Als je je profileert als azijnpisser, dan maak je weinig kans

Als je je profileert als azijnpisser, dan maak je weinig kans

In een van mijn vorige berichten vertelde ik je dat ik vijftien jaar in Tilburg heb gewoond.

Alhoewel het Tilburgse carnaval mij als Limburgse niet zo aansprak, ging het niet langs me heen.

Tijdens carnaval noemen de Tilburgers zich Kruikezeikers of Kruiken en de stad wordt dan Kruikestad genoemd.

Tilburg was vroeger een textielstad. Met name een ‘wolstad’.

Het verhaal gaat dat urine gebruikt werd om de wol te wassen. De inwoners spaarden urine in kruiken. Deze werd opgekocht om later gebruikt te worden om de wol te wassen.

De wol kon met urine worden ontvet door de hoeveel ammoniak, die erin zit.

Het verhaal wordt vaak verteld en het is terug te vinden op afbeeldingen, bijvoorbeeld in het Textielmuseum. Dus waarschijnlijk is het echt wel waar.

Urine werd overigens ook gebruikt bij het verven van de wol. Of ‘het laken’ of ‘vollen’, zoals men het toentertijd noemde.

Dat ‘vollen’ was handwerk. Of het gebeurde in een volmolen; een machine op waterkracht, waarmee wol vervilt werd door met houten hamers in een bak op de natte wol te slaan.

Als hulpmiddelen werden vette klei, urine, zeep en water gebruikt.

Door het gebruik van urine was de stank rond zo’n volmolen vaak niet te harden. Een dergelijke molen werd daarom meestal buiten het dorp gebouwd.

 

Tilburg als textielstad sloot aan bij een van mijn hobby’s, het werken met wol.

In de zeventiger jaren heb ik heel wat vachten weggesponnen en kilo’s wol geverfd met allerlei natuurlijke materialen. Om er vervolgens op mijn Glimakra weefgetouw, bijvoorbeeld mooie stoffen voor jasjes van te weven.

Weeftechnieken leerde ik van een technisch professional van het Textielmuseum.

 

Als je je profileert als azijnpisser, dan maak je weinig kans

Kruikezeikers hebben wel iets gemeen met azijnpissers. Dat snap je wel.

Alhoewel, ik denk dat je beter met een Kruikezeiker te maken kunt hebben dan met een azijnpisser.

 

Want samenwerken, mogelijk ook samenleven, met een azijnpisser is geen feest.

Een azijnpisser is, het woord zegt het al, een zuur, chagrijnig, sikkeneurig persoon.

Wat afgezwakt, een mopperkont. En in keurig Nederlands, een kniesoor. Maar dat klinkt voor mij wel heel Hollands.

 

Misschien ken jij zo iemand ook wel. Heb je er zelfs een heel helder beeld van. Word je er al moe van, als je eraan denkt.

Het zijn mensen die geneigd zijn hun wereld te bezien door een donkere bril. Bijvoorbeeld hun werk. En algauw allerlei negativiteit spuien.

Het is goed om van tijd tot tijd je hart te luchten, in plaats van er een moordkuil van te maken. Maar realiseer je wat het met je omgeving doet.

 

Zo hoort een potentiële werkgever niet graag allerlei negatieve uitlatingen over jouw vorige werk of jouw vorige werkgever.

Ook al wil je misschien zelf op die manier beargumenteren waarom je de overstap naar ander werk wilt maken.

Maar pas op en stap niet in die valkuil.

Bij een potentiële werkgever kun je door jouw negatieve uitlatingen alarmbellen doen rinkelen.

Want wie weet, hoe jij je straks over hem uitlaat? Als het je bij hem niet bevalt?

 

Bovendien roep je met je negatieve uitlatingen mogelijk ook nog andere vragen op.

Zeker als je ondanks het feit dat je niet blij bent met je werk, daar toch enkele jaren bent blijven zitten.

Je hebt dan in elk geval iets uit te leggen.

Want als het werk je al langer niet bevalt, waarom heb je dan niet eerder werk gemaakt van ander werk?

 

Kortom: als je je profileert als azijnpisser, dan maak je weinig kans op een mooie nieuwe baan.

Wil je werk maken van ander werk, omdat je het niet meer naar je zin hebt in je huidige werk?

Kies voor een positieve insteek.

 

Zo werkte ik onlangs met een coachklant, in het kader van het gesubsidieerde ontwikkeladviestraject voor 45-plussers, aan de omschrijving van het werk dat hij wil doen.

Daarbij kwamen mooie omschrijvingen naar voren als afgeleide van zijn missie met betrekking tot werk.

Verder richtinggevende items in de zin van activiteiten en taken waarmee hij zich bezig wil houden, favoriete rollen, verantwoordelijkheden en werkvelden.

 

Al met al leverde de exercitie mooie input op voor het schrijven van een overtuigende en bovenal positief gefundeerde motivatiebrief.

Totaal iets anders dan de negatief getinte brief waarmee hij zijn overstap naar een ander werkveld had willen beargumenteren.

Die laatste brief kon in de digitale prullenbak. Positief werk aan de winkel!

 

 

Ben je totaal uitgekeken op het werk dat je nu doet?

Of wil je anderszins weer een positieve slinger geven aan je huidige werk?

Maak een afspraak met me voor een oriënterend gesprek via deze link.

Graag maak ik samen met jou werk van mooi werk.

 

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *