bij me past”.

Een nieuwe baan daagt je uit, zet je cognitief in beweging en weer op scherp.

 

Dat houdt je energiek en jong.

En hoe tegenstrijdig dat ook mag lijken, daarmee word je oud.

 

 

Ervaar je signalen dat het tijd is om jouw koers qua werk bij te stellen?

Maar durf je geen stappen te zetten omdat je niet weet wat je wilt en wat je kunt?

Lees mijn aanbod betreffende het programma ‘Bouw je ideale loopbaan’ en meld je aan.

En wil je eerst je vragen aan me voorleggen of denk je dat een individueel loopbaantraject beter bij je past?

Neem gerust contact met me op. Of plan gelijk een afspraak met me in, in mijn online agenda.

 

 

 

 

Het is net zo makkelijk als fietsen

Fietsen is makkelijk te leren en als je het eenmaal hebt geleerd, dan vergeet je nooit meer hoe het moet.

Dat wordt vaak gezegd.

Destin Sandlin dacht het ook.

 

Maar de lassers hadden een grap met hem uitgehaald.

Ze hadden een speciale fiets voor hem gemaakt.

Als je het stuur naar links draait, gaat het wiel naar rechts.

En als je het stuur naar rechts draait, dan gaat het wiel naar links.

 

Oké, dat is dan een kwestie van gewoon even andersom denken.

Dat is vast niet zo moeilijk om te leren.

Dat dacht Destin Sandlin.

Hij sprong op de fiets.

Klaar om te laten zien, hoe snel hij het door zou hebben.

Maar het pakte anders uit.

Hij bakte er helemaal niets van.

andere manier van denken en kennen en kunnen is niet hetzelfde

Het is hilarisch om te zien.

Enerzijds moet hij erom lachen, maar hij raakt ook danig gefrustreerd dat het hem niet lukt.

Voor zijn gevoel is zijn denken helemaal in de war.

Hij weet wat er met de fiets aan de hand is en hoe hij de fiets moet besturen, maar hij begrijpt niet hoe het komt dat het hem niet lukt.

 

Hoe kan het dat je, als je een bepaalde manier van denken in je hoofd hebt, die soms niet kunt veranderen?

Hoe graag je dat ook wilt?

 

Maar hij beet zich erin vast. Leren zou hij het.

Acht maanden lang oefende hij elke dag 5 minuten.

En ja hoor, toen was de knop om.

 

Nieuwsgierig geworden door zijn eigen ervaringen deed hij een vergelijkbaar experiment met zijn zoontje.

Zijn zoontje kon al drie jaar fietsen. Meer dan de helft van zijn leven.

Hij was benieuwd hoe lang het zou duren voordat zijn zoontje op een ‘omgekeerde’ fiets kon fietsen.

Wat bleek?

In twee weken tijd kon hij iets, waar zijn vader acht maanden over had gedaan.

Destin Sandlin concludeerde daaruit dat een kind kennelijk meer neuroplasticiteit heeft dan een volwassene.

Daar moest hij het dan mee doen.

 

Destin Sandlin geeft nu veel presentaties op universiteiten en hogescholen.

Hij neemt zijn fiets mee en nodigt mensen uit het publiek uit, de uitdaging aan te gaan.

Maar de een na de ander lukt het niet om op de fiets te fietsen.

 

Kennen en kunnen is niet hetzelfde.

En kennen is niet gelijk aan begrijpen.

 

Ik ervaar het in mijn coachtrajecten.

Met name wat betreft de andere manier van denken over baanverwerving.

We kaarten dat topic aan bij de start van elk traject.

Want het is kenmerkend voor mijn aanpak, mijn manier van werken als loopbaancoach.

 

Met regelmaat is de traditionele manier van denken bij een coachklant zodanig ingebakken, dat de knop niet echt om wil.

Dat het in elk geval heel makkelijk is om weer terug te vallen in de traditionele manier van baanverwerving.

Zo kan het dan soms gebeuren dat een coachklant mij vraagt hoe je je cv inricht voor open sollicitaties, als je twee sporen open wilt houden.

Of mijn vraag hoe het actieplan eruit gaat zien beantwoordt met “vacatures zoeken en sollicitatiebrieven schrijven.”

Kennelijk is de traditionele manier van denken over baanverwerving voor sommigen zodanig ‘ingebakken’, dat het heel lastig is om de knop om te zetten.

Maar hebben klanten zich de proactieve manier van baanverwerving eenmaal echt eigen gemaakt, dan ‘hoppen’ ze vrijelijk van de ene mooie baan naar de andere.

 

 

Wil jij niet langer afhankelijk zijn van vacatures, een werving- en selectiebureau of een recruiter?

Wil jij je de proactieve manier van baanverwerving eigen maken?

Wil je bouwen aan een stevig fundament om succesvol jouw ideale werk te realiseren?

Schrijf je in voor mijn programma ‘Bouw je ideale loopbaan’. Meer lezen over het programma en je aanmelden kun je hier.

Wil je eerst je vragen aan me voorleggen. Neem gerust contact met me op. Graag maak ik tijd voor je vrij om jouw vragen te beantwoorden.

 

 

 

 

Verbloeming als bijbaan

Vliegschaamte; onze schoonzoon hoorde voor het eerst het woord en las over het fenomeen toen hij afgelopen zomer in Nederland was.

Hij was helemaal verbaasd.

Onze dochter woont met haar gezin in Californië.

Vliegschaamte kennen ze daar kennelijk niet.

Terwijl het in mijn leefomgeving met regelmaat onderwerp is van gesprek.

Misschien ook in die van jou.

Zodanig dat je je bijna geroepen voelt om te verantwoorden waarom je het vliegtuig pakt in plaats van de auto of de trein.

 

Ik heb het mijn schoonzoon niet gevraagd, maar ik schat in dat ook het woord werkschaamte hem niet bekend is.

Is je schamen kenmerkend voor onze cultuur?

Zijn wij eerder geneigd om ons te schamen voor iets dan bijvoorbeeld binnen de Amerikaanse cultuur?

Dat zou zomaar kunnen zijn.

 

Ken jij het begrip werkschaamte?

Heb je er misschien zelf last van?

Schaam jij je voor wat je niet weet of kunt?

Ben je druk met het verbeteren van je imago, het verbloemen van je zwaktes en het managen van de indruk die je op anderen maakt?

Werkschaamte en druk zijn met het verbloemen van je zwaktes

Als dat zo is, kom uit de kast met je schaamte.

Kruip niet langer weg. Maak de weg vrij om te groeien.

 

De Amerikaanse journalist Emily deed het.

Zij werd continu afgewezen.

Toen ze het zat was, stelde ze zichzelf een bijzonder doel: in één jaar tijd 100 afwijzingen halen.

Uiteindelijk kreeg ze er 107, maar ook 43 acceptaties, waaronder een stuk in The New Yorker.

Naar The New Yorker had ze niet eerder een stuk durven sturen, uit angst voor afwijzing.

Maar nu afwijzing ineens haar doel was, was falen niet langer een optie.

 

Werkschaamte; het kan je druk doen zijn met het verbloemen van je zwaktes.

Of je onzekerheid.

 

Ik zie en hoor het ook in mijn coachtrajecten.

 

Om te beginnen is verbloemen van je zwaktes voor jou als werknemer heel belastend.

Je leidt dan als het ware een dubbelleven.

Dat kost je bakken met energie.

Niet alleen omdat je jouw werk zo perfect mogelijk wilt doen.

Maar ook omdat je jezelf verbergt achter een masker en aan jouw collega’s en leidinggevenden niet kunt laten zien zoals je werkelijk bent.

Je bent voortdurend op je hoede niet door de mand te vallen.

 

Het is dan ook geen wonder dat het je stress geeft.

En op den duur betaal je daarvoor een hoge prijs.

Bijvoorbeeld in de vorm van een burn-out.

 

Hoe heerlijk zou het zijn als je werkschaamte kunt overwinnen?

Als je jouw beperkingen durft te erkennen? En je schaamte op een positieve manier durft in te zetten om je verder te ontwikkelen?

Want ontwikkeling is nodig om je senang te blijven voelen met je werk.

Wat dat betreft is het goed om te weten dat het ontbreken van ontwikkeling, een belangrijke oorzaak is van burn-out.

En een mogelijke reden dat je ontwikkeling tegenhoudt, is dat je je schaamt voor wat je niet weet of kunt.

 

Dus:

Herken je bij jezelf werkschaamte?

 

Zie je werkschaamte onder ogen.

Ga de uitdaging aan.

Verberg je zwaktes niet langer. Maak ze bespreekbaar. Laat ze zien en horen.

Durf te erkennen dat je je soms een beetje of zelfs behoorlijk schaamt voor wat in je werk niet zo lekker gaat.

Pas dan heb je de kans om je schaamte echt te overwinnen.

 

In de eerste plaats ben je daar zelf enorm mee gebaat.

Maar ook jouw werkgever.

Want ook een werkgever deelt mee in de kosten als jij minder productief bent dan je zou kunnen zijn.

En vergeet ook niet de kosten van een burn-out voor een werkgever.

 

 

Heb je geen goed beeld van wat jij nodig hebt om goed te gedijen in je werk?

En hoe het ideale werk er voor jou uit zou kunnen zien?

Neem contact met me op.

Graag ga ik het gesprek met je aan.

 

 

 

Aan jou is een goede dokter verloren gegaan

Aan jou is een goede dokter verloren gegaan”.

Die opmerking heb ik vaak te horen gekregen.

Ik vind het een mooi compliment. Het doet me goed, het streelt me.

Toch heb ik er geen spijt van dat mijn loopbaan gelopen is, zoals die gelopen is.

 

Ik heb er geen spijt van dat ik geen gebruik heb gemaakt van het aanbod van mijn ouders om na mijn MMS in één jaar een gymnasiumdiploma te halen bij de nonnen in Vught.

Ik heb genoten van de brede Hbo-opleiding die ik in plaats daarvan heb gevolgd.

Het was een opleiding met voor mij aanlokkelijke pedagogische/ psychologische componenten en het creatieve.

Die opleiding heeft me geholpen om daarna bewust mijn richting te kiezen.

Het werd orthopedagogiek, met als afstudeerrichtingen kinderpsychiatrie en leerstoornissen.

Bewust studeerde ik in deeltijd. Ik wilde mijn eigen boontjes doppen.

Naast mijn studie werkte ik als pedagogisch medewerkster in een pedo-therapeutisch instituut voor gedragsgestoorde kinderen. Later als docent handvaardigheid op een Scholengemeenschap in Nijmegen.

Door mijn latere werk als docent bij de afdeling Algemene Onderwijskunde van de lerarenopleiding van Fontys Tilburg, kwam ik in aanraking met keuzebegeleiding.

Met name geïnspireerd door een van mijn collega’s, Gerard van de Kam.

Inmiddels ben ik al ruim 25 jaar actief in het vakgebied van de loopbaancoaching. Waarvan 14 jaar als opleider in het vakgebied loopbaanbegeleiding en 22 jaar als uitvoerend loopbaancoach.

En heb ik er spijt van?

Absoluut niet.

Integendeel; ik geniet er nog elke dag van.

5 Loopbaanvragen die je je zou moeten stellen om te zien of je met je loopbaan nog op het goede spoor zit

Heb ik ergens spijt van met betrekking tot mijn loopbaan?

Het is een van de 5 vragen die je jezelf zou moeten stellen, om te achterhalen of je qua loopbaan nog op het goede spoor zit.

Of het niet tijd is om je koers bij te stellen; een loopbaanswitch te maken, een opleiding te gaan volgen of bijvoorbeeld een eigen bedrijf te starten.

 

Ik geef je mijn reflecties over de andere 4 vragen.

 

Ben ik trots op het werk dat ik doe?

Jazeker. Ik doe mijn werk nog steeds met heel veel passie.

Ik doe wat ik heel graag doe. En als loopbaancoach doe ik, wat ik denk dat belangrijk is.

Ik voeg waarde toe en maak het verschil.

 

Voel ik me zeker in mijn loopbaan?

Die vraag gaat niet over baanzekerheid, want die bestaat niet.

Die vraag gaat erover of je erin gelooft dat je waarde toevoegt, waar je ook werkt.

En daarop kan ik volmondig met ‘ja’ antwoorden.

Ik voel me zeker in mijn loopbaan. Ik ervaar dat ik van betekenis ben voor mijn coachklanten en dus waarde toevoeg.

En doordat ik van betekenis ben voor mijn coachklanten voeg ik ook waarde toe aan organisaties.

 

Kan ik rijkdom verwerven?

Bij het antwoord op deze vraag moet je niet direct denken in euro’s.

Ook al is geld zeker belangrijk.

Maar er zijn andere vormen van rijkdom die veel belangrijker zijn en waarvan je de waarde niet kunt uitdrukken in geld.

Heb je bij mij een loopbaantraject gevolgd, dan weet je waarop ik doel.

Bijvoorbeeld familie, vrienden, hobby’s, persoonlijke ontwikkeling, leren, maatschappelijke bijdrage leveren.

Als je deze zaken mist, dan kan geld die leegte niet vullen.

En om mijn antwoord te geven op de vraag Kan ik rijkdom verwerven?  

Ja, volop.

Mijn werk als loopbaancoach stelt mij in staat om te bouwen aan de diverse vormen van rijkdom.

Er is een balans tussen mijn werk en wat daarnaast belangrijk voor me is. Ik heb tijd om te besteden aan mijn gezin, mijn familie, hobby’s, te leren, mijn maatschappelijke bijdrage te leveren.

 

Kom ik in de rol als loopbaancoach optimaal tot mijn recht?

Ook die vraag kan ik volmondig met ‘ja’ beantwoorden.

Ook al had ik misschien ook een heel goede dokter kunnen worden.

Of een goede verloskundige, zoals ik zelf weleens heb gedacht.

In mijn werk als loopbaancoach kan ik mijn potentieel heel goed kwijt. En kan ik de bijdrage leveren aan de samenleving, die bij me past.

Ik ervaar voldoening in mijn werk. En ik kom er ‘s morgens graag mijn bed voor uit.

 

 

Wat zou jouw antwoord zijn op de 5 loopbaanvragen die je je zou moeten stellen?

  • Heb ik ergens spijt van met betrekking tot mijn loopbaan?
  • Ben ik trots op het werk dat ik doe?
  • Voel ik me zeker in mijn loopbaan?
  • Kan ik rijkdom verwerven?
  • Kom ik in mijn huidige rol optimaal tot mijn recht?

 

Neem de tijd om jezelf de 5 loopbaanvragen te stellen. Voordat je vervalt in de dagelijkse routine.

En kom indien nodig tot een besluit.

Je weet me te vinden.

 

 

 

 

Iemand die vaker zeurt om salarisverhoging, krijgt hem ook

Als je tenminste Kilian Wawoe, beloningsexpert en schrijver van het boek Het Nieuwe Belonen moet geloven.

Misschien is zeuren in dit verband niet helemaal het juiste woord. En is erom vragen beter.

Met zeuren bedoelt Kilian Wawoe duidelijk maken dat het belangrijk voor je is.

En op de juiste manier zeuren levert je wat op.

Bij kinderen kan dat het felbegeerde koekje, snoepje of filmpje kijken zijn. Of het krijgen van meer zakgeld.

En bij volwassenen bijvoorbeeld salarisverhoging.

 

Kennelijk kunnen niet alleen mannen beter zeuren dan vrouwen.

Ook jonge jongens kunnen beter zeuren dan kleine meisjes.

Je gelooft het of niet, maar uit onderzoek onder kinderen van een jaar of 13, blijkt dat jongens meer zakgeld krijgen dan meisjes.

De verklaring van de onderzoekers daarvoor is dat jongens meer om zakgeld vragen dan meisjes. En dat een kind dat meer zeurt, meer krijgt.

Op de juiste manier zeuren levert je wat op. Bij volwassenen bijvoorbeeld salarisverhoging.

Heb je zelf kinderen, dan is het interessant om eens na te gaan of je dat herkent bij jouw kinderen.

En zeker zo interessant is het om bij jezelf eens te rade te gaan, hoe je ermee omgaat als een van je kinderen zeurt om iets.

Mogelijk wordt jouw gedrag ook beïnvloed door hoe er gezeurd wordt. Heel subtiel en tactisch of eerder storend en vervelend.

 

Of het nu komt doordat mannen meer zeuren over salarisverhoging of doordat ze slimmer onderhandelen over hun salaris, tussen mannen en vrouwen blijkt er een salarisverschil van zo’n 15%.

Nu werken vrouwen vaak in beroepen die minder betaald worden. En ook vaker in deeltijd.

Maar dan nog is er een salariskloof tussen mannen en vrouwen.

Overigens blijkt ook dat mensen afkomstig uit etnisch-culturele minderheden minder verdienen dan mainstream autochtone Nederlanders.

En dat je 5 tot 15% minder verdient als je een regionaal accent hebt.

Daarbij groeit het inkomensverschil, naarmate het dialect meer afwijkt van het standaard Nederlands.

 

Het toekennen van salaris is geen eerlijk proces.

Zo blijkt bijvoorbeeld dat vrouwen, die knapper zijn dan gemiddeld meer verdienen.

En dat lang zijn, accentloos Nederlands spreken en een gewicht van zo’n 90 kilo het optimum voor een man is.

Ik vind het bijzondere bevindingen.

Maar ik ga ervan uit dat Kilian Wawoe als beloningsexpert het niet uit zijn duim gezogen heeft.

 

Kilian Wawoe was HR-manager bij ABN-AMRO.

Hij ziet grote salarisverschillen in de diverse branches. Daarbij constateert hij een onderscheid tussen organisaties die geld verdienen en die dat niet doen.

De bankensector is volgens hem een sector waarin goed geld wordt verdiend. En de salarissen over het algemeen ook hoger zijn dan in andere sectoren.

Dat is ook de ervaring van mijn coachklanten uit die sector.

Met regelmaat is het schrikken voor hen als ze geconfronteerd worden met de salarissen buiten de bank.

Vaak zullen ze dan ook bij een overstap naar een functie buiten de bank, qua salaris een veer moeten laten.

 

Als je van jezelf vindt dat je goed werk doet en als je salarisverhoging wilt, onderhandel dan over je salaris”, zegt Kilian.

Wil je dat niet heel direct doen, doe het dan subtiel.

Laat je manager horen wat je successen zijn. Of misschien nog mooier, zorg dat jouw collega’s in positieve zin over je praten.

Ga de onderhandeling over je salaris in, op een goed moment.

Bijvoorbeeld net na een goede beoordeling of als je een project goed hebt afgerond.

In elk geval “Vraag erom”.

 

En krijg je op jouw vraag een negatief antwoord, stel dan de volgende vraag:

Wat moet ik dan wel doen om een salarisverhoging te krijgen?

Met die vraag leg je jouw probleem bij jouw manager.

Blijf bij jouw standpunt en realiseer je “Iemand heeft altijd nog iets in zijn achterzak zitten”.

 

 

 

Ben je niet tevreden met je salaris? 

Zodanig dat je salaris je demotiveert in je werk omdat jouw bijdrage niet op waarde wordt geschat?

Wil je je bakens graag verzetten en een andere loopbaanrichting inslaan?

Neem contact met me op.

Graag begeleid ik jou naar meer waarde werk.